De 6… dingen die we in 2022 niet meer willen horen

Met het jaareinde in zicht, komen de goede voornemens weer tevoorschijn. En omdat wij de beroerdste niet zijn, willen wij je graag helpen om jezelf te verbeteren met ingang van het nieuwe jaar. Dus zetten wij de zes zaken op een rij die we voortaan niet meer willen horen.

Op het eerste oog lijkt de lijst misschien wat willekeurig, maar we noemen ze op volgorde van ‘Dit is best wel vermoeiend’ tot ‘Als dit nog niet verboden is, zou het dat moeten worden’.

Doorschakelen en doorpakken

Elke transferperiode lijkt het woordgebruik van voetbalnieuwsmedia steeds minder afwisselend te worden. Alsof elk halfjaar het hersengebied waar synoniemen worden opgeslagen wat verder is afgestorven. Heeft een club net een speler gekocht, en aast het kort daarna op een andere? Dan ‘pakt’ de genoemde club ‘door’. Is het gewenste transfertarget om wat voor reden dan ook niet haalbaar? Geen probleem, dan ‘schakelt’ de club gewoon ‘door’. Alsjeblieft, lieve journalisten, doe iets meer je best.

Finales

Om eerlijk te zijn lijkt deze term een klein beetje op zijn retour, maar als na de winterstop voor clubs als PEC Zwolle en Sparta Rotterdam het degradatiespook nog niet verjaagd is, kan hij zomaar weer opduiken. De scene is bekend: na de zoveelste nederlaag staat een trainer – die in de uren daarvoor weer wat meer rimpels in zijn gezicht heeft gekregen – de journalisten van dienst te woord. De journalist vraagt niet alleen over de wedstrijd, maar ook over de nijpende situatie. Hoe nu verder? De trainer antwoordt dan vaak: ‘Vanaf nu spelen we nog [aantal] finales’.

Drie wedstrijden per week

Clubs die Europees spelen hebben in de maanden september, oktober en november vaak een drukke periode. Ajax speelt bijvoorbeeld op zaterdag, dinsdag en zaterdag, terwijl Feyenoord dit seizoen in het ritme van zondag-donderdag-zondag zat. Logisch dat er dan door de analytici wordt gespeculeerd hoe het met de fitheid van de spelers is. Een veelgemaakte fout is helaas dat er dan wordt gezegd dat clubs ‘drie wedstrijden in een week spelen’. Maar als je twee zaterdagen of zondagen achter elkaar speelt, ben je in twee verschillende weken actief. Een week heeft, zoals we op school leren, namelijk zeven dagen, geen acht.

‘Je verdient veel geld, niet zeuren’

Op Twitter ontstond de week voor kerst een relletje rondom NAC-speler Mario Bilate. De aanvaller zat in een revalidatietraject, en een Twitteraar verweet Bilate vooral geld te willen verdienen. Daarop ontstond een discussie, die een dag later uitgepraat werd. Feit is dat veel supporters vinden dat voetballers hun hoge salaris moeten ‘verdienen’, oftewel: niet zeuren over fysieke of mentale problemen, geen kritiek leveren op de club of op de supporters en ‘gewoon’ voetballen. Waarbij een niet onbelangrijk punt even wordt vergeten: voetballers zijn mensen.

Sterk en snel

Voor een deel van de voetbalvolgers is het een soort gimmick geworden: het cliché van de zwarte speler die altijd lijkt te worden geprezen om zijn ‘pace and power’. De realiteit is dat veel journalisten nog steeds over de kracht en fitheid van een speler beginnen, als zijn huidskleur een iets donkerdere tint heeft dan die van henzelf. De enige minuscule verbetering is dat een deel van de voetbalschrijvers na deze twee termen nog een aantal andere noemen. Waarschijnlijk in een poging om het racismeverwijt te voorkomen. Maar, fijne journalisten, doe alsjeblieft iets beter je best.

Fans of supporters

Of ze nu tijdens de lockdown een stadion binnenvallen, of vanaf de tribunes de meest racistische drek uit hun kelen laten gorgelen, steevast wordt er gesproken over de fans of supporters van een club. Laten we één ding duidelijk maken: de mensen die voor hun weekendplezier naar het voetbal gaan, een biertje drinken, even boos worden bij tegenslag en juichen bij een doelpunt, dát zijn de supporters. De personen die vuurwerk het veld op gooien, spelers uitmaken voor aap, flikker of k*nkermongool of andere mensen in elkaar rammen die toevallig net een ander rood-wit-shirtje aan hebben zijn dat niet, hoe hard ze ook zelf roepen dat zij ‘de club zijn’.