De Roemeense trots met Marco Borsato als rode draad

1689022_full-lnd

Hij draagt de naam van beste Roemeense voetballer van zijn generatie. Als de naam Adrian Mutu op het wedstrijdformulier prijkt, boezemt dat bij de nodige tegenstanders nog steeds de nodige angst in. In Frankrijk weet men inmiddels wel beter.

Het is 22 augustus 2012 als het nietige Franse clubje AC Ajaccio de komst van een superspits bekendmaakt. Adrian Mutu, 33 jaar, gaat ervoor zorgen dat lijfsbehoud de komende seizoenen een garantie is. De toekomst wordt al even rooskleurig geschetst als het shirt waarin hij namens Fiorentina – La Viola – had laten blijken dat hij nog steeds een aardig balletje kon raken.

Op Marco Borsato-achtige wijze laat de oud-speler van Chelsea, Juventus en Fiorentina zien dat de werkelijkheid iets anders in elkaar steekt. De meeste dromen zijn bedrog, weet men nu bij Ajaccio. Radamel Falcao, Zlatan Ibrahimovic, Edinson Cavani – en als zij het niet doen dan wel Dario Cvitanich, André-Pierre Gignac en Emmanuel Rivière – overschaduwen de aanwezigheid van een Roemeens pronkstuk in de Franse Ligue 1.

26 maart 2013, Nederland tegen Roemenië. ‘Oranje moet oppassen voor groot kind Adrian Mutu’, schetst het Algemeen Dagblad voorafgaand aan het treffen. Mutu behoort in zijn vaderland tot het rijtje concurrenten voor Gheorghe Haghi als belangrijkste Roemeense voetballer aller tijden. Een grootheid, want veel spelers is het niet weggelegd om in de nationale ploeg aan de lopende band te scoren.

Bij Ajaccio is die scoringsdrift inmiddels aardig aan banden gelegd. Adrian Mutu maakte dit seizoen tot dusver in zes competitieduels zijn opwachting als basisspeler. Precies nul keer was hij met een doelpunt van waarde voor de ploeg, die als vanouds tegen degradatie strijdt in de Ligue 1. Vooralsnog de enige driepunter in de eerste elf wedstrijden kwam tot stand tegen Olympique Lyon. Mutu schitterde op het wedstrijdformulier door afwezigheid.

Nederland moest eerder dit jaar volgens het Algemeen Dagblad vrezen voor topschutter Mutu, die op 34-jarige leeftijd op jacht was naar de topscorerstitel aller tijden als Roemeens international. De onophoudelijke vergelijking met zo’n andere ster uit het land, Gheorghe Haghi, bleef destijds nog overeind. Nu niet meer. Haghi sloot zijn carrière stijlvol af bij de Turkse grootmacht Galatasaray, terwijl Mutu verpietert in de onderste regionen van het Franse hoogste niveau.

Afscheid nemen bestaat niet, ook zo’n tekenend nummer van Marco Borsato aangaande de carrière van Mutu. Zijn actieve voetballoopbaan dooft straks als een nachtkaars. Adrian Mutu? Dat is toch die speler van dat cocaïne-incident? Ja, dat is hij. De speler die liever zijn neus – ook voor goals, maar vooral voor het witte goud – dan zijn voeten liet spreken.

Mutu is de Patrick Kluivert van Roemenië. Levend op de statistieken, wachtend tot zijn naam op het voetbalkerkhof wordt begraven door een superspits die wél altijd voor zijn sport heeft geleefd. Wacht maar tot een Roemeense Robin van Persie zich aandient. Roemenië en Frankrijk leven niet meer voor jou, Adrian Mutu. Vraag het maar na aan Marco Borsato.