Waar ging het mis met FC Parma? Een reconstructie

FC Parma is een week verwijderd van faillissement. Als de kersverse nieuwe eigenaren niet snel met veel geld over de brug komen, is het voor de tweede keer sinds 2003 over en sluiten voor de club. Hoe kon het ooit zo ver komen? Over sluwe Italianen, Albanese criminelen en 135 contractspelers.

Afgelopen vrijdag verkocht Rezart Taci, de schimmige Albanese zakenman die in december FC Parma had opgekocht, zijn club alweer. Voor het symbolische bedrag van één euro nam een groep investeerders onder leiding van Fiorenzo Alborghetti, directeur van een groot Italiaans bouwbedrijf, de zieltogende club over. Als zij binnen een week geen vijftien miljoen euro aan betalingsachterstanden (waaronder spelerssalarissen) betalen is FC Parma, dat met slechts negen punten eenzaam laatste staat in de Serie A, net als in 2003 failliet. Alborghetti en de zijnen zeggen dat het ze gaat lukken, “maar het wordt een race tegen de klok”.

Vorig seizoen werd FC Parma nog knap zesde in de competitie, maar niet veel later begonnen de problemen aan het licht te komen. Doordat eigenaar Tommaso Ghirardi de salarissen van zijn spelers niet meer kon betalen werd de club uitgesloten van deelname aan de Europa League en er bleek een schuld van 175 miljoen euro te zijn. Na een onthutsend zwakke eerste seizoenshelft verkocht Ghirardi zijn club aan Taci, een man met een zweem van criminaliteit om zich heen. Die deed zijn nieuwe speeltje, met een uitzichtloze financiële situatie, dus snel weer van de hand. Hoe heeft het zo mis kunnen gaan met Parma? We nemen je mee terug naar de jaren negentig.

Gat in de hand

Ver vóór de Abramovichen en Al Khelaifi’s was er bij FC Parma de zuivel- en voedselproducent Parmalat. In 1991 nam het bedrijf de club over en Calisto Tanzi, oprichter van Parmalat, had grote plannen. Hij wilde de gevestigde orde uit Milaan, Turijn en Rome gaan bestrijden en de beste club van Italië bouwen. In 1992 won FC Parma meteen de Coppa Italia door in de finale Juventus met 2-1 te verslaan, een jaar later won de club de Europa Cup 2, gevolgd door de UEFA Cup in 1995. De succesvolle coach Nevio Scala haalde nog wat prijzen binnen voor hij in 1996 plaats maakte voor een jonge Carlo Ancelotti.

Met het geld van Parmalat had de club topspelers als Enrico Chiesa, Lilian Thuram, Mario Stanic, Hernán Crespo, Dino Baggio, Fabio Cannavaro en Thomas Brolin binnengehaald, terwijl de toekomst met talenten als Gianluigi Buffon, Gianluca Triuzzi en Simone Barone rooskleurig leek. In het seizoen 1996/1997 bereikte Parma dan ook haar beste resultaat in de Serie A ooit: de tweede plaats, met slechts twee punten achterstand op Juventus. Een jaar later werd Ancelotti vervangen door Alberto Malesani, die de club in het seizoen erop naar een Coppa Italia, UEFA Cup en Supercoppa Italiana leidde.

Vlak voor de millenniumwisseling werden Tanzi en Malesani echter overmoedig. Ze gaven tientallen miljoenen uit aan dure spelers als Juan Sebastian Verón, Faustino Asprilla, Diego Fuser, Márcio Amoroso en Ariel Ortega. In de zomer van 2000 betaalden ze nog eens 25 miljoen voor Savo Milosevic en 17 miljoen voor Sergio Conceição, terwijl ook Sabri Lamouchi, Johan Micoud en Patrick M’Boma voor flinke sommen naar de nieuwe Italiaanse topclub met de grote ambities kwamen.

De lange weg terug

Het kon allemaal niet goed gaan en toen Parmalat financieel in zwaar weer terechtkwam (Tanzi liet 800 miljoen euro in eigen zak verdwijnen) en Tanzi eind 2003 een stap terugdeed knapte de bubbel plotseling. Er was geen geld meer, maar de selectie met vedetten als Claudio Taffarel, Hidetoshi Nakata en Lamouchi was peperduur. Parma kon nog maar één ding doen: faillissement aanvragen. Een vreemde tijd brak aan, waarin de club na een doorstart onder financieel toezicht van de overheid stond. Talenten als Alberto Gilardino, Adriano, Daniele Bonera en Mark Bresciano werden dragende krachten en voor zo veel mogelijk geld verkocht.

Na vette jaren onder Parmalat moesten de supporters van FC Parma door het mismanagement van de oude leiding nu lijdzaam toezien hoe hun club vocht tegen degradatie. Het grote geld had er voor gezorgd dat ze een paar mooie jaren konden beleven, maar uiteindelijk was de club alleen maar slechter af. Parma leek gedoemd tot een anonieme rol in het Italiaanse voetbal, pendelend tussen Serie A en Serie B, als ze geluk hadden. Maar toen verscheen er in 2006 opeens hulp uit onverwachte hoek: de oude rivaal Juventus had samen met AC Milan, Fiorentina, Lazio en Reggina een bom onder het Italiaanse voetbal geplaatst. Juventus werd teruggezet naar de Serie B en de andere clubs kregen flinke puntenstraffen, vanwege verregaande omkopingspraktijken.

De Ghirardi-jaren

Op 24 januari 2007, een half jaar nadat het Calciopoli-schandaal het Italiaanse voetballandschap ingrijpend veranderde, nam de zwaarlijvige zakenman Tommaso Ghirardi FC Parma over. Ghirardi rook zijn kans in de verzwakte Serie A, om zijn favoriete club weer in haar oude glorie te herstellen. Hij zorgde ervoor dat de club niet langer onder controle van de overheid stond en voorzag Parma weer van hetgeen ze zo hard gemist hadden sinds 2003: geld. Ghirardi investeerde in een nieuwe coach, de ervaren Claudio Ranieri, en ervaren spelers als Fernando Couto en Ferdinand Coly. FC Parma werd twaalfde, maar met slechts drie punten meer dan Chievo Verona op de achttiende plaats, onder de degradatiestreep.

Ghirardi ontsloeg Ranieri en stelde de jonge Domenico di Carlo aan. Bovendien haalde hij er met Cristiano Lucarelli en Bernardo Corradi nog wat routiniers bij. Dit keer ging het echter net wél mis, ze kwamen nu drie punten tekort om degradatie te ontlopen. Het Calciopoli-schandaal had FC Parma wat ademruimte gegeven, maar te weinig om uiteindelijk toch niet af te dalen naar de Serie B. Ghirardi gaf zich echter niet gewonnen. Hij verkocht de dure krachten voor veel geld, haalde slim wat talentvolle vervangers en de club promoveerde direct weer naar de Serie A.

In 2010 was Parma terug waar het hoorde en werd het meteen achtste, net één plaats te laag om Europees voetbal te halen. De jaren erna werd de club twaalfde en tiende, waarna 2013/2014 voor het eerst in jaren weer deed terugdenken aan de Parmalat-tijd. Onder leiding van sterspeler Antonio Cassano werd de club knap zesde en plaatste het zich voor de Europa League. De toekomst leek rooskleurig, maar ook Ghirardi’s imperium stortte in.

Terug bij af

Afgelopen zomer bleek dat Ghirardi, om zijn club weer terug in de Italiaanse subtop te brengen, net als Parmalat uit de bocht gevlogen was. Hij kon de salarissen van zijn spelers niet meer betalen, waardoor de club zelfs verboden werd om mee te doen aan de Europa League. Ghirardi had van FC Parma een handelshuis gemaakt dat zijn weerga niet kent, zelfs niet bij doorvoerhuis Udinese. Momenteel heeft de club 135 spelers onder contract staan, waarvan er 110 verhuurd zijn. FC Parma is eigenaar van in totaal veertien keepers! De club heeft verder nog deels eigendomsrechten op dertien andere voetballers.

Onder die 135 voetballers zijn er echter geen elf te vinden die ervoor kunnen zorgen dat FC Parma presteert op het veld. De ploeg staat al zo’n beetje het hele seizoen roemloos laatste in de Serie A en trainer Roberto Donadoni moet werken met een door de salarisonthouding gedemotiveerde selectie. Ghirardi had met wat boekhoudkundige trucs de enorme schulden van zijn club afgelopen zomer nog weten te verbloemen, maar moest uiteindelijk concluderen dat het sprookje voorbij was. Na een mooie wederopstanding is FC Parma weer terug bij af, degradatie lijkt onafwendbaar. Ghirardi verkocht de club in december aan de eerste de beste bieder: Rezart Taci.

Criminele Albaniër

Calisto Tanzi en Tommaso Ghirardi waren typisch Italiaanse louche zakenlui, maar Rezart Taci is van een heel ander kaliber. De Albanese multimiljonair is de oprichter van Taci Oil en eigenaar van een aantal andere succesvolle bedrijven en probeert al jaren voet aan wal te krijgen in de Serie A. FC Bologna en AC Milan wilden eerder al niet in zee met hem, wat misschien zou kunnen komen door de vele aanklachten aan het adres van Taci, voor belastingontduiking, het bewusteloos slaan van een journalist, het witwassen van geld en banden met de maffia.

Taci, volgens sommigen gesteund door onbekende Russische investeerders, wilde de puinhoop van Ghirardi wel even opruimen. Hij had zich waarschijnlijk niet helemaal ingelezen in zijn nieuwe club, of volledig vertrouwd op de creatieve boekhouding van zijn voorganger. In het begin moet Taci, die niet bepaald veel in contact kwam met de media tijdens zijn Parma-tijd, zijn hoop gevestigd hebben op de winterse transferperiode. Al gauw kwam hij er echter achter dat het onbegonnen werk was. Door de schuld van 175 miljoen euro móest Taci wel verkopen, en dus werden Paolo De Ceglie, Gabriel Paletta, Andrea Rispoli, Afriyie Acquah, Nicola Pozzi en Felipe van de hand gedaan. Cassano liet zijn contract ontbinden en is liever clubloos dan dat hij bij Parma blijft.

Nieuwe eigenaar

Rezart Taci, jarenlang dromend van zijn eigen Serie A-club, had het zich allemaal anders voorgesteld. En dus zette de halve maffioos zijn aandelen in FC Parma al na iets meer dan een maand te koop, voor één euro. Op het eerste gezicht een bizarre actie van een vreemde, ongeduldige eigenaar, maar gezien de financiële situatie bij zijn club is het begrijpelijk dat hij het voor gezien houdt. Hij neemt liever nu zijn verliezen, dan dat hij de door en door verrotte club hem nog meer geld laat kosten. Fiorenzo Alborghetti is nu de ‘manager of reference’. Hij is hard bezig vijftien miljoen euro bij elkaar te krijgen om de eerste storm te overleven, daarna (als er een daarna is) heeft hij de loodzware taak om Parma weer gezond te maken.

De Parma-supporters, na de mooie Parmalat-jaren en een paar maanden geleden hoopvol na een prachtige zesde plek, zitten ondertussen hoofdschuddend in het stadion. Hun club is hard op weg naar het tweede faillissement en staat stijf laatste met zes punten achterstand op AC Cesena. Hun club heeft dit seizoen al 179 spelers gehaald en 205 spelers laten gaan. Met wat in januari gehaalde huurlingen (Antonio Nocerino, Sylvestre Varela, Cristian Rodríguez en de geblesseerde Albaniër Andi Lila…) moet de kwaliteitsarme selectie proberen het gat van tien punten met de degradatiestreep zien te slechten.

Als de club na de komende week nog bestaat, natuurlijk. Als dat lukt is het de grote vraag wat er van het roemruchte FC Parma moet worden, maar de kans is groot dat het voormalig bolwerk dan clubs als Perugia en Brescia achterna gaat. De club die eigenlijk al vanaf eind jaren negentig meer geld uitgaf dan er binnenkwam heeft het met allerlei rijke eigenaren nog lang volgehouden, maar het doek lijkt nu echt te zijn gevallen. FC Parma zit zo diep in problemen dat de club nooit meer zonder investeerders zal kunnen overleven. Het is de tragische schaduwzijde van succesverhalen als Chelsea en Paris Saint-Germain.

Foto bovenaan: FC Parma viert de UEFA Cup-winst van 1999. Bron: przegladsportowy.pl.