Waarom die Gazprom-reclame zo bloedirritant is
Força FC Porto, een voorbeeld voor de Eredivisie
Oog in oog met Estadio do Dragão voelt een mens zich nietig. Het enorme stadion torent zo hoog boven je uit dat je plotseling snapt hoe een mier zich voelt naast de neus van Zlatan Ibrahimovic, en het uitzicht is zo adembenemd uitgestrekt en mooi dat je opeens begrijpt hoe Vasco Da Gama zich voelde toen hij de Indische Oceaan voor zich zag opdoemen. Even slikken. Je kunt er alleen maar stil van worden en alles in je opnemen. Het stadion is vrijwel geheel open, waardoor je vanaf buiten de binnenkant in volle glorie kunt zien. Een wedstrijd daar beleven, met dat prachtige uitzicht op de achtergrond, moet fantastisch zijn. Oog in oog met Estadio do Dragão denk je eigenlijk maar één ding: hier moet wel een hele bijzondere club voetballen.
Football has gone mad, behalve… de Italianen?!
Terwijl de Juventus-bazen in het vliegtuig zaten op weg naar Manchester om te onderhandelen over Carlos Tévez, nam de clubleiding van Southampton FC een vlucht de andere kant op, richting Italië. Rome om precies te zijn. Terwijl de Juventus-bazen twaalf miljoen op tafel legden voor de Argentijnse superster, drievoudig Engels landskampioen en Champions League-winnaar van 2009, zakte de tafel van de AS Roma-directie bijna door onder het gewicht van twintig miljoen (!) euro die Southampton vuil wilde maken aan een bijna even oude Italiaanse spits die nog nooit iets won en vooral heel veel problemen veroorzaakte: Pablo Osvaldo. De situatie is tekenend voor de huidige verhoudingen op de transfermarkt. Veel clubs willen miljoenen betalen voor tussen aanhalingstekens mindere goden, maar de Italiaanse clubs halen ondertussen voor spotprijsjes wereldtoppers in huis. In een voetbalzomer waarin heel Europa de portemonnee leegstort over de transfermarkt, kunnen veel clubs een voorbeeld nemen aan de slimme inkopen die ze ondertussen in Italië aan het doen zijn.
Blatter niks beter dan Erdogan? Wat zijn camera’s niet filmen
Terwijl Andrés Iniesta, Neymar, Andrea Pirlo en Keisuke Honda tientallen FIFA-camera’s op zich gericht hebben en de wereld proberen te laten zien wie de beste is op het ‘mini-WK’, de Confederations Cup, staan er buiten de stadions honderden mensen die wellicht nooit op tv zullen komen. Behalve misschien als ze, neergeschoten met rubberen kogels en als ongedierte verdelgd met traangas van een weg af gesleept worden richting een ambulance. Op het moment dat Neymar de Brazilianen in Estádio Nacional Mané Garrincha in Brasilía en achter de televisies verspreid over het hele, enorme land liet juichen, was er voor zijn landgenoten buiten het stadion bitter weinig om blij mee te zijn. Terwijl de Braziliaanse elf streden tegen de Japanners, streden deze, volgens ESPN 200 en volgens BBC Sport duizend, demonstranten tegen hun eigen landgenoten. Dertig raakten er gewond doordat de politie traangas en rubberen kogels op hen loslieten. De demonstranten baalden van de enorme kosten die de Confederations Cup en het WK van volgend jaar met zich meebrengen. De FIFA – met de mond vol van ‘respect’ en ‘fair play’ – liet het allemaal gebeuren. Als er maar gewoon doorgevoetbald kon worden.
De revanche van Arsène Bonaparte
Daar zit hij dan, op een stoeltje in São Paulo. Aan een bureau. Flink aan het onderhandelen over een contract met één of andere ongetwijfeld lichtelijk gestoorde, temperamentvolle Zuid-Amerikaanse voorzitter. Vijfentwintig jaar oud is hij nog maar, nu al bestempeld als ‘mislukt’. Maar nog steeds niet zo hard mislukt dat een Braziliaanse topclub hem lekker bij het grof voetbalvuil laat liggen. Nog niet zo hard mislukt dat hij naar de woestijn moet, om de hoop op een glansrijke carrière in het zand te begraven en vervolgens een zwembad vol bankbiljetten in te duiken. FC São Paulo wil de middenvelder heel graag contracteren, zelf moet hij er nog even een nachtje over slapen. Misschien verlangt hij nog naar vroeger tijden, misschien mijmert hij tussen de mooie praatjes van de Braziliaanse voorzitter door over hoe het allemaal anders had kunnen lopen.
Dossier Doyen Sports, deel twee
Een paar dagen geleden [maandag 10 juni] berichtten wij van Buitenkant Voet al over de transfer van Radamel Falcao. Daar lijkt namelijk een luchtje aan te zitten. Het luchtje van het spreekwoordelijk stinkende geld. Investeringsmaatschappij Doyen Sports is namelijk deels eigenaar van de Colombiaanse spits. Daardoor had (en heeft) noch El Tigre zelf, noch zijn oude club Atlético Madrid veel te vertellen. Wij vonden het zo’n vreemde zaak dat we het fenomeen Doyen Sports nog wat verder hebben onderzocht.
Circus Doyen met El Tigre als hoofdact
Geld in de voetballerij. Het is een cliché-onderwerp geworden. Spaanse clubs worden indirect overeind gehouden door de Europese belastingbetaler, terwijl de gemiddelde Rus of Arabier in zijn eentje een hele club (of zelfs meerdere) kan laten draaien. En niet met de minste spelers. Het meest recente voorbeeld van de oliedollar-tsunami in de voetballerij is AS Monaco. De Franse club, die afgelopen seizoen promoveerde naar de Ligue 1, is overgenomen door een man die zijn dochter een appartement van 88 miljoen dollar cadeau doet.






