Column: Schaamte voor Rusnák

Bij FC Groningen is het feest want de provincieclub veroverde met de KNVB Beker voor het eerst een hoofdprijs. Stan vraagt zich in zijn maandagcolumn af of dit op legitieme wijze gebeurde.

Ik zou van alles over de bekerfinale tussen PEC Zwolle en FC Groningen willen schrijven. Hoe het aan Real-Atlético-achtige opstootjes ontbrak (Broerse had heel even ruzie met Chery). Waarom ik het idee had dat ik naar een thuiswedstrijd van een grote club zat te kijken (Het aanmoedigende ‘Zwolle..!’ was nauwelijks van Groningens ‘Boerûh..!’ te onderscheiden). Hoe Ron Jans in de dagen voor de finale enthousiaster de pers te woord stond dan Erwin van de Looi. De trainer van Groningen stond er kort na het eindsignaal bij alsof hij zenuwachtig was voor een finale die op het punt van beginnen stond, terwijl Jans kort voor de aftrap er, als je het geluid van de televisie uitzette maar misschien zelfs als je het gewoon liet aanstaan, uitzag als een trainer die net de WK-finale had gewonnen. Ik zou graag willen schrijven over de Groningen-supporters op de Grote Markt waarvan de helft waarschijnlijk de goals niet eens goed had kunnen zien, maar het grootste en meest authentieke voetbalfeestje in jaren vierde.

Ik moet het terzijde schuiven, want ik kan helaas om één persoon niet heen: Albert Rusnák. Wat een fenomenaal hinderlijk kapsel. Ik begreep opeens de pijn van de PEC-spelers na afloop. Ik snap opeens het stijve ‘gefeliciteerd, Groningen’ van Jans voor de camera van FOX. Ik begrijp opeens de 25.000 verongelijkt en teleurgesteld afgedropen Zwollenaren. Zij wisten allemaal: Rusnák had niet speelgerechtigd mogen zijn. Rusnák had op de vooravond van de finale, toen Jans een glaasje wijn dronk en zijn lunchpakketje voor in de bus klaarmaakte, in een pot lichtgele verf gehangen.

Ik zag Rusnák zijn goals maken maar kreeg er niet veel meer van mee dan de mensen op de Grote Markt; ik werd afgeleid. Ik zag hem uitzinnig van vreugde over het veld van De Kuip rennen, maar werd afgeleid. Ik dacht maar één ding: had niet mogen tellen.

Van de Looi kwam na de wedstrijd voor de camera en keek geen greintje vrolijker dan twee uur daarvoor. Opeens viel het kwartje. Van de Looi had Rusnák zondagochtend in de bus zien stappen en was zich kapot geschrokken. Hij had zich op de bijrijdersstoel in de spelersbus gelukkig geprezen dat de ramen geblindeerd waren. Aangekomen in Rotterdam had hij, nadat hij Rusnák zag uitstappen, nog twee minuten geveinsd dat hij iets in zijn rugzak zocht zodat hij niet bij hem in de buurt zou komen te lopen en tijdens het oplezen van de opstelling had hij op zijn papiertje gekeken alsof hij moeite had met de uitspraak. Na de 1-0 had Van de Looi gedaan alsof het de 1-1 tegen Go Ahead Eagles betrof. Voor de camera van FOX had hij kort na de bekerwinst zo onopvallend mogelijke antwoorden gegeven. Dit allemaal omdat hij doodsbang was voor die ene vraag: had Rusnák met dat kapsel überhaupt mogen spelen?

Foto bovenaan: nu.nl.