De Belgen zijn beter dan wij

Belgium-celebrate-v-Holland_2812230

11 juli 2010, Johannesburg. Onze glorieuze natie staat in de finale van het Wereldkampioenschap voetbal. Onder meer Brazilië en Uruguay zijn door ons snoeiharde schopteam geslacht en het beste team op aarde, Spanje, is het enige elftal dat ons nog van eeuwige roem af kan tiqui taca-en. Hét moment, dit is de ultieme kans om eindelijk eens de beste van de wereld te worden. We benutten die kans niet. Als Iker Casillas zijn teennagels een dag eerder geknipt had, had de leeuw niet in z’n hempie gestaan, maar nu wel. We zijn in rouw, maar de trots overheerst en Nederland viert feest met de tweede plaats. We zijn in ieder geval beter dan alle anderen. Beter dan Duitsland en al helemaal beter dan onze Zuiderburen, die sneue Belgen die niet eens meededen. Ze waren vierde geworden in de kwalificatiegroep, achter Spanje, Bosnië-Herzegovina en Turkije. Zelden is het verschil tussen Nederland en België zo enorm groot geweest.

15 augustus 2012, Brussel. Onze glorieuze natie is niet al te glorieus in de pan gehakt door Denemarken, Duitsland en Portugal op het EK van 2012 en probeert in een vriendschappelijke pot wat eerherstel te bewerkstelligen. Tegen wie kan dat beter dan tegen die sneue Belgen? In het Koning Boudewijnstadion treedt het team van Louis van Gaal echter niet aan tegen elf koekenbakkers. Twee jaar na het WK in Zuid-Afrika valt er niet meer te spotten met de Belgen. Onder leiding van krachtpatser Christian Benteke, Chelsea-supertalent Eden Hazard en topmiddenvelder Axel Witsel trappen de Rode Duivels het moraal van de Nederlanders nog dieper de grond in: 4-2. Plotseling wordt pijnlijk duidelijk dat de periode van Belgen-die-voetballen-uitlachen-omdat-ze-er-geen-reet-van-kunnen voorbij is.

Het is tijd om de volgende stelling te accepteren: België heeft een beter voetbalelftal dan wij. Ze hebben betere keepers (Thibaut Courtois, Simon Mignolet), véél betere verdedigers (Vincent Kompany, Thomas Vermaelen, Nicolas Lombaerts, Jan Vertonghen), meer veelzijdige middenvelders (Witsel, Marouane Fellaini, Steven Defour), flitsendere buitenspelers (Hazard, Moussa Dembélé, Kevin Mirallas, Nacer Chadli, Dries Mertens) en een offensieve middenvelder die zijn carrière niet aan het verneuken is bij Galatasaray (Kevin de Bruyne). Benteke en Romelu Lukaku beginnen bovendien uit te groeien tot wereldklasse spitsen. Om het allemaal nog pessimistischer te bekijken: de Belgen hebben ook veel grotere talenten dan wij. Maxime Lestienne, Yannick Ferreira-Carrasco, Zakaria Bakkali, Youri Tielemans, Siebe Schrijvers, Dennis Praet en Michy Batshuayi hebben een schitterende toekomst in het verschiet.

Deze vaststelling is even schrikken. Want wat hebben we genoten, al die jaren. De Belgen konden er geen zak van, hadden best wel wat leuke spelers – wat te denken van Wesley Sonck? Haha – maar merde, wat voetbalden ze slecht. Heel plezant was dat voor ons. Hoe slecht Oranje ook speelde, de Belgen waren altijd slechter. Na de dramatische veldslag tegen Portugal op het WK van 2006 schaamden we ons kapot, maar we troostten ons met de wetenschap dat de Belgen ondertussen thuis op de bank zaten te bidden dat Tom Boonen misschien nog een Tour-etappetje zou winnen. En het Casillas-moment was voor ons een nationaal trauma, maar de laatste tien voetbaljaren van de Rode Duivels waren één grote aaneenschakeling van Casillas-momenten. Waar de Duitsers weleens op ons neerkeken, keken wij neer op die Belgskes.

Maar de rollen draaien langzaam om. Het cliché “Johannesburg was onze kans om het WK te winnen” klopt. Want in Rio gaat het nooit lukken. Sneijder is veranderd in Yolanthe’s chihuahua, zonder tanden en met een mieterig blafje, en Van der Vaarts liefdesleven is een nog grotere puinhoop dan de badkamer van Mario Balotelli. Voetballen doen de twee heertjes amper nog. Nigel de Jong, Eljero Elia, John Heitinga en Maarten Stekelenburg zijn afgegleden en Louis van Gaal heeft ze vervangen door nieuw talent. Zoals de Belgen de laatste jaren ondervonden, moet dat talent eerst rijpen. Van Persie, Robben en Huntelaar doen het uitstekend, maar drie toppers zijn niet genoeg.

En dus moeten we ons voorbereiden om net als in 2012 door iedereen uitgelachen te gaan worden. Alleen is het dit keer nog veel erger. Vroeger konden we ons troosten met het idee dat de Belgen altijd nog dramatischer gepresteerd hadden, maar Hazard, Witsel, Kompany, Lukaku en Dembélé gaan dat niet nog een keer laten gebeuren. De kans dat zij in de finale staan is groter dan dat wij 2010 evenaren. We zullen het moeten accepteren: voor één keer in onze eeuwigdurende burenstrijd, zijn de Belgen beter dan wij.