NAC Breda en het Spartaanse schrikbeeld

Halloween zou zomaar eens vroeg kunnen vallen in Breda. Het onrustige NAC krijgt namelijk bezoek van Sparta Rotterdam. Dat de Kasteelheren tweede staan, maakt het al niet prettig. Maar Sparta dient toch vooral als schrikbeeld, om niet te zeggen pure horror, van hoe het vooral niet moet na een degradatie. De kans is groot dat die nachtmerrie werkelijkheid wordt.

Laten we beginnen met Sparta Rotterdam. In 1959 kampioen van de Eredivisie en op de eeuwige ranglijst (gerekend vanaf 1956) nog altijd vijfde achter Ajax, PSV, Feyenoord en FC Twente. Maar de club uit Spangen heeft al jaren meer geschiedenis dan toekomst. In 2002 gebeurde iets, waarvan vele Spartanen hadden gedacht dat het onmogelijk was, namelijk degradatie. De stokoude, trotse club moest drie seizoenen een treetje lager spelen.

In 2005 keerde de verloren zoon terug en leek een plekje in het niemandsland tussen middenmoot en degradatie gevonden te hebben. Maar het seizoen 2009-2010 was een bizarre jaargang voor Sparta. De kwartfinale van de beker werd behaald, maar in de competitie kwam de ploeg van trainer Aad de Mos (als opvolger van de in april 2010 ontslagen Frans Adelaar) niet verder dan plek nummer zestien. In de nacompetitie ging het lang goed, totdat er een dubbele stadsderby met Excelsior op het menu stond. Daarvan wordt menig Spartaan nog schreeuwend wakker.

Na de 0-0 in Kralingen, kon Sparta de klus op het eigen Kasteel klaren. In de blessuretijd van de tweede helft kwam die vurig gewenste goal, dankzij Rydell Poepon. Maar terwijl de champagneflessen in Spangen al openknalden, was daar Guyon Fernandez. De Excelsior-spits zorgde voor het fatale tegendoelpunt in de allerallerlaatste seconde van de wedstrijd. Excelsior promoveerde, Sparta degradeerde. En kwam tot op de dag van vandaag nog niet terug.

Sinds die historische, fatale dag in 2010 hebben zich bij het Kasteel zoveel spelers, trainers en ander personeel gemeld, dat er niet genoeg stoeltjes in het stadion zijn. Na de mislukte missie van De Mos, werd Sparta getraind door Jan Everse, Jos van Eck, Michel Vonk, Arjen van der Laan, Henk ten Cate, Adrie Bogers, Gert Kruys, Peter van den Berg en Alex Pastoor. Na vele, vele keren opnieuw beginnen, lijkt het positivisme dit seizoen voorzichtig terug te keren ten koste van het opportunisme en het kortetermijndenken. Voor zolang als het duurt, uiteraard.

De degradatie van NAC Breda was lange tijd niet een kwestie van ‘of’, maar van ‘wanneer’. Werd de ploeg onder leiding van Ernie Brandts in 2007-2008 nog derde, daarna ging het bergafwaarts. Na een achtste en tiende plek, drie keer de dertiende plek en een vijftiende plek, waren de Brabanders vorig seizoen veroordeeld tot de play-offs. Roda JC bleek daarin te sterk.

Bij NAC Breda is het al heel lang onrustig. Financiële problemen bedreigen de club al langere tijd. Ook de onrust in de directie doet de club geen goed. Zo was er het plotselinge, en voor velen onbegrijpelijke, ontslag van technisch directeur Jeffrey van As. Het aanstellen van de onervaren Graeme Rutjes bleek ook geen succes. Ook werd er vaak gewisseld van trainer. In 2010 was Robert Maaskant trainer, vervolgens waren Gert Aandewiel, John Karelse, Adrie Bogers, Nebojsa Gudelj en Eric Hellemons eindverantwoordelijk. Waarna Maaskant terugkwam, degradeerde, vertrok, terugkwam en weer werd ontslagen.

Momenteel staat NAC Breda zesde. Het ligt dus voor de hand om te zeggen dat de kans op een snelle terugkeer nog zeker aanwezig is. Maar met de onrust op meerdere vlakken is het goed mogelijk dat de Brabanders promotie voorlopig uit het hoofd kunnen zetten. Daarmee krijgt het in Sparta dit weekend het ultieme schrikbeeld op bezoek.