Op zoek naar de nieuwe Ronaldo

Het is zo’n beetje het meest genoemde kritiekpunt op het huidige Braziliaanse elftal: ze missen een echte samba-spits. De traditie van Leonidas da Silva, Vavá, Pelé, Jairzinho, Romário en Bebeto eindigt bij Ronaldo. Waar is zijn opvolger?

Striemend. Zo kon je het fluitconcert voor Fred op 7 juli noemen, als je van clichés houdt. En als het cliché ooit treffend was, dan was het nu wel. Bij een vernederende achterstand tegen Duitsland daalde de furie van een naar een wereldtitel hunkerende natie neer op de eenzame spits die nog geen bal goed geraakt had. Ze hadden beter hun verdedigers en keeper kunnen uitfluiten voor de totale wanorde in het eigen strafschopgebied, maar toch was de hoon voor Fred wel begrijpelijk.

De meeste Brazilianen herinneren zich namelijk nog de tijd dat de Seleçao de grootste schrik van de internationale velden in de spits kon opstellen. Razendsnel, de bal altijd perfect onder controle, dodelijk voor de goal. Een fenomeen: Ronaldo. In 2002, toen het Brazilië voor het laatst lukte de wereldbeker te veroveren, was O Fenomeno – met de eveneens sublieme Rivaldo als partner – de man die de wereld deed twijfelen: was deze man net zo goed als de legendarische Pelé?

Door blessures en een niet altijd perfecte discipline lukte het Ronaldo niet om een even mythische status als die van Pelé te bereiken, maar hij staat wel met trots in een lange traditie briljante Braziliaanse spitsen. Die begon bij de eerste donkere sterspeler in de historie van het voetbal, Arthur Friedenreich, die tussen 1909 en 1935 liefst 1329 goals zou hebben gemaakt. Vervolgens was Leonidas da Silva, uitvinder van de omhaal, de wonderspits om later opgevolgd te worden door Vavá, Pelé, Jairzinho, Bebeto, Romário en uiteindelijk Ronaldo en Rivaldo.

Daar is de traditie voorlopig piepend tot stilstand gekomen. Adriano mislukte en werd veel te dik, Diego Tardelli bleef eeuwig een talent, Guilherme mislukte in Oekraïne, Keirrison in Barcelona en ook André heeft het niet waargemaakt. Verder heeft Robinho nooit alles met z’n immense talent gedaan, speelt Diego Costa voor Spanje en zit Nilmar in de woestijn. Welke opties zijn er over voor Brazilië’s nieuwe bondscoach Dunga?

Neymar, FC Barcelona, 05-02-1992

Neymar in betere dagen, met de Confederations Cup in handen. Foto: tipsteacher.com.

Neymar in betere dagen, met de Confederations Cup in handen. Foto: tipsteacher.com.

 

Neymar is met gemak de talentvolste speler die de Brazilianen hebben. Door velen wordt hij gezien als een opvolger van Ronaldo en zelfs Pelé, en qua pure klasse is die vergelijking zo vreemd niet. Maar anders dan zijn illustere voorgangers is Neymar geen spits. Je kunt hem eerder zien als een erfgenaam van Garrincha of Ronaldinho. Of hij een echte spits kan worden is zeer de vraag, maar wellicht het proberen waard.

Neymar is snel, briljant aan de bal en heeft op 22-jarige leeftijd al bewezen heel veel goals op het hoogste niveau te kunnen maken. Probleem is echter zijn fysiek, die ontoereikend is om de strijd aan te gaan met de beste centrale verdedigers ter wereld. Daarom zou Dunga misschien Brazilië’s klassieke 4-4-2 in ere kunnen herstellen en Neymar kunnen laten schitteren als spits naast een wat sterkere aanvalspartner.

Hulk, Zenit Sint-Petersburg, 25-07-1986

O Incrivel Hulk. Foto: espnfc.com

O Incrivel Hulk. Foto: espnfc.com

 

Die sterke spits zou misschien Hulk kunnen zijn. Waar Neymar onder Luis Felipe Scolari excelleerde op de linkerflank, was Hulk aan de rechterkant veelal onzichtbaar. De rushes waarmee hij bij FC Porto beroemd werd liet hij nog zelden zien, net als de kanonskogels op doel. Bij Zenit Sint-Petersburg lijkt hij niet helemaal goed op zijn plek te zijn en dat gevoel neemt hij mee naar het Braziliaanse elftal.

Als Dunga Hulk weer aan de praat krijgt kan hij nog altijd een goede spits zijn. Hij is ijzersterk, snel, heeft een goed schot en een behoorlijke techniek. Normaal gesproken alle ingrediënten voor een goede samba-spits. Maar die ingrediënten had Adriano ooit ook, wat zien we nog van hem? Het is voor Brazilië en hem zelf te hopen dat Hulk de tragische Adriano niet achterna gaat de vergetelheid in.

Vinícius Araújo, FC Valencia, 22-02-1993

Vinícius Araújo in actie voor een Braziliaanse jeugdelftal. Foto: plazadeportiva.com.

Vinícius Araújo in actie voor een Braziliaanse jeugdelftal. Foto: plazadeportiva.com.

 

Met een talent als Vinícius Araújo moet je voorzichtig zijn. Door sommigen wordt hij heel hoog aangeslagen en zijn zeven goals in zestien wedstrijden in het shirt van Cruzeiro (de club van Ronaldo!) waren voor Valencia genoeg om afgelopen januari 3,5 miljoen euro voor hem neer te tellen. Maar veel heeft Araújo, die snel, technisch vaardig en een goede afmaker is, nog niet bewezen.

Bovendien heeft hij bij zijn club met landgenoot Jonas, nieuweling Rodrigo en groot talent Paco Alcácer veel concurrentie in de spits. Toch was hij in 2013 mede topscorer op het prestigieuze toernooi van Toulon, gewonnen door Brazilië, met drie doelpunten en werd hij al landskampioen met Cruzeiro. Met een beetje geluk kan Araújo de Brazilianen dus eindelijk hun nieuwe topspits schenken. De weg is echter nog heel, heel lang.

Leandro Damião, FC Santos, 22-07-1989

Het probleemkind van het Braziliaanse voetbal: Leandro Damião. Foto: trivela.uol.com.br.

Het probleemkind van het Braziliaanse voetbal: Leandro Damião. Foto: trivela.uol.com.br.

 

Hij is bij het Santos van Pelé één van de grootverdieners van de Braziliaanse competitie en met 47 goals in 123 wedstrijden is hij al jaren één van de beste spitsen van het land. Op de Olympische Spelen van 2012, toen Brazilië de finale verloor van Mexico, was Damião met zes goals in vijf wedstrijden de topscorer. De spits van de Braziliaanse toekomst leek zich gepresenteerd te hebben, maar vervolgens ging het bergafwaarts met de aanvaller.

Na een minder seizoen bij Internacional vertrok hij in 2013 naar Santos, maar ook daar was hij in zijn eerste seizoen niet overtuigend. Scolari besloot uiteindelijk dat Jô een WK-plek meer verdiende. Toch is Damião een stuk getalenteerder dan Jô en ook Fred, maar moet hij wellicht eens een Europese uitdaging aangaan. Clubs als Internazionale en Tottenham Hotspur wilden hem ooit al eens halen, maar altijd bleef hij in Brazilië, waar hij ook op halve kracht prima mee kan. Dunga is er bij gebaat dat Damião de komende jaren probeert door te groeien.

Elkeson, Guangzhou Evergrande, 13-07-1989

De Chinese sensatie: Elkeson. Foto: scmp.com.

De Chinese sensatie: Elkeson. Foto: scmp.com.

 

De underdog. Elkeson is in Europa niet heel bekend, ondanks interesse van Napoli en Internazionale, maar is in Azië een hele grote meneer. In het Guangzhou Evergrande van Marcello Lippi, met Alessandro Diamanti en Albert Gilardino in het elftal, is deze Braziliaan de uitblinker. In januari van 2013 kaapten de Chinezen hem voor 6,5 miljoen weg bij Botafogo, inmiddels heeft hij in 63 officiële wedstrijden 49 goals en 19 assists geproduceerd.

Elkeson is snel, technisch vaardig, laat zich niet makkelijk omver duwen en scoort dus heel veel doelpunten. In zijn Botafogo-tijd zat hij al één keer bij de Seleçao, maar speelde hij niet. Inmiddels is hij het bewijs dat je als jonge speler in China ook door kunt groeien als talent, zoals Hulk dat ooit in Japan liet zien. Momenteel scoort Elkeson in de al bezig zijnde Chinese Super League één keer per 81 minuten, dat is vaker dan Lionel Messi en Cristiano Ronaldo afgelopen seizoen. Wellicht mag hij het binnenkort in Europa en de Braziliaanse selectie proberen.

Gabriel Barbosa, FC Santos, 30-08-1996

Gabigol in actie op de training bij Santos. Foto: imguol.com

Gabigol in actie op de training bij Santos. Foto: imguol.com

 

Toen Neymar vorige zomer naar Barcelona vertrok moest heel Brazilië op zoek naar een nieuw wonderkind om te vertroetelen. Hij werd al snel gevonden bij opnieuw Santos: Gabriel Barbosa. Volgens zijn manager heeft ‘Gabigol’ er in de jeugd al zeshonderd in geschoten en op zijn zeventiende heeft hij al negentien wedstrijden in het eerste meegedaan. Hij maakte vier goals.

De vergelijking met Neymar gaat echter niet volledig op. Volgens kenners is hij meer een type Sergio Agüero, wat geblokter en fysiek sterker, maar wel met een briljante balbehandeling en – zijn bijnaam zegt het al – een neusje voor doelpunten. Toen Barcelona Neymar aantrok nam het direct een optie op deze aanvaller en dat is meteen het grote gevaar. Gaan ze hem het Neymar-traject laten bewandelen, of gaan ze zijn loopbaan om zeep helpen zoals ze eerder met Keirrison deden?

Alexandre Pato, FC São Paulo, 02-09-1989

Het lijkt alweer zo lang geleden: Alexandre Pato juichend in het shirt van Brazilië. Foto: refleksija.me.

Het lijkt alweer zo lang geleden: Alexandre Pato juichend in het shirt van Brazilië. Foto: refleksija.me.

 

Nog niet zo lang geleden had hij Europa aan zijn voeten. Hij was basisspeler bij AC Milan, stond in de belangstelling van zo’n beetje alle andere topclubs en liep met de dochter van Silvio Berlusconi aan zijn arm rond. Nu, vele blessures later, is de man die op 17-jarige leeftijd voor 22 miljoen naar Italië gehaald werd aan de slag bij São Paulo.

Velen hebben de hoop dat het ooit nog wat wordt met Pato allang opgegeven en hij zat niet voor niets in ons elftal der mislukte talenten. Maar toch… Hij is met zijn 24 jaren nog steeds jong en we weten allemaal wat een briljante dribbelaar hij kan zijn. Bovendien scoorde hij in zijn beste dagen ook makkelijk. Als het Pato lukt ooit weer zijn beste vorm te bereiken kan hij qua puur talent rivaliseren met Neymar. En is hij qua fysiek meer geschikt als centrumspits.

Ademilson, FC São Paulo, 09-01-1994

Ademilson, de nieuwe Luis Fabiano? Foto: fm-base.co.uk.

Ademilson, de nieuwe Luis Fabiano? Foto: fm-base.co.uk.

 

Ademilson is van dezelfde generatie als Araújo en spelers als Lucas Piazón, Adryan, Marquinhos en Dória. In vijftien wedstrijden voor Brazilië Onder 21 maakte hij vijf goals en bij São Paulo maakte hij sinds zijn debuut in 2012 zes goals. Geen grootse productiviteit, maar toch wordt hem een grote toekomst toegedicht. Zelf vergelijkt hij zich liever niet met Ronaldo, maar met zijn grote voorbeeld Luis Fabiano, nu teamgenoot bij São Paulo. Ademilson is meer een harde werker dan een echte sambaspits.

Waarom staat hij dan toch in dit rijtje? Omdat hij wellicht de moderne Braziliaanse spits kan worden. In een voetbalwereld waar het twee spitsen-systeem zelden nog wordt gebruikt en werkpaarden als Mario Mandzukic of Robert Lewandowski aan een opmars bezig zijn, zal Dunga (hem kennende is die kans groot) wellicht een zelfde soort spits zoeken. En dan heb je aan de snelle, onvermoeibare Ademilson een goeie. Het is triest om te moeten zeggen, maar misschien is Ademilson de Braziliaanse spits van de toekomst.

Conclusie

Om een nieuwe Ronaldo te vinden zal Dunga hoe dan ook een kunstgreep moeten toepassen. Een kant en klare Braziliaanse superspits is er nou eenmaal niet en de mannen die dat kunnen worden, Vinícius Araújo en Gabriel Barbosa, zijn nog veel te jong en onervaren. Hij zal Neymar moeten omturnen tot spits of proberen Hulk, Leandro Damião of Alexandre Pato weer aan de praat te krijgen. Elkeson moet zich eerst in Europa zien te bewijzen. Elk van deze opties is een grote gok en dus kunnen we zomaar nog een paar jaar met Fred en Jô opgescheept zitten, of met de gelukkig wel wat technischer Ademilson.

Mochten al deze ondernemingen mislukken en Araújo en Gabriel niet slagen, dan zou dat zomaar het (voorlopige) einde van de lijn der grote Braziliaanse spitsen kunnen betekenen. Zelfs als dit rampscenario werkelijkheid wordt, hoeft dat nog geen reden tot paniek te zijn. Op de WK’s van 1978 (Roberto Dinamite), 1982 (Serginho), 1986 en 1990 (beiden Careca) hadden de Brazilianen telkens pragmatische, niet heel briljante spitsen. En toen, in 1994, waren daar Romário en Bebeto om de Braziliaanse liefhebbers uit hun lijden te verlossen. Ooit zal O Seleçao verlost worden van de Jô’s en de Freds.

Foto bovenaan: netflu.com.br.