Mannen wiens voeten wij kussen #1: Andrea Pirlo

Andrea Pirlo is geen voetballer. Voetballers sprinten, voetballers worden slechter als ze ouder worden, voetballers kunnen niet alles zien. Dit geldt allemaal niet voor Andrea Pirlo, want Andrea Pirlo is geen voetballer. Hij is een kunstenaar.

Grazie Andrea, grazie, grazie, grazie. Grazie vader van Andrea, grazie moeder van Andrea, grazie ziekenhuis waar Andrea is geboren, grazie panini-bakker uit het kleine dorpje Flero die de broodjes bakte waar Andrea groot en sterk van werd, grazie kleine kindjes die Andrea vroeger lieten meedoen met partijen op straat, grazie buren die Andrea niet boos wegstuurden uit hun tuinen en straten, grazie eerste coach die Andrea liet voetballen, grazie alle andere coaches die Andrea ooit lieten voetballen, grazie alle medespelers die ooit de bal naar Andrea hebben gepasst, grazie alle cameramannen en fotografen die Andrea hebben vastgelegd, grazie Deborah Roversi dat je Andrea gelukkig houdt en Andrea zijn voetbaltalent hebt laten doorgeven op zijn zoon Niccolò, grazie, grazie, grazie.

Later, als wij oud en verschrompeld zijn en onze kleinkinderen in shirts lopen van voetbalsterren die nu nog niet eens geboren zijn kunnen wij onze stramme wijsvingertjes omhoog houden en zeggen: “Maar ik heb Andrea Pirlo nog zien voetballen.” En ze zullen fucking jaloers zijn. Dat is alsof je Leonardo Da Vinci live zijn Laatste Avondmaal hebt zien schilderen. Alsof je stiekem meeluisterde terwijl Johann Sebastian Bach zijn meesterwerken aan het componeren was. Alsof je op de eerste rang zat in de stal waar Jezus geboren werd. Andrea Pirlo is de voetballende Jezus. Andrea Pirlo is een halve God op noppen die, als hij plotseling over water zou lopen, daarmee niemand zou verbazen. Blinden kunnen weer zien als Andrea Pirlo ze aanraakt, zieken genezen als hij ze een kus op hun voorhoofd geeft en als hij Fernando Torres een aai over zijn bol zou geven zou die plotseling weer kunnen voetballen.

De voetbalwetten gelden nou eenmaal niet voor Andrea Pirlo. Voetbal is een sport waarin je moet sprinten. Heel simpel. Af en toe even sprinten. Achter een bal aan, een sprintje trekken, iedereen die ooit ook maar een kwartiertje gevoetbald heeft zal het weten. Andrea Pirlo sprint niet. Dat is gewoon niet wat een Andrea Pirlo doet. Een Andrea Pirlo wandelt of jogt. Ook zie je als je voetbalt niet alles. Er zijn gewoon dingen die je niet kunt zien, mogelijkheden om een pass te geven die je ontgaan, of die je alleen van bovenaf in het stadion kunt zien. Pirlo ziet het wel. Pirlo doet dingen waarvan je achteraf pas begrijpt dat het überhaupt mogelijk was.

Nog zo’n voetbalwet die Andrea Pirlo overtreedt: hoe ouder je wordt, hoe minder goed je wordt. Pirlo wordt beter. Alleen maar beter. Sinds zijn vertrek bij AC Milan in 2011 heeft de man die in zijn privéleven omschreven wordt als een stille, ietwat verlegen anti-Balotelli van Juventus een kampioensteam gemaakt en Italië tot grote hoogte opgestuwd. De laatste voetbalwet, de essentiële voetbalwet, is ook niet van toepassing op Andrea Pirlo: om te voetballen moet je voetballen. Pirlo voetbalt niet. Pirlo maakt kunst. Pirlo degradeert alle andere voetballers tot… voetballers, en stijgt er zelf bovenuit als kunstenaar. Alle andere voetballers zijn slechts murenbekladders met een verfroller op een stokkie in vergelijking met deze Michelangelo met zijn kunstige penseel.

Toch is ook Andrea Pirlo slechts half goddelijk. In een artikel van de uitmundende voetbaljournalist James Horncastle valt te lezen hoe hij leerde vrije trappen nemen door vrij trappen-goeroe Juninho Pernambucano te bestuderen. Hij kocht dvd’s en zelfs oude foto’s van Juninho’s vrije trappen en probeerde de Braziliaanse maestro na te doen. Bal na bal vloog het trainingsveld af de bosjes in en AC Milans arme materiaalman moest die ballen steeds halen. De man was het na drie dagen beu en vond dat Pirlo het maar op moest geven. Toen, zoals Archimedes zijn Eureka-moment had, zat de Italiaanse voetbalheilige in bad en begreep hij plotseling het geheim van Juninho’s succes.

De opgewonden Pirlo reed meteen naar Milanello om zijn inzicht te toetsen. Vijf vrije trappen vlogen strak de kruising in. Een nieuwe vrije trappenspecialist was opgestaan. Het tekent de voetbalintellectueel die Andrea Pirlo is. Het is niet allemaal door God gegeven talent, hij koppelt dat talent aan een gigantische intelligentie. Hij heeft zijn autobiografie zelfs Penso Quindi Gioco genoemd, ‘Ik denk, daarom speel ik’. Zo stijgt hij niet alleen uit boven de massa als voetbalkunstenaar, maar ook als voetbalwetenschapper. Zoals Leonardo da Vinci zowel de kunst als de wetenschap hoog in het vaandel had, heeft Andrea Pirlo dat ook. Andrea is een moderne homo universalis.

Hij leerde het vrije trappen nemen dan wel van Juninho Pernambucano, misschien wel de voetballer met de allermooiste naam aller tijden, maar dat betekent niet dat hij slechts een opvolger van hem is. Andrea Pirlo is niet een type-Juninho, of een type-Xavi, type-dit of een type-dat. Andrea Pirlo is een type-Andrea Pirlo. Er is niemand zoals hij. Andrea Pirlo heeft een heel nieuw type voetballer uitgevonden en is voorlopig de enige. Alleen de piepjonge Paris Saint-Germain-parel Marco Verratti mag voorlopig in de categorie type-Andrea Pirlo geschaard worden. Maar hij heeft nog heel veel te leren. Als er in de toekomst dit soort spelers boven komen drijven, zullen ze altijd met Pirlo worden vergeleken. Zoals de Argentijnen tot Messi decennia lang zochten naar de nieuwe Maradona en Braziliaanse scouts de Amazone-jungle afspeuren naar de nieuwe Pelé, gaat Italië de komende tientallen jaren wachten op de nieuwe Andrea Pirlo.

Naast dit alles is Andrea Pirlo ook nog eens de coolste persoon op aarde. Andrea Pirlo zegt bijna nooit wat maar als hij wat zegt in de kleedkamer geeft iedereen hem meteen gelijk. Als een echt Italiaans kunstenaarstype is hij ook een wijnkenner met een eigen wijnplantage die elk jaar 20.000 flessen produceert. Hij droeg ooit een doelpunt op aan Fabrice Muamba die toen net een hartaanval had gehad, terwijl Pirlo helemaal nooit iets met Muamba te maken had gehad. Hij heeft sinds een tijdje enorme baard, “want dan verspil ik geen tijd meer aan scheren“. Pirlo is cooler dan wie dan ook en wie dan ook weet dat. Pirlo is niet de beste voetballer ter wereld, niet de snelste of de sterkste. Pirlo is Pirlo en dat is veel belangrijker. Grazie Andrea. Grazie.