2022: Geen WK voor mij

Of we definitief uit elkaar zijn of dat dit slechts ‘even een break’ is, weet ik nog niet. Dat hangt van haar af. Als ze haar leven betert en sorry zegt, wie weet. Aan de andere kant, misschien is er inmiddels gewoon te veel gebeurd… 

Eerder dit jaar deed ik iets vergelijkbaars met een oude vriend van me, die ik na lange tijd plotseling weer zag: de Olympische Winterspelen. Ik had zijn komst niet helemaal aan zien komen omdat ik zijn broer de Zomerspelen laatst nog had gezien, en ze meestal niet zo kort na elkaar langskwamen. Maar nu hij er was, zag ik direct de gelijkenissen met haar, het WK voetbal. Hoe kun je weigeren naar Qatar 2022 te kijken maar wel toeschouwer zijn van de ‘sportswashing’ van China, met de concentratiekampen vol Oeigoeren? Dus ook de Olympische Winterspelen van Beijing liet ik aan me voorbijgaan.

Dat was een mooie generale repetitie. Af en toe ving ik wat flarden op over medaillespiegels en in de sportschool stond het soms aan, dus ik kreeg wel íets mee. Maar dat was niet erg. Ik keek niet, ik droeg niet bij aan een moreel failliet sportevenement. Toch is het nu een stuk moeilijker. Schaatsen volgde ik al jaren niet meer en voor schansspringen of bobsleeën ben ik sowieso nooit thuisgebleven, maar voetbal… Het interesseert me nog steeds of Oranje weer hoge ogen kan gooien, of Kylian Mbappé definitief in de voetsporen van de Braziliaanse Ronaldo treedt, of België met hun ouder wordende gouden generatie nog een prijs kan pakken en of het weer eens een land uit Afrika of Azië lukt om een rol van betekenis te spelen. Maar wat me het meest fascineert is hoe het de nationale ploeg van Qatar vergaat. Eigenlijk mis ik een goed pak slaag voor het thuisland nog meer dan een overwinning van het Nederlands Elftal. Tegelijkertijd weet ik dat zelfs als de Qatari drie keer met 5-0 verliezen, dat vrijwel niets afdoet aan het pr-succes van hun koninklijk huis.

Tijdens wedstrijden van Nederland ga ik de deur uit. Tijdens het EK van 2012, toen ik nog als beginnend journalist bezig was, ging een voetbalhatende collega fietsen over de snelweg als Oranje speelde (en er een stukje over schrijven), maar dat vind ik toch te riskant. In plaats daarvan loop ik langs de huiskamers. Families en vriendengroepen zitten naast de kerstboom een WK te kijken. De terrassen waar ik in 2010 en 2014 keek zijn leeg, iedereen zit warm binnen. Qatar heeft niet alleen mijn voetbalervaring ingrijpend veranderd, maar die van iedereen. Op straat kom ik alleen tieners in jassen van Thuisbezorgd tegen, die me vreemd aankijken. Af en toe voel ik me een soort Ebenezer Scrooge, de zuurpruim die geen Kerst viert en die van gedachten verandert als hij bij huizen naar binnen kijkt. Maar ik verander niet van gedachten. En ik ben ook niet zuur. Ik heb gekozen om me dit keer afzijdig te houden en dat voelt goed. Ik zorg ervoor dat ik voor het laatste fluitsignaal weer binnen ben. In deze kou zal er waarschijnlijk geen feest uitbreken op straat, maar je weet maar nooit. Waarom ik daar niet tussen wil staan weet ik niet precies, maar ik wil het niet.

Het niet-kijken is vervelend, maar eigenlijk niet het moeilijkste. Lastiger is dat ik niet mee kan praten met vrienden, m’n broers, collega’s en vage kennissen als die het onvermijdelijke onderwerp ‘WK voetbal’ aansnijden. Niet dat ik niet wil horen wat zij erover te zeggen hebben, maar niet mee kunnen praten is jammer. De ene keer hoop ik vurig dat het gesprek niet zo’n kant op gaat dat ik ervoor uit moet komen dat ik niet kijk. De andere keer heb ik wel zin in een discussie, dus gooi ik hem er gewoon in. En als ik dan niet uit m’n woorden kom, zeg ik gewoon: “Ik heb er wat over geschreven, ik kan het je toesturen als je geïnteresseerd bent?”

Er zijn ook momenten van twijfel. Dan denk ik opeens ach, hoe erg is het nou als ik dit ene wedstrijdje kijk? Of deze Instagram-post like? Ben ik niet te streng voor mezelf? Is de stelling die ik in wil nemen tegen dit WK niet wat overdreven? Maar vrij snel slaat dat ook wel weer om naar iets anders: zij hebben me gedwongen deze keuze te maken. Blatter, de Al-Thani’s, Infantino en alle voetbalbazen die iets hadden kunnen doen, maar het niet deden. Zij plaatsten me voor dit dilemma en voor mij is amusement het simpelweg niet waard om bij te dragen aan dit toernooi des doods.

Die twijfel hoort bij uit elkaar gaan. Was ik niet zelf de klootzak? Wil ik haar misschien toch nog terug? Wat als ze helemaal niet loog en wat als haar gaslighting juist de waarheid was? Maar als ik echt even goed nadenk, kom ik altijd weer tot dezelfde conclusie. Als het op deze manier moet, dan hoeft het van mij niet meer. Dan hou ik liever vast aan de mooie herinneringen, aan DENNIS BERGKAMP, mijn schrift uit 2006 en de 7-1 in Brazilië. En wie weet komen daar in 2026 weer prachtige momenten bij.