2002: Elke ochtend voor de buis

Aan al het wachten komt een einde en toen ik haar weer zag, bleek het WK nog mooier dan ik me herinnerde. Er zou in 2002 geen DENNIS BERGKAMP plaatsvinden want het Nederlands Elftal was vergeten zich te kwalificeren, maar dat voedde mijn fascinatie eigenlijk alleen maar.

In 1998 had ik het WK vooral gevolgd als Oranjesupporter. Van andere wedstrijden keek ik samenvattingen, alleen naar Nederland keek ik negentig minuten. Tegenstanders leerde ik kennen in die negentig minuten en anders alleen als ze in zo’n samenvatting opdoken. Maar nu, nu er geen Nederland was, keek ik simpelweg alles.

Er was nog geen internet in elke huiskamer, maar weken voorafgaand aan het toernooi werden er op tv al teams gepresenteerd en voorspellingen gedaan. Mexico kwam met hun tovenaar Cuauhtémoc Blanco, die met de bal tussen zijn voeten geklemd tussen tegenstanders door sprong. Kameroen had met Patrick M’Boma en de jonge Samuel Eto’o een levensgevaarlijk spitsenduo. En Portugal, dat was mijn stand-in voor Nederland, want daar speelde Luis Figo[1]Bakker, E. (2015, 11 november). Nostalgieweek: de momenten van Figo. [Artikel]. Geraadpleegd van Buitenkant Voet: https://www.buitenkantvoet.com/2015/11/11/nostalgieweek-de-momenten-van-figo/. Hij was mijn favoriete Galáctico, want ik hield altijd van de underdog en Figo stond bij Real Madrid in de schaduw van Raúl en Zidane. Toch evenaarde hij bij vlagen de klasse van zijn ploeggenoten.

Figo en de tandem M’Boma-Eto’o lagen er echter in de groepsfase al uit, en Blanco’s magie haalde in de achtste finales weinig uit tegen het oerdegelijke Duitsland. Er stonden andere helden op. Papa Bouba Diop en Senegal versloegen wereldkampioen Frankrijk in de openingswedstrijd. Ik kan me nog precies herinneren hoe dat ging, en hoe verbijsterd de commentator was. Zuid-Korea, met Guus Hiddink, Ji-Sung Park en Ahn Jung-Hwan als aanjagers, verraste vriend en vijand door zo’n beetje al die vrienden en vijanden te verslaan. België met nota bene Wesley Sonck als absolute ster overleefde zowaar de poule. Bij Spanje, toen nog vooral in potentie extreem goed, maakte een jonge Joaquín grote indruk.

Eerder zei ik dat ik simpelweg alles keek, maar vanwege het tijdsverschil met Japan en Zuid-Korea kon ik alleen af en toe een hele wedstrijd zien. De rest van de tijd was ik overgeleverd aan samenvattingen en nabeschouwingen, waarvoor ik elke ochtend ruim voor schooltijd opstond. Ik zapte heen en weer tussen de NPO en Belgische zenders om zoveel mogelijk te zien. Eén van die twee had een rubriek die me in het bijzonder fascineerde: een top 5 van de mooiste acties van het toernooi. Talloze keren zag ik het Turkse toptalent Ilhan Mansiz de bal met zijn hak over zijn tegenstander wippen, niemand minder dan de Braziliaanse ster én Galáctico Roberto Carlos. Ook de vrije trap van de toen voor mij nog onbekende Ronaldinho tegen Engeland moet ik minstens tien keer gezien hebben.

Uit al die flitsen en dat spektakel vormden zich langzaam twee grote verhaallijnen (in mijn hoofd als tienjarig mannetje tenminste). In de schaduw van die verhaallijnen beleefden Turkije en Zuid-Korea, de uiteindelijke nummers drie en vier, hun beste toernooi ooit, maar alles draaide om Brazilië en Duitsland. 

Brazilië was zo mogelijk nog beter dan in 1998. Rivaldo en Roberto Carlos waren er nog, net als aanvoerder Cafú, nieuw waren de jonge Ronaldinho en Denílson. Maar Achilles was nog altijd hun absolute speerpunt. Ronaldo’s knie had het in de tussentijd al een paar keer begeven, dus hij was niet meer zo ongrijpbaar als eerst, toch werd hij met acht goals topscorer van het toernooi. Voor mij had Brazilië niets van de oude magie verloren en nu Frankrijk al in de groepsfase sneuvelde kon toch niemand ze meer tegenhouden? Zou Ronaldo zijn gram halen en de Wereldbeker pakken, zoals hij eigenlijk in ’98 al had moeten doen?

Duitsland dacht daar anders over. Met spelers als Thomas Linke, Carsten Ramelow, Jens Jeremies en Dietmar Hamann was dit het laatste oersaaie, extreem taaie Duitse elftal. Aangevoerd door veldheer Oliver Kahn en met voorin de lepe spitsen Oliver Neuville en Miroslav Klose (die vier keer scoorde toen ze Saoedi-Arabië met 8-0 verpulverden), was Die Mannschaft zo’n beetje het ultieme anti-Brazilië. Zouden zij, zoals Frankrijk vier jaar eerder, de droom van Ronaldo en de Seleção in de weg staan?

Ik kan me herinneren dat de Duitsland-haat er in die tijd nog stevig in zat. Die lelijke ploeg mocht de finale echt niet winnen. Ja, Brazilië had ons er vier jaar geleden uit geknikkerd, maar zij speelden tenminste prachtig voetbal. Alleen zij verdienden het te winnen. Toch was er een reële angst dat de verdedigende Duitsers, met hun fantastische doelman Kahn, erin zouden slagen om de Braziliaanse aanvalsgolven te trotseren. Toen ik met mijn ouders en broertjes aankwam bij opa en oma om de finale te kijken, zetten we ons allemaal schrap voor een Duitse overwinning…

Ronaldo had andere plannen. In 1998 was hij misschien onzichtbaar geweest in de finale, nu was hij de absolute ster. Hij scoorde beide doelpunten, waarmee hij zijn land de titel bezorgde en een prachtig comebackverhaal compleet maakte. Nederland was blij voor hem. En we waren vooral ook blij dat die Duitsers verloren.

Ik kan me goed herinneren dat ik na de finale in een zwart gat viel. Vier weken was ik herenigd geweest met mijn grote liefde, maar nu moest ik haar alweer vaarwel zeggen. Ik nam me voor om in 2006 nóg meer te genieten van het WK, zo lang als mogelijk.

References

References
1 Bakker, E. (2015, 11 november). Nostalgieweek: de momenten van Figo. [Artikel]. Geraadpleegd van Buitenkant Voet: https://www.buitenkantvoet.com/2015/11/11/nostalgieweek-de-momenten-van-figo/