Nostalgieweek: ‘Schat ligt onder, geen gedonder’

Op straat worden problemen op een eigenzinnige manier opgelost. Soms met geweld, maar soms ook met veel creativiteit. Zo was (en is?) er het probleem van een grote groep jongens die wil voetballen: Wie hoort bij wie? Gelukkig was er iemand ooit, lang geleden, op het idee gekomen om te gaan poten.

Poten, het is typisch iets wat je niet kan uitleggen aan mensen die het nooit gedaan hebben. Twee jongens van de groep worden de aanvoerders en gaan op een afstandje van elkaar staan. En dan zet je om de beurt je ene voet voor je andere voet, hak tegen neus. Totdat de voet van de ene persoon bovenop de voet van de andere drukt. Van tevoren had je afgesproken wie er dan als eerst mocht kiezen. Riep er iemand ‘Schat ligt onder, geen gedonder’ deed je er alles aan om de ander op jouw voet terecht te laten komen. Voor boven was geen rijmpje, dus werd dat ook zelden gekozen.

Bij velen zal er nu een lampje gaan branden, als hij nog niet eerder aangegaan was. Zo niet, dan zul je het waarschijnlijk nooit begrijpen.

Zoals het hoort, had je natuurlijk verschillende varianten. Je kon afspreken dat je om de beurt maar één ‘stapje’ mocht zetten, maar je kon ook kiezen voor ‘rood-wit-blauw’, waarbij je ieder drie stappen per beurt zette. Daarnaast had je een snellere variant van het poten, dan mocht je op elk moment stoppen met lopen en zeggen: Ik ga het proberen. Takje op de plek waar je stond, aanloopje, sprong en dan had je eeuwige victorie. In stijl.

En dan kon je als eerste een teamgenoot kiezen. Heel belangrijk om dat ene jongetje dat bij de plaatselijke amateurclub bij de selectie speelde in je team te krijgen. Tegelijkertijd moest je voorkomen dat dat ene jongetje, dat met iets minder voetbaltalent gezegend was, bij het andere team kwam. Volgens je moeder ‘was het maar een spelletje’, maar een spelletje wilde je óók winnen.

Aan het poten denk ik nog wel eens terug als ik Björn Kuipers ietwat knullig met een muntje zie gooien. Bij de volgende CL-finale is mijn hoop gevestigd op bijvoorbeeld Philip Lahm: “Kein Kwatsch, unten liegt den Schatz!”