De natuurlijke en kunstmatige supervoetballer

lionel_messi_2423743b

De Canadese superjournalist Malcolm Gladwell daalt deze week weer eens uit de hemel neer om ons aardse bestaan met een stukje-hemel-op-aarde-achtig artikel te verlichten. Je kunt Gladwell een wijs man noemen, of een alles-bij-elkaar-suggererende charlatan, één ding is zeker: hij schrijft interessante dingen. De afro-dragende anorexia light-patiënt en TED Talk-goeroe bekend van de ‘Ten Thousand Hour-rule’ werd door sportjournalist David Epstein de grond in geboord, maar vecht in zijn nieuwe artikel terug. In ‘Man and Superman. In athletic competitions, what qualifies as a sporting chance?’ zoekt Gladwell de grens op tussen talent, training en dopinggebruik, en wat van dat alles nou precies eerlijk is. Hij opent een discussie over hoe sport eerlijk bedreven kan worden, een discussie die in de voetballerij zeker relevant is. Met Lionel Messi als belangrijkste voorbeeld.

Epsteins boek ‘The Sports Gene’ gaat over het DNA van sporters. Het verklaart het succes van sommige sporters door te kijken naar de unieke genen of fysieke kenmerken die ze hebben. Zo zijn goede basketballers lang, komen veel Keniaanse hardlopers uit de Kalenjin-stam wiens leden een ideale mix hebben van spieren en magerheid en is er een zeventigjarige Fin genaamd Eero Mäntyranta die in de jaren 60 cross country ski-records vestigde die nog altijd onaantastbaar zijn omdat zijn bloed afwijkt van normale stervelingen, waardoor hij een zo’n beetje onmenselijk uithoudingsvermogen heeft. Volgens Epstein is dit één van de ingrediënten van de ongrijpbare factor die wij talent noemen, een fysiek voordeel dat de ene sporter over de ander heeft. Volgens Gladwell is dit oneerlijke concurrentie, aangezien het onmogelijk is voor een mannetje van 1,70 meter om een basketballegende te worden of voor een Hollander om een Keniaan eruit te lopen in de marathon van Rotterdam.

Eero Mäntyranta, supersporter met supergenen

Eero Mäntyranta, supersporter met supergenen

Messi en zijn ‘driekwart-stap’

Ik moest meteen aan Lionel Messi denken. Epstein en ook Gladwell noemen geen voorbeelden uit het voetbal (daar zijn ze Noord-Amerikaan voor), maar als er iemand tussen onze kalklijnen rondwervelt met gunstig DNA, dan moet het King Leo wel zijn. Hij heeft ‘iets’ dat geen enkele andere voetballer heeft. Hij is een natuurtalent. Ooit heb ik iemand horen zeggen dat het komt doordat hij rent met ‘driekwart-stappen’. Wie dit wanneer en waar gezegd heeft is niet via Google te achterhalen, maar de woorden resoneren elke keer als ik Messi zie spelen door mijn hoofd. Ik let op zijn dribbel, zijn manier van lopen. Zo loopt niemand. De ‘driekwart-stappen’ zouden onafgemaakte pasjes zijn, kleine stapjes die Messi maakt terwijl hij rent, waardoor hij de bal constant aan een touwtje heeft. Een normaal rennend mens zet zijn voet naar voren als hij rent, steekt zijn voet uit vóór zijn lichaam. Messi’s voeten blijven altijd onder zijn lichaam, en de bal dus ook. Het schijnt dat slechts heel weinig mensen op die manier kunnen rennen en zo zou Messi een lichamelijk voordeel hebben boven andere voetballers, omdat hij de bal altijd bij zich heeft en dus razendsnel kan reageren als John Terry z’n poot uitsteekt.

De ‘driekwart-stap-theorie’ is nooit onderzocht, het zal wellicht altijd een mythe blijven, maar interessant is het wel. Als je let op zijn manier van rennen, zie je het. Mocht er een kern van waarheid in dit onderbuikgevoel zitten, dan is het volgens Gladwell oneerlijke concurrentie. Dit ‘talent’ of deze ‘fysieke voorsprong’ is door puur geluk bij Messi terechtgekomen, hij heeft er nooit één seconde zijn best voor hoeven doen om zo te kunnen rennen. Hij heeft het geërfd. En zo kan een andere willekeurige boerenpummel trainen wat ie wil, maar zal ie nooit zo goed kunnen dribbelen als de miniscule Argentijn.

Dan maar aan de doping

Na deze conclusie getrokken te hebben past Gladwell zijn befaamde knip en plakwerk toe en introduceert hij het boek ‘The Secret Race’ van de gevallen wielerengel Tyler Hamilton. Ooit strijdend aan de zijde van Lance Armstrong als één van de beste Amerikaanse wielrenners, later – toen hij betrapt werd op dopinggebruik – strijdend tegen Lance Armstrong om hem te beschuldigen als dé grootste Amerikaanse sportbedrieger en nu bekend als de man die al die tijd gelijk had, Tyler Hamilton is een man met een interessant verhaal. In ‘The Secret Race’ beschrijft Hamilton hoe hij doping gebruikte om een eerlijke kans te kunnen maken tegen de gasten die van nature een hogere hematocrietwaarde hadden. Hoe hoger je hematocriet is, hoe beter je uithoudingsvermogen. De Finse skier Mäntyranta had bijvoorbeeld een ‘off the charts’-hematocrietwaarde waardoor hij zo’n beetje onoverwinnelijk was. Hamilton en zijn mede dopinggebruikers in de Livestrong-dopingfabriek deden aan bloedtransfusies en EPO om hun hematocriet op te krikken en langer te kunnen trainen. In hun ogen was dat eerlijk, omdat alleen met gelijke hematocrietwaarden (waardoor iedereen dus evenveel ‘talent’ heeft) degene die het hardst traint en de meeste uren in zijn sport steekt uiteindelijk ook echt wint.

Lance Armstrong, supersporter met niet zo supergenen

Lance Armstrong, supersporter met niet zo supergenen

Ik wil Lionel Messi niet op één hoop gooien met notoire dopingmaffia à la Lance Armstrong, maar ook hij is door middel van medische veranderingen aan zijn lichaam op zijn huidige niveau gekomen. Het is algemeen bekend dat de kleine Argentijn vroeger nog veel kleiner was vanwege een groeistoornis. Zijn immense talent was duidelijk voor de scouts van FC Barcelona, maar het was net zo duidelijk dat Messi met zijn geringe lengte nooit iets zou kunnen gaan presteren in het voetbal. Dus kreeg hij het middel HGH (Human Growth Hormone) toegediend door de Catalaanse doctoren, een middel dat in vrijwel alle sporten op de dopinglijst staat en dat ook in het koelkastje van Armstrong stond opgeslagen. HGH mag in sommige gevallen toch gebruikt worden, als het nodig is om gezondheidsproblemen te voorkomen. Messi zou zonder HGH een lagere weerstand, huid- en tandproblemen en slecht zicht krijgen. Hij zou dus hoogstwaarschijnlijk toestemming hebben gekregen om het te gebruiken, maar heeft nooit om die toestemming gevraagd. Net als Hamilton en Armstrong, die eerlijk wilden concurreren met hun tegenstanders, wilde Lionel lang genoeg zijn om mee te doen met de grote jongens. Messi is een combinatie van zowel fysiek voordeel, als medisch ingrijpen om zo te resulteren in de natuurlijke en kunstmatige supervoetballer.

Waar is de grens?

De taalvaardige Gladwell weet het allemaal kunstig in het midden te houden en laat zich nergens op vastpinnen, maar tussen de regels door lees je dat hij voorzichtig stelling neemt:

This is a long way from the exploits of genial old men living among the pristine pines of northern Finland. It is a vision of sports in which the object of competition is to use science, intelligence, and sheer will to conquer natural difference. Hamilton and Armstrong may simply be athletes who regard this kind of achievement as worthier than the gold medals of a man with the dumb luck to be born with a random genetic mutation.

Dit is vrij kort door de bocht. Gladwell maakt van Hamilton en Armstrong een soort romantici die alleen maar eerlijk wilden strijden, niet voor medailles, maar gewoon, om eerlijk te kunnen sporten. En dat iedereen elkaars handjes vast zou houden en zingen en dansen onder een regenboog. Terwijl de twee Amerikanen en dan vooral Armstrong miljoenen verdienden door de boel te bedonderen en voor te liegen. Natuurlijk kun je het oneerlijk noemen dat Pietje groot en sterk is en dus een topverdediger kan worden, terwijl de kleine Jantje zijn dromen kan begraven en er een verwelkt boeketje bovenop kan leggen. Maar een totale nivellering van alle talent (lees: genetische verschillen) verlangen is ten eerste compleet onmogelijk, niet alleen in de sport maar ook in alle andere beroepsgroepen. Ten tweede is het onwenselijk, wie wil er leven in een wereld waarin iedereen genetisch gelijk is, iedereen even lang en even slim is? En iedereen dezelfde persoonlijkheid heeft (want ook dat speelt mee in de sport).

Het leven is oneerlijk

Toch had de wereld ’s werelds meest talentvolle voetballer aller tijden waarschijnlijk nooit aan het werk gezien zonder medisch ingrijpen. Dit medisch ingrijpen was echter alleen mogelijk omdat Barcelona het kon betalen. River Plate en Newell’s Old Boys konden dat niet en moesten Messi daardoor laten glippen. Leuk, die medische middelen die alle oneerlijke concurrentie wegnemen, maar zolang die medische middelen alleen voor mensen met genoeg poen beschikbaar zijn, is er alsnog geen sprake van eerlijkheid.

Misschien is het slim om sport, als kleine afspiegeling van het leven, niet te willen zien als eerlijk. Het leven is nou eenmaal niet eerlijk, dus waarom zou sport dat wel moeten zijn? Het is per definitie niet eerlijk dat sommige mensen überhaupt niet kunnen sporten door fysieke of geestelijke handicaps. Natuurlijk zou het fijn zijn als dat geen belemmering meer zou hoeven zijn, maar dat is niet realistisch. Niet iedereen is zo’n Duracell-batterij als Eero Mäntyranta. Niet iedereen is zo’n dribbelkoning als Lionel Messi. En niet iedereen is zo briljant als Malcolm Gladwell. Eerlijkheid is een nobel streven, maar zoals men in de Aziatische vechtsporten honderden jaren geleden al zei: er is altijd iemand die groter en sterker is dan jij. Er is niet zoiets al gelijkheid, wen er maar aan.