Interview met Tom Bodde, hoofdredacteur Panenka Magazine

Elke maand brengen wij een stukje van het nieuwe voetbaljournalistieke landschap van Nederland in kaart. Deze keer spreken we Tom Bodde, die met Panenka Magazine vernieuwt met ‘ouderwets’ papier.

2014 is het jaar waarin Panenka Magazine het levenslicht zag, waarmee een heel ‘nieuwe’ hoek van de voetbalcultuur een stem kreeg. Panenka is Against Modern Football en neemt in prachtig geschreven reportages de lezer mee naar de meest pittoreske stadions van Europa. In het eerste nummer, dit najaar verschenen, bezochten redacteurs Tom Bodde en René Otterloo bijvoorbeeld de herdenkingsdienst van de Hillsborough-ramp, deden ze het museum van San Siro aan, zaten ze tussen de ultra’s van CSKA Sofia en stonden ze oog in oog met levende legende Antonin Panenka.

Wij spraken Tom Bodde over zijn nieuwe blad, de steeds zeldzamer wordende authentieke voetbalbeleving, jeugdige groundhoppers en de – verrassende – ontboezeming dat hij eigenlijk nooit op tv naar voetbal kijkt. Natuurlijk hadden we het ook over de huidige staat van de voetbaljournalistiek, de opkomst van Nederlandse voetbalblogs, het bestaansrecht van nieuwe magazines en hoe de voetbaljournalistiek er over tien jaar uit zal zien.

Wat vind je van de Nederlandse voetbaljournalistiek in het algemeen?

Dat is een best wel lastige vraag, ik hou me er namelijk niet zo mee bezig. Ik kijk nooit naar programma’s met onze vriend Johan Derksen, kijk überhaupt geen voetbal op tv. Alleen de Bundesliga soms. Lezen doe ik ook niet zo veel, ik zit een beetje in m’n eigen coconnetje.

Dan is de Nederlandse voetbaljournalistiek dus niet boeiend genoeg?

Als je het zo bekijkt boeit het me niet, dat komt voornamelijk omdat ik niet zo veel heb met het hedendaagse voetbal, met die hele grote clubs en het miljoenenbal. Ik heb zijdelings het WK gevolgd en mijn zoontje kijkt op Teletekst naar de Champions League-uitslagen, dus ik krijg er wel iets van mee. Maar echt actief volg ik het niet.

Er staan in VI best wel hele interessante stukken, achtergrondverhalen over clubs, verhalen over supporters. Dus het is niet alleen een kwestie van niet boeien, maar ook gewoon van geen tijd hebben. Met al mijn bezigheden ben ik een uurtje of vijftig à zestig in de week bezig en verder probeer ik nog een gezin draaiende te houden en me voor te bereiden op de halve marathon.

Wat vind je van de nieuwe initiatieven die de laatste jaren zijn ontstaan, zoals Catenaccio of Tussen de Linies? Of volg je die ook niet?

Ook zijdelings volg ik die, ik ben van mezelf uit ook niet zo’n Twitteraar. Ik doe het wel om mijn boeken aan de man te brengen, een beetje opportunistisch gezegd, maar ik vind het zelf niet zo boeiend. Ik vind Facebook leuker. Ik volg wel een aantal blogs en schrijf ook voor In de Hekken, hoewel dat de laatste tijd wat minder is. Het zijn prachtige initiatieven en zitten wat meer in hetzelfde hoekje als Panenka. Ze zetten zich iets meer af van het commerciële gebeuren en focussen meer op de charme van het voetbal.

Dat zou een AD Sportwereld niet kunnen doen?

Die hele grote media moeten zich natuurlijk binnen bepaalde grenzen begeven, als je een blog hebt mag je je mening spuien.

Zit er nog rek in het aanbod van voetbalblogs? Kunnen er nog veel bij?

Ik denk dat het hele wereldje, wij staan in de hoek van de alternatieve voetbalmedia, die hele voetbalcult, nog helemaal in de kinderschoenen staat. Zeker als je kijkt naar Engeland of Duitsland, daar hebben ze veel meer aanbod. Er kan dus hier nog wel veel bij komen en we hebben nog een hele lange weg te gaan, er is blijkbaar vraag naar.

Biedt het internet nieuwe mogelijkheden voor zulk soort media? En voor jullie?

Het is een ontzettend fijn marketinginstrument geworden natuurlijk. Ik heb in de loop der jaren een groot klantenbestand opgebouwd en heb die adressen altijd wel bewaard en zo, maar ik denk dat je niet zonder internet kunt voor je promotie. Je moet al aardig investeren en je wil je kosten zo laag mogelijk houden.

Waar de meesten voor internet kiezen, zijn jullie gewoon een ‘ouderwets’ magazine begonnen. Is er tegenwoordig nog ruimte voor dit soort initiatieven?

We hebben natuurlijk wel een website, al is die nog niet zo interactief. We zijn maar met twee redacteuren en een vormgever en als wij ons hart zouden volgen zouden we die vijftig à zestig uur per week alleen maar daar in stoppen. Nu doen we het erbij. Zolang we dit kunnen doen is het prachtig, als we kunnen uitbreiden willen we dat doen. Het eerste nummer van het magazine heeft het heel goed gedaan, en we gaan na een jaar kijken hoe we verder gaan. Of we dan meer aandacht aan de website gaan besteden kan ik nu nog niet zeggen.

Lukt het jullie ook om de jeugd te bereiken?

Ja, naar ons idee absoluut. Ik merk dat ook met mijn lezersreizen, er gaat ontzettend veel jeugd mee. Veel van hen zijn ook Against Modern Football, als vee richting uitwedstrijden zijn de mensen gewoon zat, dus gaat ook veel jongelui van tussen de 19 en 25 mee op onze reizen. Dan zien ze dat het ook anders kan. Ook in reacties op het blad zien we een groot percentage jeugd. Nostalgie leeft ook bij de jeugd, ook al hebben ze veel verhalen van vroeger zelf niet eens meegemaakt.

En is die jeugd ook nog bereid een papieren tijdschrift te bestellen en dat door te bladeren?

Ook de bereidheid om een ouderwets medium te gebruiken is er, mensen vinden het lekker om op een strandstoel of in de trein een blad open te slaan. Panenka Magazine is natuurlijk redelijk tijdloos, je legt het weg en pakt het een tijdje later weer op en leest verder.

Hoe zien jullie de toekomst van Panenka Magazine?

Het eerste nummer gaat hartstikke goed, de reacties zijn zeer enthousiast. We zijn bezig met het inrichten van een webshop en we zijn steeds meer aan het professionaliseren. Onze insteek is mensen inspireren, kijk eens buiten de comfortzone van je eigen cluppie. Overal is iets anders om te zien en te beleven. Als jij voetbal wil kijken in Engeland hoeft het niet per se duur te zijn. Je kunt voor weinig geld met 8 man in een busje naar de League Two gaan kijken.

We hopen dat hoe meer mensen we inspireren, hoe meer mensen er gaan lezen. Door Panenka lopen mijn drie boeken ook weer een stuk beter. De laatste is een jaar geleden uitgebracht, dan zakt die verkoop natuurlijk weer in, maar die is nu weer aan het stijgen.

Zal het in de toekomst niet steeds moeilijker worden om die authentieke voetbalbeleving te blijven vinden?

Ik doe dit al twintig jaar en het wordt inderdaad steeds moeilijker. Vroeger reed je honderd kilometer en zat je ergens in een mooi stadionnetje, tegenwoordig moet je steeds meer zoeken. Mijn favoriete land was altijd Polen, maar sinds het EK hebben ze een aantal stadions kapotgemaakt en de economie is bloeiende, ook in Polen moet je inmiddels naar de tweede divisie. Je moet hopen dat al die nieuwe stadions uiteindelijk ook vervallen raken, maar ze blijven er natuurlijk nog steeds allemaal hetzelfde uitzien.

Willen jullie op termijn ook reizen naar bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan maken?

In eerste instantie hebben we geen ambitite om buiten Europa te gaan, we hebben een laagdrempelige insteek. Anders straal je iets uit van: zie ons eens. Gisteren las ik toevallig op Facebook over een paar jongens die naar Praag gingen op voetbalreis en waren geinspireerd door mijn stuk in Panenka Magazine. Als we naar Buenos Aires zouden gaan zouden onze lezers dat niet zo snel ook kunnen doen. Europa heeft nog steeds ontzettend veel te bieden. We hebben wel aanbod gehad uit landen als Brazilië, Colombia en Argentinië om iets voor ons te schrijven, maar dat hebben we niet gedaan.

Hoe ziet over tien jaar de Nederlandse voetbaljournalistiek eruit?

Je ziet ook in de algemene journalistiek al wel een verschuiving, Sjoerd Mossou en Menno Pot duiken ook wel een beetje de hoek in van de voetbalromantiek. Als onze stroming groter wordt zullen journalisten er steeds meer over schrijven. Verder zal het voetbal blijven doorgroeien zoals nu gebeurt en zal de journalistiek meegroeien.

Zullen er veel blogs en tijdschriften bij komen die net als Panenka Magazine een niche hebben?

Toen ik zelf begon met schrijven had ik een kleine niche en langzamerhand krijgen we echt een plek in de voetbaljournalistiek. Het tijdschrift Staantribune komt er binnenkort bij en eigenlijk is er ruimte genoeg op onze markt voor nog zo’n soort blad. Die hele cult staat nog in de kinderschoenen.

Een nieuw algemeen voetbalmedium zal online moeten zijn. Een blad als Elf heeft het natuurlijk heel moeilijk, Voetbal International verliest een deel van de abonnees, maar nichebladen zoals wij hebben nog ruimte in een groeiende markt. Tijdschriften in het algemeen lopen terug, dus een nieuw algemeen voetbalmedium zal via internet gaan. Vooral omdat de kosten dan niet zo hoog zijn.

Ik denk dat Engeland en Duitsland minstens 10 jaar voor liggen op ons met betrekking tot voetbalcultuur, wat dat betreft is er dus ruimte om te groeien. Nederland blijft een kleiner land, maar we kunnen doorgroeien tot dezelfde status.

Tot slot: kun je al iets zeggen over het volgende nummer?

Ja, René heeft een hele mooie reportage in Groot-Britannië gemaakt, en ik in Scandinavië. Ik heb daar 179 foto’s gemaakt bij één wedstrijd, fantastisch. En ik heb een XXL-reis van 5000 kilometer door heel Europa gemaakt met een groep groundhoppers, dat komt ook in het blad te staan. En natuurlijk nog veel meer…

Panenka Magazine is te bestellen via www.panenka-magazine.nl.

Foto bovenaan: facebook.com/PanenkaNL