2006: Liefde wordt een obsessie

Zo rond je veertiende ben je klaar voor je eerste grote liefde. Ik had haar echter acht jaar eerder al ontmoet. Nu, als puber, was ik klaar om alles, al mijn dromen en ambities, op te geven voor haar. Ik werd meer dan alleen verliefd op het WK. Ik raakte geobsedeerd.

Aan het begin van het toernooi pakte ik een ruitjesschrift dat eigenlijk voor wiskunde bedoeld was en schreef op de voorkant: ‘WK 2006 in Duitsland’[1]Bakker, E. (2014, 2 mei-6 juni). Enzio’s verloren WK-boek uit 2006. [Reeks artikelen]. Geraadpleegd van Buitenkant Voet: https://www.buitenkantvoet.com/?s=WK+2006. Op de eerste bladzijde liet ik weten wie volgens mij de favorieten waren: Brazilië, Argentinië en Italië. Als outsiders zag ik Nederland (we zijn er weer bij!), Engeland, Tsjechië, Frankrijk, Spanje, Zweden, Duitsland, Ivoorkust en Portugal. Daaronder begon het verslag van de openingswedstrijd, Duitsland tegen Costa Rica (4-2). Het was de eerste keer dat ik over voetbal schreef en ik kon niet meer stoppen. Elke wedstrijd werd in ongeveer een A4-tje beschreven, compleet met eindstand, doelpuntenmakers en een door mij verkozen Man of the Match. Halverwege het toernooi besloot ik dat er achterin mijn schrift gedetailleerde gegevens over ieder team moesten komen, dus maakte ik voor elk land een overzicht van de hele selectie. Alle spelers, rugnummers, hun leeftijd, hun club en een cijfer dat ik ze gaf voor hun optreden over het hele toernooi nam ik erin op (de website van de FIFA was mijn beste vriend). Ik vermeldde zelfs op welke bladzijdes in mijn schrift de naam van iedere speler genoemd werd. Toen de finale naderde bleek dat ik niet genoeg papier had, dus trok ik voorzichtig de nietjes in het midden eruit, haalde bladzijdes uit een ander schrift en voegde die toe aan mijn WK-boekwerk.

Brazilië was opnieuw de torenhoge favoriet. Ronaldinho was nu De Beste Voetballer Van De Wereld. Kaká, in 2002 een ongebruikte wissel, was een megaster. En spits Adriano was zo goed dat hij vaak de voorkeur kreeg boven de ouder wordende Ronaldo. Toch begint mijn verslag van hun eerste wedstrijd, tegen Kroatië (1-0 winst), als volgt: “Deze wedstrijd zou de eerste keer zijn dat de Brazilianen hun klasse en suprematie zouden laten zien. Maar daar kwam niet veel van.” Verderop staat: “Ronaldinho leek vandaag niet zo’n zin te hebben en Zé Roberto liet ook niks zien.” Het was emblematisch voor de Seleção van 2006, op papier het beste landenteam dat ik ooit zag maar in realiteit tot weinig in staat. Ze werden in de kwartfinales uitgeschakeld door Frankrijk, aangevoerd door, alweer, Zinédine Zidane.

Waar ik in 1998 en 2002 genoot van prachtig voetbal en mooie acties, kan ik me niet herinneren dat ik echt genoot van Zidane’s geniale wedstrijden. Of het mooie voetbal van, nota bene, Duitsland, of de passie van de Italianen. Ik kan me de juichende Fabio Grosso nog zo voor de geest halen, of de onbeduidende groepswedstrijd tussen Argentinië en Mexico waar ik onder de indruk raakte van de 19-jarige… Andrés Guardado. Ik weet nog precies hoe groot de verwarring was toen Josip Simunic in de veldslag tussen Kroatië en Australië drie keer een gele kaart kreeg. En ik zal waarschijnlijk nooit vergeten hoe het in de achtste finale tussen Nederland en Portugal pas écht uit de hand liep (daarna durfde ik niet meer openlijk uit te komen voor mijn bewondering voor Luis Figo). Toch heb ik van dit alles minder genoten dan van de eerdere toernooien, die in mijn geheugen vager zijn. Ik was niet meer verliefd, ik was geobsedeerd. Al tijdens wedstrijden vormden zich zinnen en alinea’s in mijn hoofd en zodra het fluitsignaal ging glipte ik naar mijn slaapkamer om mijn verslag neer te pennen. Genieten was het doel niet meer. Het doel was vastleggen, beschrijven, ordenen, weergeven. Ik was niet zozeer liefhebber meer, ik was verslaggever.

Toch was er één actie die die meer afstandelijke rol uit elkaar deed spatten. Geen moment van brille, maar een moment van waanzin. De kopstoot van Zidane op de borst van Marco Materazzi. Het was een passend slotakkoord voor het toernooi van Simunic en Portugal-Nederland, maar een trieste aftocht voor een legendarische voetballer. Waar Ronaldo niet swingend maar geruisloos van het WK-toneel was verdwenen, zette Zidane het podium juist in vuur en vlam. In de as van zijn destructie vonden we een verslagen Frankrijk en een Italiaanse wereldkampioen. De kopstoot van Zidane was het enige moment waarbij ik écht iets voelde tijdens het WK van 2006. En waarbij ik, achteraf bezien, misschien voor het eerst begon te vermoeden dat het object van mijn liefde, mijn obsessie, ook een schaduwkant kende. Alsof het voetbal daar zijn onschuld verloor. 

Toch eindigde dit WK niet met de finale. Na mijn verslag van Italië-Frankrijk voegde ik nog een slotwoord toe (enigszins pretentieus, misschien) dat ik afsloot met: “Het is weer voorbij, we vallen in een zwart gat. Over vier jaar weer, in Zuid-Afrika”. Daarna zette ik mijn handtekening (erg pretentieus, zeker weten). Maar zelfs toen was ik nog niet klaar. Mijn selecties achterin waren nog niet compleet: niet alle spelers hadden een cijfer, ik had nog niet naar al hun bladzijdes verwezen. Ook voegde ik feiten en cijfers toe over het totaal aantal gele en rode kaarten, doelpunten en “aantal schwalbes op één WK: niet te tellen”. Vervolgens schreef ik over elk land een half A4-tje met opmerkelijke momenten tijdens hun toernooi, het aantal goals dat ze gemaakt hadden, een met kleurpotlood ingekleurde vlag en alle bladzijdenummers waarop het land genoemd werd. Ik kon mijn WK-ervaring nog uitrekken tot lang na het laatste fluitsignaal. Mijn obsessie is nooit groter geweest. Maar of het nog liefde was? Goede vraag. 

References

References
1 Bakker, E. (2014, 2 mei-6 juni). Enzio’s verloren WK-boek uit 2006. [Reeks artikelen]. Geraadpleegd van Buitenkant Voet: https://www.buitenkantvoet.com/?s=WK+2006