1998: Liefde op het eerste gezicht

Zeven jaar was ik. Mijn helden waren Julio Ricardo Cruz en Jerzy Dudek, de sterren van het Feyenoord waar mijn vader supporter van was. Maar die zomer kreeg ik nieuwe helden: Dennis Bergkamp, Zinédine Zidane, Michael Owen. Toch was er één man die met kop en schouders boven de rest uitstak.

Als hij de bal kreeg ging er een zindering door mijn lichaam, want als hij de bal kreeg was alles mogelijk. Elke volwassene met wie ik naar zijn Brazilië keek, zei het: “Dat is de beste voetballer van de wereld.” Achteraf bezien was hij op dat moment zelfs hard op weg naar het predikaat ‘Beste voetballer ooit’. Ronaldo. De echte. 

Maar met de Beste Voetballer Van De Wereld kwam ik pas laat in het toernooi écht in aanraking, daarvoor bleef het alleen bij highlights. Nederland moest zich eerst nog langs de mindere goden worstelen. Als ik nu op Wikipedia kijk, zie ik dat Nederland eerste werd in de groepsfase, voor Mexico, België en Zuid-Korea. Daar kan ik me niets van herinneren. In de achtste finales stuitten we op Joegoslavië en daarvan staat me de gevreesde spits Savo Milosevic nog bij. Maar blijkbaar heeft m’n geheugen die wedstrijd verward met Euro 2000, want in ’98 zat Milosevic de hele wedstrijd op de bank. 

Mijn eerste echte herinnering was van Nederland-Argentinië in de kwartfinale. Al was ik destijds twee geweest, hoe had ik die wedstrijd ooit kunnen vergeten? Waar en met wie ik keek weet ik niet meer, waarschijnlijk met mijn vader en jongere broer. Misschien waren er ook wat ooms en neefjes bij. Het maakt niet uit, het ging om de wedstrijd. En dat weet ik nog als de dag van gisteren. “DENNIS BERGKAMP, DENNIS BERGKAMP, DENNIS BERGKAMP! OOOOHHH!” Niet dat we dat commentaar erbij hadden, want we luisterden niet naar Jack van Gelder op de radio. Maar kijken naar die goal, die lange pass van Frank de Boer, de aanname, de ogenschijnlijk simpele kap langs Argentiniës beste verdediger, Roberto Ayala, en dat perfecte schot met de buitenkant van zijn voet, dat voelde wel exact als DENNIS BERGKAMP, DENNIS BERGKAMP, DENNIS BERGKAMP! OOOOHHH! Van Gelder ving in die woorden precies het gevoel van een zevenjarig jongetje dat voorgoed en onvoorwaardelijk verliefd wordt op een sport en op een voetballer. 

DENNIS BERGKAMP bleek de genadeklap voor de ijzersterke Argentijnen, met hun Batistuta, hun Verón en hun Ortega. Ik weet nog goed hoe het gevoel was na die wedstrijd. Als we hén kunnen verslaan, dan kunnen we toch iedereen aan? Wij hebben Bergkamp en Patrick Kluivert in de spits, een middenveld met Phillip Cocu en Edgar Davids in de kracht van hun leven, De Boer en Jaap Stam als centraal duo achterin en Edwin van der Sar in de goal. Tegen Argentinië begonnen Clarence Seedorf en Marc Overmars zelfs op de bank. Wie maakt ons wat?

Zo moeten de Trojanen ook gedacht hebben vanachter hun muren, toen de Griekse legers op hun stoep stonden. Dennis Bergkamp was onze Hector, die tot nu toe al zijn tegenstanders met groot machtsvertoon over de kling had gejaagd. Maar in de halve finale kwamen we tegenover een mythische held te staan die simpelweg onverslaanbaar leek. We troffen Achilles lang voordat zijn fatale zwakte aan het licht kwam (niet zijn hiel, maar zijn knie). We troffen De Beste Voetballer Van De Wereld: Ronaldo. 

Ik weet nog goed hoe bang ik voor die man was. Dat gevoel van angst vermengd met fascinatie en bewondering heb ik later nooit meer bij een voetballer ervaren. Ronaldo was een roofdier, altijd loerend, altijd klaar om toe te slaan. Als Stam of De Boer hem even een moment uit het oog verloor, als hij even ruimte kreeg om vrij te lopen, zag ik onze kans op glorie direct in rook op gaan. De volwassen voetbalkijkers om mij heen hadden me namelijk verteld dat je Ronaldo nooit ook maar een centimeter ruimte moest geven, want dan was hij dodelijk. Met vereende krachten lukte het Stam, De Boer, Cocu, Davids en co. echter heel aardig om Achilles en zijn Patroklos, de eveneens magistrale Rivaldo, in bedwang te houden. Ja, Ronaldo scoorde, maar dat wist je van tevoren. Kluiverts gelijkmaker vlak voor tijd zette dat weer recht. Vervolgens maakte ik kennis met de zinderende spanning van een verlenging en een strafschoppenserie. En met bittere teleurstelling, toen Cocu en Ronald de Boer misten.

Van de wedstrijden daarna weet ik weinig meer. De andere halve finale, Kroatië tegen Frankrijk, mocht ik waarschijnlijk niet kijken van mijn ouders, want na bedtijd. Daarna verloor Oranje van de Kroaten in de strijd om de derde plek, maar ook dat is me amper bijgebleven. De finale mocht ik waarschijnlijk ook niet zien, want ik herinner me vaag dat ik de volgende ochtend de samenvatting keek en verbaasd was dat Brazilië niet had gewonnen. Niet Ronaldo maar Zidane bereikte de top van de Olympus. Ronaldo speelde zelfs matig, werd me verteld. Pas later kwam ik erachter dat dat kwam door een mysterieuze voedselvergiftiging.

Het maakte voor mij allemaal weinig uit. Ik was verliefd. Ik hield nog steeds van Cruz en Dudek en hun vergeefse pogingen om Nederlands kampioen te worden, maar vanaf dat moment maakten zij geen vlinders meer bij me los zoals eerst. Toen Feyenoord drie jaar later de UEFA Cup won was dat de mooiste voetbalervaring van m’n leven, maar zelfs toen wist ik dat die overtroffen zou worden door mijn ware liefde. Mijn enige echte liefde in het voetbal: het toernooi der toernooien, het wereldkampioenschap. Vier lange jaren moest ik wachten voor ik haar weer kon zien…