Hoofstuk 8: Nu Nederland eindelijk weer meedoet aan het WK, moet ik dat toch zien?

Na al het voorgaande lijkt dit misschien een onbenullige vraag. Maar ik merk aan mezelf en mensen om me heen dat de aanwezigheid van Oranje in Qatar wel degelijk verschil maakt. Een WK missen, oké. Maar, na acht jaar wachten, WK-wedstrijden van het Nederlands elftal missen, dat is toch wat anders. Voor iemand die niks met voetbal heeft is dat misschien moeilijk te begrijpen. Die zal zeggen dat wat wedstrijden van ons nationale elftal niet opwegen tegen al het leed in Qatar. En dat klopt natuurlijk ook. 

Toch vind ik dat een te makkelijke manier om dit laatste bezwaar weg te wuiven. Toen ik in 2018 besloot het WK in Qatar over te slaan, ging het zo slecht met het Nederlands elftal dat ik er onbewust vanuit ging dat ze zich niet zouden kwalificeren. Maar toen het team begon te draaien en zich makkelijk plaatste, ging ik toch wat twijfelen aan m’n beslissing. Het heeft iets bijzonders om je eigen land te volgen op een WK, met familie en vrienden, het Oranjegevoel. Dat gevoel valt niet te ontkennen, daarom zal ik het in dit hoofdstuk serieus bespreken.

Stel, we hebben in Qatar net zo’n succesvol WK als in 2014, of zelfs in 2010. We halen de finale. Of, laten we er nog een schepje bovenop doen, we winnen. Voor het eerst in de geschiedenis is Nederland wereldkampioen. Ten eerste zou het een prachtige sportieve prestatie zijn van een land dat vanuit een underdogpositie terug naar de top is geklommen. Een teamprestatie van een selectie vol helden en een bondscoach die zichzelf definitief onsterfelijk heeft gemaakt (Louis van Gaal zou er nooit meer over ophouden). Ten tweede zou het een gigantisch volksfeest teweegbrengen. Heel het land zou platliggen en het kampioensfeest zou gelijkstaan aan tien Koningsdagen die gelijktijdig gevierd worden. 

En stel je dan eens voor dat jij uit principe niet kijkt. Dat je elke keer, als je weet dat Nederland speelt en je bewust iets anders aan het doen bent, heel de straat meerdere keren hoort juichen. Helemaal tot aan de finale. En dat dan, tijdens de finale, jij dat ene kijkcijfer bent dat niet kijkt. Die ene persoon die binnen blijft zitten terwijl heel Nederland gekleed in oranje de straat op rent en elkaar in de armen vliegt. Het is een nachtmerrie voor iedere Nederlandse voetballiefhebber. Maar het is een mogelijkheid als je ervoor kiest het WK in Qatar te boycotten. Waarom zou je dat risico nemen?  

Laten we even teruggaan naar het WK in 1978, in het Argentinië van Jorge Videla. Daar ging het net mis. Nederland verloor in de finale van het gastland. Tijdens het toernooi wist men het al wel, maar pas later werd de totale omvang van het schandaal duidelijk. Het hele WK was één grote pr-campagne voor het moorddadige, dictatoriale regime. En volgens historici zorgde de winst van Argentinië er mede voor dat Videla’s militaire junta zo lang aan de macht kon blijven. Verdenkingen van omkoping doen tot op de dag van vandaag de ronde en toenmalig Argentinië-spits Leopoldo Luque gaf toe dat het WK nooit gespeeld had moeten worden. En wat was de rol van Nederland in dit alles? We waren, zonder het te weten, figurant in dit enorme toneelstuk. De laatste eindbaas die verslagen moest worden door de Argentijnen, om te laten zien dat zij het superieure volk waren. We werden bespeeld.

Straks in Qatar zal dat niet anders zijn. Het Qatarese elftal gaat het WK natuurlijk nooit winnen en een succes zoals dat van Rusland in 2018 lijkt ook onmogelijk. Maar daar gaat het niet om. De Al-Thani’s gaan goede sier maken bij een mondiaal publiek, zakenbelangen vanuit heel de wereld aantrekken, de geopolitieke positie van hun land versterken en hun eigen positie als machthebbers consolideren. Op die manier winnen ze hoe dan ook het WK. De miljardeninvesteringen in infrastructuur, de schimmige deals met de FIFA, de loze beloftes over verbeteringen van arbeidsomstandigheden: alles is vooraf met een bijna bewonderenswaardige langetermijnvisie ingecalculeerd. De voetbalsport wordt als speelbal gebruikt door een haast middeleeuws regime dat niets geeft om de rechten van arbeidsmigranten, vrouwen of mensen met een seksuele geaardheid die volgens hun religieuze boek niet toegestaan zou zijn. Zoals de uitzinnige massa’s in het Colosseum bij de gladiatorengevechten in Rome, wordt de wereld lekker gemaakt voor Qatar door middel van brood en spelen. Het maakt niet uit welke gladiator er aan het einde zegeviert, de grootste winnaar is de keizer die zijn volk een spektakel heeft gegeven, om af te leiden van de realiteit. 

Het Nederlands elftal zal in de winter van 2022, net als in de zomer van 1978, niet meer zijn dan een figurant, een marionet in de Qatarese poppenkast. Als Memphis Depay of voor mijn part Wout Weghorst een glansrol opeist in deze opvoering, leidt dat alleen maar af van de werkelijke hoofdrolspelers: sjeik Tamim Al-Thani, zijn zoon Mohammed en hun lakei Gianni Infantino. 

En het leidt af van het voetvolk, de minst belangrijke figuranten, die amper in beeld komen. Kenneth uit Ghana, naar Qatar gelokt om daar te komen voetballen, maar uiteindelijk gedwongen te werken aan de bouw van stadions. Adi Gurung uit Nepal, die zich in een vies hok dat hij deelt met een stuk of tien anderen afvraagt of hij niet beter dood kan zijn. Vishnu Bahadur, ook uit Nepal, die terug in zijn thuisland begraven wordt door zijn familie. Of de vader van Ghanesh Bishwakharma, wiens zestienjarige zoon stierf in de Golfstaat en die het woord ‘Qatar’ nooit meer wil horen. Als zelfs het mens Neymar minder belangrijk is dan het merk Neymar, waarom zou de mens Kenneth, Adi, Vishnu of Ghanesh er dan toe doen? Zij spreken niet tot de verbeelding, zijn geen performers die ons vermaak brengen in de show die voetbal heet. Ze doen dat alleen indirect, door te lijden of te sterven bij de bouw van het podium waarop Neymar, en ‘onze jongens’, optreden.

Wat Depay of Weghorst ook doen, wat voor doelpunten ze scoren of wat voor statements met ondershirts ze ook maken, zij pakken de headlines in plaats van Kenneth, Adi, Vishnu of Ghanesh. Door daar, in die stadions en tijdens dat toernooi te voetballen, doen ze exact wat de Al-Thani’s willen. Als je meedoet, speel je ze hoe dan ook in de kaart. Meedoen is niet belangrijker dan winnen, en andersom ook niet. Meedoen zorgt ervoor dat zij winnen. Zelfs als het Nederlands elftal aan het einde met de wereldbeker door de grachten van Amsterdam vaart, zitten de enige echte kampioenen in een paleis in Qatar. Het toernooi kun je winnen, maar in stadions gebouwd door slaven is een morele overwinning onmogelijk.

Puur sportief gezien zou ik het natuurlijk prachtig vinden als Nederland succesvol is op een Wereldkampioenschap. Maar met wat ik te weten ben gekomen over het WK in Qatar denk ik niet dat ik er nog van kan genieten. Een beetje zoals met een goocheltruc waarvan je weet hoe die werkt. Daar kun je niet meer naar kijken vanuit onwetendheid, je kunt niet meer zo verwonderd en enthousiast zijn als eerst. 

Alleen worden er voor deze goocheltruc ook nog eens tienduizenden mensen uitgebuit en vallen er talloze doden. Allemaal voor jouw vermaak. Persoonlijk verwacht ik niet dat ik daar nog door geamuseerd kan worden, al zou Nederland iedere wedstrijd met 10-0 winnen. De voetbalsport zelf zal tijdens het hele toernooi altijd met 10-0 achter staan.