2018: Tijd voor relatietherapie?

Ongemak. Elke keer als ik haar nu zag, voelde ik ongemak. Ooit was ze zo mooi, zo aanlokkelijk. Ooit had ik van haar gehouden. Maar nu ik haar zag met Vladimir Putin, voelde het alsof ze vreemdging. Alsof ze nooit echt van mij was geweest, maar altijd van de man met de meeste macht en het meeste geld. 

Al in 2010 had Rusland dit WK gekregen, tegelijkertijd met de toewijzing van Qatar voor 2022. In de tussenliggende jaren was de meeste negatieve aandacht naar de Qatari uitgegaan, de Russen bleven grotendeels buiten schot. Ja, er waren op het EK van 2016 in Frankrijk problemen geweest met Russische hooligans en er was angst dat zoiets opnieuw kon gebeuren, maar verder was Rusland in vergelijking met Qatar zo kwaad nog niet. Althans, zo leek het op het eerste gezicht. Wie beter keek zag vervolgingen van kritische journalisten, politici uit de oppositie, activisten en openlijke homoseksuelen. Verder was er een façade van democratie, een president die verkiezingen beïnvloedde in andere landen en er was het neerschieten van de MH17. Niet kort na dat laatste ontmoette een delegatie van de FIFA enkele hoge piefen van het Kremlin, er werd taart gegeten en gelachen. Ik kon Gianni Infantino niet langer het voordeel van de twijfel geven toen hij dikke vrienden met Vladimir Putin bleek te zijn.

Mijn dagen als journalist lagen inmiddels achter me. Na het WK in Brazilië had ik het gevoel gekregen dat Buitenkant Voet niet én tegendraads kon blijven én geld op kon leveren. Onze tone of voice en insteek gingen niet samen met een poging een groter publiek te bereiken, dacht ik. Zo’n zelfde gevoel kreeg ik bij de journalistiek in het algemeen: de verhalen die ik wilde maken, waren niet commercieel interessant voor de media. En waarschijnlijk was ik ook gewoon niet goed genoeg. Daarom besloot ik alsnog mijn Master Neerlandistiek te halen, gevolgd door een Educatieve Master. Toen het WK van 2018 eraan kwam, gaf ik Nederlands op een middelbare school in Den Haag.

De openingsceremonie had me nooit bijster veel geboeid, maar dit jaar ging ik er met belangstelling voor zitten. Robbie Williams stak tijdens zijn optreden een middelvinger naar de camera op, maar verklaarde nadien snel dat dat niks met politiek te maken had. Toen kwam Vladimir in beeld en voelde ik voor het eerst het ongemak dat me de rest van het toernooi niet losliet. Wat hij precies allemaal zei kan ik me nog lastig herinneren, maar ik weet nog dat ik dacht: hij presenteert Rusland nu veel beter dan het is en niemand kan een kritisch tegengeluid laten horen. Er durfde zelfs niemand boe te roepen, zoals in Brazilië nog wel gebeurde. 

Echt genieten van het WK is me niet gelukt. En ik heb het echt wel geprobeerd. Maanden voor het toernooi startte, begon ik Panini-plaatjes te sparen. Ik keek zowat iedere wedstrijd en volgde op Instagram alle coole voetbal-accounts (die Putins propagandaplaatje als zoete koek slikten). Ik discussieerde met m’n broers en met vrienden over wedstrijden, goals, wie het toernooi ging winnen. Ik zat in twee verschillende WK-pooltjes (en verloor beide glansrijk). Toch kwam de voetballiefde uit ’98, 2002 en 2010 nooit los. De obsessie uit 2006 en 2014 bleef eveneens weg. En Nederland deed niet mee, dus het Oranjegevoel was er ook niet om mijn toernooi kleur te geven. Het leukste aan het hele WK was eigenlijk dat ik op werk, in tussenuren, wedstrijden kon kijken in een leeg lokaal. Niet gestreamd op een beamer zoals m’n docent in 2010 had gedaan, maar stiekem zodat m’n collega’s dachten dat ik gewoon een toets zat na te kijken. Het toernooi dat me ooit zo gefascineerd had, was nu niet meer dan een slap excuus om onder werk uit te komen. Goedkoop entertainment, een ontsnapping aan de realiteit.

Maar zelfs dat was het niet, want mijn vermaak werd telkens ruw doorbroken door vreemde fascinaties die ik niet uit kon schakelen. Bijvoorbeeld de lege plekke op de tribunes, heerlijk vond ik die. Heel de wereld kon zien dat het Russische volk matig geïnteresseerd was in Putins paradepaardje. Helaas had het regime het probleem na een aantal wedstrijden opgelost, toen leken de stadions in ieder geval op tv plotseling bomvol. Ook bleef ik me bij wedstrijden van het thuisland maar afvragen of hun spelers aan de doping zaten, een vermoeden dat groeide hoe langer het toernooi vorderde. Het was een zeurende zorg die ik normaal gesproken alleen bij wielrennen had, mijn andere favoriete sport. Maar het corrupte Rusland had het voor elkaar dat ik deze gedachte nu ook bij voetbal had. Ongemak. Zelfs de finale, de grootste voetbalwedstrijd in vier jaar tijd en in vergelijking met vorige finales extreem spectaculair, stond in het teken van ongemak. Het absolute hoogtepunt én dieptepunt van mijn toernooi was de veldbestorming door een aantal Pussy Riot-helden en de knuffel van één van hen met Kylian Mbappé. Heel even dacht ik dat Putins plan in duigen viel door die ene dappere daad, dat de wereld wakker geschud zou worden en het Kremlin zag voor de boevenbende die het was. Maar direct daarna realiseerde ik me dat dat moment niet op de voorpagina’s terecht zou komen en dat de activisten ergens in een gevangenis zouden verdwijnen. 

Al met al kon ik niet meer houden van mijn geliefde. Ze had nog steeds de eigenschappen die ze vroeger ook had, toen ik voor haar gevallen was. Maar toen was ik nog blind geweest voor haar gewetenloosheid, haar ongevoeligheid en haar leugens. Of waren die door de jaren heen gewoon erger geworden? Hoe dan ook, voor mij verpestten haar grillen onze hele relatie. Ik had het nog een laatste kans gegeven, maar die had ze niet gegrepen. Er zat niets anders meer op dan het onder ogen zien: ik moest haar laten gaan.