Mannen Wiens Voeten Wij Kussen 25: Jan Oblak

We noemden hem al als Lichtpuntje van het jaar 2020, maar Jan Oblak verdient meer. Hoeveel meer? Een eigen ode in onze vertrouwde rubriek Mannen Wiens Voeten Wij Kussen.

Sterker nog, het is de jubileumeditie van ‘MWVWK’. Vierentwintig spelers gingen de Sloveense doelman al voor, waaronder Andrea Pirlo, Manuel Neuer en Harry Kane. En het werd ook wel weer tijd om een doelman in het zonnetje te zetten, want behalve Neuer staat alleen Thibaut Courtois in onze eregalerij.

In het voetbal gaat de aandacht toch vooral uit naar de spitsen, de vleugelspelers en creatieve middenvelders. De noeste nummer 6 en de taakbewuste centrale verdedigers, hoe goed ook, staan toch minder snel in de spotlights. En voor een keeper is het ook niet makkelijk: maak als doelman tien mooie reddingen en 1 foutje in één wedstrijd en kijk wat er de volgende dag in de krant wordt uitgelicht: juist, je foutje.

Maar wat Pirlo, Angel Di Maria, Kevin de Bruyne en Andres Iniesta laten (of lieten) zien op een voetbalveld, doet Jan Oblak zeer regelmatig onder de lat. Niet alleen zijn werk extreem goed doen, maar ook nog op een manier die heel fijn is om naar te kijken. Google maar eens op ‘Jan Oblak save’ of zoek op Youtube naar de onvermijdelijke compilaties, al dan niet begeleid met zoldertrance uit de Zeroes.

Van Slovenië naar Spanje

Jan Oblak werd op 7 januari 1993 geboren in het kleine Sloveense stadje Škofja Loka, zo’n 25 kilometer van de hoofdstad Ljubljana vandaan. Zijn vader Matjaz was ook doelman, zijn moeder Stonjanka speelde handbal. Zijn oudere broer Teja is actief in het basketbal.

Oblak maakte op zijn 16e zijn profdebuut bij Olimpija, daarmee werd hij de jongste debutant in het Sloveense voetbal. Sommige fans zullen bij zijn debuut hebben gedacht ‘Robert Volk kan wel inpakken!’. Blijkbaar dacht de concurrent van Oblak daar hetzelfde over; hij besloot zijn handschoenen aan de wilgen te hangen om de jonge doelman alle ruimte te geven. Volk was overigens al 43 jaar oud, en al actief als keeperstrainer.

Slechts één jaar later stond Benfica op de stoep. In zijn eerste jaren in Portugal werd hij tot vier keer verhuurd. In het seizoen 2013-14 mocht hij eindelijk het shirt van Benfica dragen. En toen begon de zegetocht: hij hield meteen een aantal keer zijn doel schoon, waaronder in de topper tegen FC Porto. In relatief korte tijd presteerde hij zo goed dat hij niet alleen een award voor Beste Doelman van de Portugese competitie kreeg, maar ook een transfer naar Atletico Madrid verdiende.

Bij Atletico begon Oblak met een prijskaartje van 16 miljoen euro, destijds het hoogste bedrag dat in La Liga ooit voor een doelman was betaald, én een erfenis van de naar Chelsea teruggekeerde Thibaut Courtois waar hij met Miguel Ángel Moya om moest strijden. Maar de Sloveen verblikte of verbloosde niet. Eerste keuze Moya raakte geblesseerd, Oblak nam zijn plek over en stond die niet meer af.

Rustige alleskunner

In zijn jaren bij Atletico Madrid (en het Sloveense elftal) is Jan Oblak uitgegroeid tot crimineel onderschatte doelman. Veel fans adoreren liberokeeper Manuel Neuer, de stoere Brazilianen Ederson en Alisson, de stabiele Marc-André Ter Stegen of de bizar talentvolle Gianluigi Donnarumma. Maar echte liefhebbers kiezen voor Oblak.

Waar Neuer, Ederson, Alisson, Ter Stegen en Donnarumma ieder hun eigen zwakke punt(en) hebben, gaat dit voor Oblak niet op. Hij is lang, snel, sterk, atletisch, doorziet het spel, anticipeert op potentieel gevaar, hij is sterk bij hoge en lage ballen, en hij heeft goede reflexen en leiderschapskwaliteiten. Dit alles combineert hij met een grote wil om zichzelf te blijven ontwikkelen én een enorme werklust.

Weliswaar is hij geen posterboy, of heeft hij de intimiderende kracht die Gianluigi Buffon in zijn beste jaren had, maar hij heeft iets veel belangrijkers: hij straalt enorme rust uit. Met zijn permanente Ryan Gosling-blik zorgt hij ervoor dat Atletico-fans weten dat het goed komt.

Welke spelers er ook de defensie vormen, ze weten dat ze op Oblak kunnen rekenen. Of ze nu een keer een foutje maken, of dat een tegenstander hen simpelweg te machtig is, de Sloveense doelman lost het op. Dat is ook te zien aan de statistieken: In slechts 215 La Liga-wedstrijden hield hij al 117 keer zijn doel schoon, dat is een percentage van 54%. Hij dendert met grote snelheid op de legendarische doelman Andoni Zubizarreta af. De Spanjaard harkte 235 clean sheets bij elkaar in 622 wedstrijden bij Athletic Bilbao, FC Barcelona en Valencia. Een percentage van 38%.

Zelf zul je Oblak niet zo snel horen over zijn brede palet aan kwaliteiten en zijn absurde statistieken. De doelman is niet actief op social media, geeft zelden interviews en is verder ook niet van de grootse gebaren of de arrogante uitspraken. Hij richt zich liever op zijn werk. En dat doet hij op een geweldige manier, die (veel) meer waardering verdient. We gaan hem missen op het EK.