Het AD bevestigt het racisme tegenover spelers met Marokkaanse roots

Dat Mohamed Ihattaren talent heeft, staat buiten kijf. En dat de jonge Utrechter momenteel niet in zijn beste vorm verkeert, is ook duidelijk. Hoe dat komt? Dat legt het AD wel even aan de onwetenden uit.

In de thuiswedstrijd tegen FC Groningen in januari 2019 besluit trainer Mark van Bommel Gaston Pereiro te wisselen. Wie hem moet vervangen? Mohamed Ihattaren. Daarmee wordt hij de op drie na jongste debutant van PSV. Voor de volledigheid: Stanley Bish, Wilfred Bouma en Willy Jansen waren nog iets jonger bij hun debuut.

Ihattaren – je zegt ‘gewoon Ie-hat-tá-ren, want je zegt toch ook niet Jack van ‘Zjelder’?’, aldus de jonge speler later in een interview – liet meteen zien over veel talent te beschikken, en speelde de rest van het seizoen regelmatig in de basis. In het seizoen erna, zoals bekend eerder gestopt door de coronauitbraak, speelde de aanvallende middenvelder na Pablo Rosario de meeste wedstrijden (30).

Toch begon vorig seizoen de kritiek. PSV draaide een matig seizoen, en Mark van Bommel werd op straat gezet ten faveure van Ernest Faber. En zoals dat gaat met een club in de problemen: alles en iedereen komt aan de beurt. Het ligt aan de trainer, de technisch directeur, de algemeen directeur, de gehanteerde tactiek, de doelman, de spits, de basiself, de hele selectie… En dus ook aan Mohamed Ihattaren.

Volgens Ronald de Boer ‘slentert’ de speler en heeft hij ‘vedette-neigingen’. Toen Ihattaren zijn nieuwe Audi showde, vond Gertjan Verbeek dat ‘een jongen van 18 in zo’n auto’ niet kan ‘in deze tijd’. Kenneth Perez claimt dat de Utrechter er alleen komt als hij ‘de handschoen oppakt’.

Steun kwam er van Willem van Hanegem (‘Ihattaren heeft in zijn kleine teen meer talent dan Bruma’) en Björn van der Doelen (‘De talenten van nu krijgen steeds minder tijd om hun persoonlijkheid te ontwikkelen.’).

Maar toen moest het AD-artikel van Maarten Wijffels nog geschreven worden.

Het AD-artikel

AD Sportwereld reserveert zelfs de cover voor het schrijfsel van de journalist. Blijkbaar is het voorpaginawaardig materiaal, volgens de sportredactie. Dat daarmee het racisme van de ‘Afellay- of Aissati-route’ wordt versterkt, lijkt niet belangrijk gevonden te worden. Want het is normaal dat als je als toptalent toevallig Marokkaanse roots hebt, je wordt vergeleken met andere talenten met dezelfde wortels.

Een vergelijking met, bijvoorbeeld, Robin van Persie is niet relevant, volgens Wijffels. De Rotterdamse oud-spits, die in zijn Feyenoord-periode (en ook later in mindere mate) moest vechten tegen een bepaald imago dat van hem ontstaan was. De moeilijke jongen, de ‘know-it-all’, het betwetertje dat wist hoe een vrije trap geschoten moest worden en Pierre van Hooijdonk in zijn hemd zette. Hij had tenminste nog een vader, Ihattaren niet meer, na diens overlijden in oktober 2019. Smakeloos, zegt u? Dat kan de AD-journalist weinig schelen.

En dan laten we het deel dat samen te vatten is als ‘Mohamed, je bent structureel te dik, dus je stelt niet alleen je familie, maar ook je overleden vader teleur’ maar even buiten beschouwing.

Dat de enige twee toekomstkeuzes de Afellay-route en de Aissati-route zijn, is ook niet enorm logisch. De motivatie van deze tegenstelling is dat Afellay naar FC Barcelona ging en Aissati via FC Twente, Ajax en Vitesse bij enkele Turkse en een Russische club terechtkwam. Vergeten wordt dat Afellay bij Barcelona zwaar geblesseerd raakte, en in de jaren daarna breekbaar bleef. Na zijn vertrek uit Spanje kwam hij bij Stoke City tot de meeste wedstrijden, waarna hij een mislukte rentree beleefde bij PSV.

Journalistiek racisme

Het AD-artikel is exemplarisch voor het patroon dat de voetbaljournalistiek lijkt te volgen bij elke voetballer met Marokkaanse roots. Als het talent voor het eerst op de bank zit, is er voorzichtig enthousiasme en vooral nieuwsgierigheid. Het debuut, en de eerstvolgende wedstrijden, is spetterend en wordt bejubeld. Of je nu Ihattaren, Afellay, Aissati, El Hamdaoui of Bakkali heet.

Daarna komt, zoals bij het overgrote deel van de talenten wereldwijd, de onvermijdelijke dip. De magie lijkt tijdelijk verdwenen, het chagrijn neemt toe bij de speler zelf, de trainer wordt ontevreden en de media duiken erbovenop. En zoals Ziyech zijn hele leven al wordt achtervolgd door mensen die wijzen op zijn zogenaamd ongeïnteresseerde of zelfs ontevreden hoofd komen de verhalen over ruzie tussen de bewuste speler en de trainer, een geblokkeerde transfer, een algehele ontevredenheid over het leven. En zo creëer je als journalist een imago van een speler. Sterker nog, van een grote groep voetballers.

Tuurlijk mag je kritiek hebben op een speler, ook Ihattaren doet ongetwijfeld dingen verkeerd. Maar lees nog eens de alinea met kritiekpunten van de voetbalmensen. Allemaal gaan ze over mentaliteitsproblemen en arrogantie. Precies de problemen die elke keer weer benoemd worden door mensen als het gaat over voetballers met Marokkaanse roots. Dat is de definitie van racisme.