De 6… lichtpuntjes in de degradatieduisternis

Het seizoen 2018/2019 is al weer voorbij. Althans, de reguliere competitie, er wordt uiteraard nog gespeeld om een Europees ticket én om twee plekken in de Eredivisie. Maar laten we terugkijken op de 34 speelrondes die achter ons liggen. Onderin werd soms flink geploeterd, maar wie ontdeed zich van die malaise?

Een gedegradeerde club, hoe slecht ook, levert vaak nog wel één speler af die het een stapje hoger mag proberen. Of in elk geval niet mee hoeft naar de donkere krochten van de Keuken Kampioen Divisie. Ook dit jaar waren er enkele krentjes in de pap bij de onderste zes clubs. Laten we hen eens in de spotlights zetten.

1. Younes Namli (PEC Zwolle)

Toen deze fijne dribbelaar te licht bevonden werd bij SC Heerenveen, ging hij zijn geluk bij een andere blauw-witte ploeg beproeven. En na twee nogal wisselvallige seizoenen lijkt hij nu echt constant te zijn geworden. En het niveau dat hij haalt, is hoger dan dat van de dertiende club van het land. Weliswaar scoorde Namli ‘slechts’ 4 goals, er stonden wel 7 assists tegenover.

Zijn contact loopt nog één jaar, dus het lijkt het ideale moment om een stapje omhoog te zetten. Zijn oud-trainer Jaap Stam begint komende zomer bij Feyenoord. Zou het…?

2. Kjell Scherpen (FC Emmen)

FC Emmen was dé verrassing van het afgelopen Eredivisie-seizoen. (Bijna) niemand gaf een stuiver voor de kansen van de ploeg van trainer Dick Lukkien. Maar mede dankzij de boomlange en mentaal ijzersterke Kjell Scherpen werd de debutant 14e. Volledig foutloos was de doelman (uiteraard) niet, maar niet elke 19-jarige weet het vertrouwen van zijn trainer te winnen om hem het gehele seizoen in het doel te laten staan.

Scherpen heeft zijn transfer al binnen: Komende zomer gaat zijn contract bij Ajax in. Maar de kans lijkt klein dat hij het doel van de landskampioen mag verdedigen. De vraag is: wordt het Jong Ajax, en dus alsnog een degradatie? Of mag de doelman meters maken bij een andere Eredivisie-ploeg?

3. Lazaros Lamprou (Fortuna Sittard)

Mede dankzij de centen van eigenaar Isitan Gün was de prestatie van Fortuna iets minder groots dan van FC Emmen, maar toch was de 15e plek door slechts weinige kenners voorzien. Het lijfsbehoud ging bij vlagen gepaard met aantrekkelijk voetbal, mede dankzij Lazaros Lamprou. De 21-jarige Griek werd op huurbasis overgenomen van PAOK Saloniki, en hij bleek een aanwinst. De jeugdinternational had met zijn zeven goals en acht assists een groot aandeel in de goede eindklassering van de Limburgers.

Lamprou keert normaal gesproken terug bij PAOK Saloniki. Hopelijk krijgt hij daar volgend seizoen een eerlijke kans. En anders is het misschien aan een club met een miljoen of twee in kas om de portemonnee te trekken.

4. Marcus Edwards (Excelsior)

In het moderne voetbal wordt het langzamerhand gemeengoed: een Europese (sub)topclub die een talent uitleent aan een club die flink wat treden lager staat. Maar toch was Tottenham-talent Marcus Edwards een konijn uit de hoge Rotterdamse hoed. Zodra hij aan de bal was, groeide de hoop op Woudestein dat er wat leuks ging gebeuren. De twee goals en vier assists zijn misschien wat weinig, maar de dreiging die de kleine Edwards uitstraalde, gecombineerd met zijn heerlijke balbehandeling, zorgde toch voor vele, fijne minuten in Kralingen.

Het ziet er niet naar uit dat Mauricio Pochettino volgend seizoen al een beroep gaat doen op Edwards, dus is de vraag: welke club zorgt voor de derde huurovereenkomst van de aanvaller?

5. Youssef El Jebli (De Graafschap)

Als er iemand symbool staat voor het type speler dat zich onttrekt aan de degradatiemalaise, is het Youssef El Jebli wel. Altijd gebeurt er wel iets als de aanvallende middenvelder de bal heeft. De in 2015 van FC Lienden(!) overgenomen El Jebli was betrokken bij achttien goals van de Superboeren, omgerekend is dat 47% van het totaal. Genoeg om één van de publiekslievelingen in Doetinchem te worden.

Het contract van 26-jarige El Jebli loopt nog een jaar, dus het is nu het ideale moment om een stap te maken. Ofwel binnen de Eredivisie, ofwel naar bijvoorbeeld bovenin het Championship.

6. Mitchell Te Vrede (NAC Breda)

De speler, waarvan niemand precies weet hoe goed hij is, bij de club, waarvan niemand precies weet of het ooit nog de gloriedagen gaat beleven. Tien goals maken in een ploeg vol individuen is gewoon knap. Maar absoluut niet genoeg om de degradatie af te wenden. De terechte nummer laatst vermaakte zelden, maar had in elk geval een soort scorende spits.

Wat nu met Te Vrede? In de KKD spelen met NAC lijkt met een aflopend contract niet voor de hand te liggen, maar welke Eredivisieclub wil hem dan wél? Of wordt het toch, na een allerminst geslaagd avontuur bij Boluspor, wederom een ploeg in het buitenland?