Dit wordt hét WK van de Afrikaanse teams

Het Wereldkampioenschap voetbal wordt sinds het begin gedomineerd door Europese en Zuid-Amerikaanse landen. De twee continenten verdelen standaard de finaleplaatsen. Voor de andere vier continenten is de poulefase vaak al een te lastige horde. Maar in Rusland gaan we de definitieve doorbraak van de Afrikaanse teams meemaken.

Laten we eerst even een duik in de geschiedenis nemen. Het eerste WK, dat in 1930 in Uruguay plaatsvond, kende alleen deelnemers uit Noord- en Zuid-Amerika en uit Europa. Destijds was een reis naar Zuid-Amerika kostbaar qua tijd en geld, dus werd het vooral een ‘regiofeestje’. Vier jaar later ging het ook niet zoals de FIFA had gehoopt. Chili, Peru en Turkije trokken zich na hun eerdere aanmelding terug, ook Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland ontbraken. Het dieptepunt was nog wel dat titelverdediger Uruguay geen zin had om de reis naar Italië te maken, omdat vier jaar eerder veel Europese teams de oceaan weigerden over te steken.

Uiteindelijk waren er zestien teams aanwezig, waaronder naast ons eigen Nederlands elftal (voor het eerst) de Egyptenaren, de eerste vertegenwoordigers van het Afrikaanse continent. De ploeg van de in Schotland geboren bondscoach James McRea kon na één wedstrijd al naar huis: Hongarije was in Napels met 4-2 te sterk.

Vervolgens zou het tot 1970 duren voordat Afrika weer aanwezig was op een WK. Op het eindtoernooi in Mexico, waar ‘wij’ niet aanwezig waren, debuteerde Marokko. En het begon veelbelovend, de Noord-Afrikanen kwamen tegen West-Duitsland brutaal op voorsprong. De wedstrijd ging door goals van Uwe Seeler en Gerd Müller echter verloren. Omdat er ook van Peru werd verloren (3-0) en gelijk werd gespeeld tegen Bulgarije (1-1), ging Marokko na ronde één weer naar huis.

Vier jaar later debuteerde Zaïre (de huidige Democratische Republiek Congo) op het WK in West-Duitsland, maar bleef in een poule met Brazilië, Joegoslavië en Schotland puntloos en zelfs doelpuntloos. In 1978 was Tunesië het vierde Afrikaanse land in de geschiedenis dat debuteerde. Onder leiding van bondscoach Abdelmajid Chetali wist de ploeg de eerste overwinning voor het continent op een mondiaal eindtoernooi te behalen, Mexico werd met 3-1 verslagen. Na een krappe nederlaag tegen Polen (1-0) en een knap gelijkspel tegen de gastheer van het toernooi was Tunesië echter uitgespeeld.

Algerije speelde zijn eerste WK in 1982, en werd slachtoffer van het Bedrog van Gijon. Algerije had vier punten na drie wedstrijden en moest afwachten hoe de wedstrijd tussen West-Duitsland en Oostenrijk zou aflopen. Als de West-Duitsers met hooguit 2-0 zouden winnen van hun zuiderburen, zouden beide ploegen doorgaan. Na de 1-0 van Horst Hrubesch leken de twee teams het op een akkoordje te gooien, waardoor Algerije dus naar huis moest. Naar aanleiding van deze salonremise besloot de FIFA dat de laatste, beslissende wedstrijden voortaan op hetzelfde tijdstip gespeeld worden.

In 1986 lukte het een Afrikaans team voor het eerst om de poulefase te overleven. Waar Algerije op dat toernooi nog jammerlijk faalde, pakte Marokko de groepswinst en moest in de ronde erna het hoofd buigen voor West-Duitsland (1-0).

Meer Afrikaanse deelnemers
Weer vier jaar later wist Egypte een poule met onder andere het Nederlands elftal niet door te komen, maar haalde debutant Kameroen de laatste acht. Aan de hand van de spits Roger Milla bleven de De Ontembare Leeuwen Roemenië, Argentinië en Sovjet-Unie voor en versloeg het in de ronde erna Colombia. In de kwartfinale moest Kameroen het hoofd buigen voor Engeland.

In 1994 waren voor het eerst drie Afrikaanse teams aanwezig. Kameroen en Marokko eindigden allebei laatste in hun groep, maar debutant Nigeria wist de laatste zestien te halen, waar het door Italië werd uitgeschakeld. Vier jaar daarna sneuvelden Marokko, Kameroen, debutant Zuid-Afrika en Tunesië in de poulefase. Het was wederom Nigeria die de eer van het continent nog enigszins hoog hield, maar in de achtste finales was Denemarken met 4-1 te sterk. Weer vier jaar later deden er voor het eerst vijf Afrikaanse landen mee aan het WK, maar was er na de groepsfase nog maar één over: Senegal, dat de openingswedstrijd van het toernooi met 1-0 van Frankrijk won door een goal van Papa Bouba Diop, versloeg Zweden in de knockoutfase, maar verloor vervolgens van Turkije.

Het WK van 2006 was qua prestaties van de Afrikaanse ploegen een kopie van de editie ervoor, want alleen Ghana haalde de achtste finales, waarin het door Brazilië eenvoudig aan de kant gezet werd. Vier jaar later was er voor de zes(!) Afrikaanse landen het ultieme podium om te presteren. Maar gastland Zuid-Afrika, Nigeria, Algerije, Kameroen en Ivoorkust haalden geen van allen de volgende ronde. Ghana wist de kwartfinale te halen, waar het mede dankzij een handsbal op de doellijn van Luis Suarez (en de daaropvolgende gemiste penalty van Asamoah Gyan) uitgeschakeld werd door Uruguay.

Op het mondiale eindtoernooi in Brazilië was er wederom een primeur: twee Afrikaanse deelnemers overleefden de groepsfase. Algerije en Nigeria werden vervolgens in de achtste finales verslagen door respectievelijk Duitsland en Frankrijk.

Het imago
Zoals je hebt kunnen lezen, zijn de prestaties van de Afrikaanse teams op het WK zelden denderend. Nooit kwam een ploeg verder dan de kwartfinale, en tot 2014 haalde per toernooi hooguit één CAF-land de knock-outfase. Dat zorgde ervoor dat het imago niet al te best is. Niet voor niets zetten al die tienduizenden voetballiefhebbers de Afrikaanse ploegen op plek 3 of 4 in de groep, als ze een poule invullen. En over het continentale toernooi, de Afrika Cup, wordt vaak wat lacherig gedaan en weet er altijd wel iemand een typische ‘Africa Cup’-tackle te noemen, waarbij een speler met twee benen vooruit inhakte op zijn tegenstander.

Blijkbaar maakt het niet uit of teams toppers herbergen als Didier Drogba, Samuel Eto’o, Michael Essien, Asamoah Gyan, Emmanuel Adebayor, Nwanko Kanu, Seydou Keita of Yaya Touré. Afrikaanse ploegen komen, om wat voor reden dan ook, nooit ver op een mondiaal eindtoernooi. En zelden staan ze bekend om het goede of aantrekkelijke voetbal.

Het heden
Vanaf donderdag 14 juni mogen wederom vijf Afrikaanse teams aan het imago van de CAF-landen werken op het WK in Rusland. Egypte, Marokko, Nigeria, Tunesië en Senegal zullen allemaal stiekem hopen op een stunt die jaren later nog inspiratie zal leveren voor (voetbal)quizvragen. En hoe realistisch is het eigenlijk om iets moois te verwachten van de afgevaardigden van de CAF?

De groepsfase is over het algemeen meteen een lastige horde. In drie wedstrijden moet er fatsoenlijk gepresteerd worden, zodat een plek bij de eerste twee gegarandeerd is. Maar de loting is lang niet altijd even gemakkelijk voor de Afrikaanse teams. Sowieso komt elk land in een poule terecht met een tegenstander uit de top-7 van de wereld (of met het gastland Rusland, momenteel nummer 64). Ook de andere drie potten werden op basis van de positie op de FIFA-ranglijst samengesteld, dus konden Nigeria (plek 44) en Marokko (plek 56) een loodzware poule verwachten. Tunesië (plek 31), Egypte (plek 30) en Senegal (plek 33) mochten dankzij hun plaats in pot 3 op één relatief zwakke broeder.

Toch biedt de loting genoeg perspectieven voor Afrikaans succes.

Egypte
De Egyptenaren doen dit jaar voor de derde keer mee, en werden ingedeeld in poule A bij gastheer Rusland, Uruguay en Saoedi-Arabië. De ploeg van de in Argentinië geboren bondscoach Héctor Cúper gaat in Jekaterinenburg, Sint-Petersburg en Volgograd op zoek naar de eerste overwinning op een mondiaal eindtoernooi.

Buiten superster Mohammed Salah (jeej, hij is er tóch bij), zijn er weinig echte blikvangers. Zes spelers verdienen hun geld in Engeland, waaronder één van de bekendste Egyptische voetballers Mohamed Elneny (Arsenal). Verder speelt de man met de illustere naam Trézéguet bij het Turkse Kasimpasa, staat Kouka onder contract bij het Portugese Sporting Braga en is Karim Hafez eigendom van het Franse RC Lens. De andere Egyptenaren spelen in hun thuisland, of in landen als de VS, Finland, Griekenland en Saoedi-Arabië.

Onmogelijk is de loting zeker niet. Uruguay is min of meer de gedoodverfde groepswinnaar, maar daarachter zullen Rusland en Egypte om plek twee gaan strijden. Saoedi-Arabië lijkt op papier te zwak om een rol van betekenis te gaan spelen. Zonder de Farao van Anfield zal Egypte zeer lastig tot scoren komen, dus is het hopen dat hij snel hersteld is van zijn blessure. Tot die tijd zal de ploeg het nóg meer van de defensieve kracht en de teamspirit moeten hebben, maar dan is een plekje in de achtste finales zeker niet onmogelijk. Aangezien de tegenstander in die volgende ronde waarschijnlijk Spanje (of eventueel Portugal) zal zijn, zal dat ook het eindstation zijn.

Marokko
Voor het eerst sinds 1990 is Marokko weer aanwezig op een WK. Bondscoach Hervé Renard werd niet altijd begrepen door de keuzes die hij maakte, maar het uiteindelijke resultaat mag er zeker zijn. En nu is het de grote vraag hoe de Fransman zijn team tot grote hoogte kan laten stijgen tegen Spanje, Portugal en Iran.

Marokko heeft, zoals bekend, een aantal (oud-)Eredivisiespelers in de gelederen, bijvoorbeeld Hakim Ziyech, Karim El Ahmadi, Sofyan Amrabat en Nordin Amrabat. Maar naast deze spelers kunnen de Noord-Afrikanen ook beschikken over toppers als Mehdi Benatia (Juventus), Nabil Dirar (Fenerbahce) en Younes Belhanda (Galatasaray). En dan hebben we het nog niet gehad over Real Madrid-talent Achraf Hakimi en Schalke 04-jongeling Amine Harit. Niet slecht voor een land dat al jaren te kampen heeft met een imago van ‘die spelers halen door hun gebrekkige instelling nooit de (absolute) top’.

Op papier heeft Marokko de zwaarste loting van alle Afrikaanse deelnemers. Toch is de ploeg zeker niet kansloos. De Leeuwen van de Atlas kunnen in de eerste wedstrijd tegen Iran meteen een goede start maken, om vervolgens tegen Portugal en Spanje één of meerdere puntjes te sprokkelen. Het duel met de Portugezen wordt vooral een strijd wie het beste kan verdedigen, en Marokko heeft bewezen dat het daarin zeer bedreven is. En als je een poule met Spanje én Portugal weet te overleven, waarom zou je in de achtste finales dan bang zijn voor Uruguay?

Nigeria
Inmiddels is Nigeria een min of meer vaste gast op het WK. Sinds 1994 waren The Super Eagles zes van de zeven toernooien aanwezig. Dit keer treffen ze in groep D Argentinië, Kroatië en IJsland.

Naast de oud-Eredivisie-spelers Kenneth Omeruo, William Troost-Ekong, Tyronne Ebuehi en Ahmed Musa herbergt de selectie nog een aantal andere bekende namen. Denk aan aanvoerder John Obi Mikel (na een lange loopbaan bij Chelsea sinds 2017 actief voor Tianjin TEDA in China) en Victor Moses (sinds 2012 eigendom van Chelsea). Mikel is samen met Leicester City-speler Wilfred Ndidi het fysiek sterke blok op het middenveld. Voorin zijn Alex Iwobi (Arsenal) en Kelechi Iheanacho (Leicester City) de spelers die het moeten doen.

Nigeria heeft het niet echt getroffen met de loting. Het WK begint voor de mannen van de in Duitsland geboren bondscoach Gernot Rohr tegen het talentvolle en lastige Kroatië. In die wedstrijd zal het Nigeriaanse middenveld de fysieke kracht kunnen inzetten tegen de frêle baltovenaars. Tegen IJsland zal het een vechtwedstrijd worden in de goede zin van het woord. Als de Nigerianen daarin slagen, kan het met een gerust hart de groepsfase afsluiten tegen titelkandidaat Argentinië (waar de Nigerianen op een WK al vier keer van verloren). In de volgende ronde treft de ploeg waarschijnlijk Frankrijk, en dan is het hopen op een wonder.

Tunesië
De Adelaars van Carthago zijn er na een dip, waarin de ploeg twee keer het WK miste en in de Africa Cup nooit verder kwam dan de kwartfinale, weer bij. In Rusland mogen zij het in groep G opnemen tegen België, Engeland en Panama.

Zeven spelers uit de Tunesische WK-selectie verdienen hun brood in Frankrijk, zoals Wahbi Kahzri (Rennes), Bassem Srarfi (Nice) en Oussama Haddadi (Dijon). Verder zijn de spelers te bewonderen in onder anderen hun thuisland, in Saoedi-Arabië en in Egypte. In de kwalificatie wist Tunesië in alle wedstrijden de nul te houden, al was de tegenstand niet schokkend met DR Congo, Libië en Guinea. Door velen wordt de ploeg van bondscoach Nabil Maâloul dan ook gezien als de zwakste Afrikaanse WK-deelnemer.

De loting voor de poulefase had zwaarder kunnen uitvallen, maar toch lijkt Tunesië weinig kans te hebben op een plek in de volgende ronde. Er zal tegen Engeland meteen een goed resultaat neergezet moeten worden, en dat is al lastig genoeg. Voor de wedstrijd tegen België zal er een verlies ingecalculeerd moeten worden, en de kans is groot dat de strijd met Panama vooral gaat om de baard van de keizer. Mocht de Tunesiërs tóch de poulefase overleven, dan is de volgende tegenstander Colombia of Senegal.

Senegal
De hoop van Afrika zal toch vooral op Senegal gevestigd zijn, ondanks dat de ploeg pas voor de tweede keer meedoet aan het WK. Aangezien Les Lions de la Teranga Colombia, Japan en Polen een zeer onvoorspelbare poule vormen, is die hoop meer dan terecht.

Mocht je het nog niet weten: Senegal heeft stiekem een selectie met een paar erg fijne spelers. Natuurlijk is Liverpool-speler Sadio Mané van de partij, maar vergeet ook zeker niet Keita Baldé (AS Monaco), Idrissa Gueye (Everton) en Kalidou Koulibaly (Napoli). Na de sensationele overwinning op Frankrijk op het WK van 2002, zal de Senegalese ploeg nu op jacht gaan naar meer. En met een zeer degelijke ploeg die op de juiste plekken toppers hebben staan, is dat zeker niet onmogelijk.

Senegal maakt simpelweg tegen elke tegenstander die het in de poule treft een goede kans, en tegen het vrij zwakke Japan mag je gewoon een overwinning verwachten. Als de Senegalezen ook weten te winnen van het wisselvallige Polen, zal de laatste wedstrijd tegen de Colombianen een direct duel om groepswinst worden. Afhankelijk van de uitkomst daarvan, speelt de ploeg van coach Cheikhou Kouyaté (tijdens WK2002 de aanvoerder van Senegal) waarschijnlijk tegen België of Engeland. Het is zeker niet hoogmoedig om nog iets verder te kijken, naar de kwartfinale, waarin de kans reëel is dat Brazilië de volgende tegenstander is.

Conclusie

Velen zullen bij het invullen van hun WK-poule de Afrikaanse teams doorgaans op plek 3 of 4 in de groepsfase zetten, dankzij het slechte imago van die ploegen. En voor Tunesië lijkt dat terecht, maar Marokko en Egypte (mits met Salah) zijn niet kansloos in hun poule en Nigeria en Senegal zijn gewoon reële opties voor plaats twee in hun poule. De prestatie van vier jaar geleden, met twee Afrikaanse teams in de achtste finales, kan minstens geëvenaard en misschien zelfs verbeterd worden.

In de achtste finales zullen alle Afrikaanse teams die nog over zijn het lastig krijgen, omdat de kans groot is dat ze een groepswinnaar treffen. Maar als de ploegen hun kwaliteiten kunnen combineren met een beetje geluk en/of de ongrijpbare ‘flow’ kunnen die ploegen zich (eindelijk) definitief op de kaart zetten, zodat we voortaan serieus rekening gaan houden met de Afrikaanse topteams.