Mannen Wiens Voeten Wij Kussen #22: David Silva

Van de kleine Canarische Eilanden komen ladingen aan steengoede voetballers, uit het piepkleine vissersdorpje Arguineguín komen twee regelrechte genieën: Juan Carlos Valerón en David Silva. En David Silva wordt het grootste genie van allemaal.

Als we denken aan de Canarische Eilanden, denken we aan witte stranden en een kraakheldere oceaan, niet zozeer aan voetbal. Voetbal, dat wordt in Spanje vooral in Barcelona, Madrid, Valencia en Sevilla beoefend. Af en toe doet bijvoorbeeld Tenerife of nu Las Palmas een paar jaartjes mee in de Primera División, alvorens weer te degraderen.

Toch zijn de Canarische Eilanden na Catalonië misschien wel de grootste broedplaats van Spaans voetbaltalent. Gevaarlijke Premier League-aanvallers als Pedro, Jesé, Sandro Ramírez en Ayozé Pérez komen er vandaan, net als Eintracht Frankfurt-sterkhouder Omar Mascarell en prima voetballers in de Primera División, zoals Vitolo, Jonathan Viera en Rubén Castro. Ook Deportivo La Coruña-held Manuel Pablo kwam van de eilanden.

Maar met afstand de twee beste voetballers van de Canarische Eilanden komen uit het rustige vissersdorpje Arguineguín (wat ‘stil water’ betekent). In juni van 1975 zag de legendarische middenvelder Juan Carlos Valerón er het levenslicht, elf jaar later werd David Silva er geboren. Arguineguín telt nog geen drieduizend inwoners, maar bracht wel twee van de stijlvolste middenvelders van de afgelopen twintig jaar voort.

Het verhaal van Valerón is bekend. Via Las Palmas, RCD Mallorca en Atlético Madrid kwam hij bij Deportivo La Coruña terecht, waar hij twaalf jaar zou spelen. Met Valerón als geniaal meesterbrein achter Roy Makaay en Diego Tristán was Depor een gevreesde ploeg in Europa, met de halve finale van de CL in 2003/2004 als hoogtepunt. Valerón, minstens zo getalenteerd als Xavi, werd dankzij een reeks zware blessures nooit de wereldster die hij had moeten zijn. Na drie jaar afbouwen bij Las Palmas hield hij het in de zomer van 2016 voor gezien.

De loopbaan van David Silva is bij lange na niet zo tragisch als die van zijn dorpsgenoot, maar net als Valerón is hij nooit de onbetwiste megaster van Spanje geworden. In het prachtige Valencia van Unai Emery was Silva tussen David Villa en Juan Mata wel degelijk de beste van het hele stel, maar terwijl zijn natie het EK en het WK won zat hij meestal op de bank. Xavi en Andrés Iniesta waren nóg beter.

Silva is watervlug en ongrijpbaar, heeft een linkerbeen dat zowel een zacht, subtiel stroomstootje als een donderende bliksemflits kan produceren en lijkt op ieder moment te weten waar iedereen zich op het veld bevindt. En waar iedereen naartoe moet. De steekpass is David Silva’s meest gevreesde wapen. Toch lijkt de man met zijn immense kwaliteiten, altijd net niet tot de allergrootsten te behoren.

Ook in de Premier League, waar hij nu alweer aan zijn zevende seizoen voor Manchester City bezig is, wordt hij zelden gezien als de beste speler van de competitie. Zijn ploeggenoot Sergio Agüero verdient meestal die eer, of Eden Hazard, Alexis Sánchez, misschien Philippe Coutinho. Dit jaar heeft iedereen het over Harry Kane, Paul Pogba en Kevin de Bruyne. En vraag de gemiddelde voetbalkenner de beste 25 voetballers ter wereld op te noemen, dikke kans dat David Silva niet voorbij komt. Tussen al die wereldtoppers valt Silva gewoon niet zo op.

Stil water.

Maar nu is de stilist eindelijk speler van de coach voor wie hij geboren leek te zijn: Pep Guardiola. Na een moeizaam eerste seizoen heeft de wondercoach zijn City nu aan de praat gekregen en wordt het mooiste voetbal ter wereld in het Etihad Stadium gespeeld. In de Premier League, tussen de tanks en zagers in de Engelse middenlinies, leek David Silva nooit helemaal op zijn plek, maar nu Manchester City een wervelende, onstuitbare tsunami is geworden stuwt de kleine spelmaker als Poseidon de kolkende muur van water voort. Het eens stille water roert hij nu met zijn drietand aan, tot iedere tegenstand is weggevaagd.

Afgelopen dinsdag, tegen Feyenoord, was de lichtblauwe brigade van Guardiola weer even een rustige zee, bijna te temmen door elf Rotterdamse havenwerkers. Het was geen toeval dat dit gebeurde in een wedstrijd waarin David Silva ontbrak.

Natuurlijk is De Bruyne de revelatie van het seizoen en volgens Guardiola zelf na Lionel Messi de beste speler met wie hij ooit werkte. Natuurlijk blinken Leroy Sané en Raheem Sterling wekelijks uit en natuurlijk blijft Agüero de grootste naam van het team. Maar zoals het FC Barcelona van Guardiola, met Lionel Messi en Andrés Iniesta als grootste sterren, het meeste werd belichaamd door Xavi, is nu David Silva de man die symbool staat voor het heerlijke voetbal van Manchester City.

De vissersjongen uit Arguineguín is nu 31 en op de toppen van zijn kunnen. Hij draait aan alle knoppen bij zijn club en Spanje zal volgende zomer toch vooral op zijn klasse rekenen. Over een jaar zal niemand zijn naam nog vergeten als wordt gevraagd naar de beste voetballers ter wereld. Over een jaar zal hij zijn pagina in de geschiedenisboeken als de eerste echte absolute wereldtopper van de Canarische Eilanden met gouden pen ondertekend hebben. Maar David Silva’s voeten verdienen het natuurlijk allang gekust te worden.