De 6… voetbalsters die je moet zien op het EK

Zondag 16 juli gaat het EK vrouwenvoetbal in ons eigen land van start. Niet iedereen zal oranje vlaggetjes in de straat hebben hangen, zijn of haar Oranje-shirt gestreken hebben of fanatiek de plaatjes hebben gespaard. Feit is dat dit EK het voorlopig nog aflegt tegen de variant met de mannen. Maar er zijn zeker spelers waarvoor je je tv aan moet zetten komende zomer. Dit zijn de 6 belangrijkste.

Ada Hegerberg (Noorwegen)

Hoeveel voetballers ken jij die gemiddeld meer dan één goal per wedstrijd scoren? Niet heel veel waarschijnlijk. Aga Hegerberg heeft momenteel na drie seizoenen bij Olympique Lyon 112 keer gescoord in 97 wedstrijden, een moyenne van 1,15 goal per wedstrijd. Oja, en ze is net 22 geworden.

Hegerberg is een speler die altijd lijkt te weten waar het doel is. Al zou je haar bij de dug-out blinddoeken, tien rondjes laten draaien en vervolgens het veld op sturen, dan nog zal ze een hattrick maken. En zoals het de echte topspits betaamt: ze kan scoren met links, met rechts én met het hoofd. De aanvalster moet Noorwegen aan doelpunten helpen, maar het ziet er niet naar uit dat dat een probleem gaat zijn.

Lieke Martens (Nederland)

Een beetje chauvinisme is ons niet vreemd, maar vele buitenlanders zullen het met ons eens zijn: flankflitser Lieke Martens behoort tot de grote sterren van dit EK. Ze is neerlands hoop in bange voetbaldagen, al kwam het er op het WK van 2015 ondanks een goal in de eerste wedstrijd niet echt uit. Maar twee jaar ouder, wijzer en beter is ze er klaar voor.

De vergelijking met de mannen is zo goed als verboden, maar Martens ontkomt bijna niet aan de bijnaam ‘de vrouwelijke Robben’. Van de flank naar binnen dribbelen, aanleggen en schieten is daar de oorzaak van. Ons Oranje-hart hoopt dat ze deze truc, maar ook haar andere trucs, vaak tot een succes gaat brengen dit EK. Dat komt het aanzien van de ‘Leeuwinnen’ ten goede.

Pernille Harder (Denemarken)

Op 24 oktober 2009 maakte de destijds 16-jarige Pernille Harder haar debuut voor het Deense elftal. Tegenstander Georgië bleek de ideale tegenstander, want de Denen wonnen met 15-0, mede dankzij een hattrick van Harder. Een prettige binnenkomer, en inmiddels staat de teller op 46 goals in 86 interlands.

De lichtvoetigheid en souplesse van Harder zijn om van te watertanden. Verdedigers is ze vaak te slim en/of te snel af en dat combineert ze met een prima doelgerichtheid. Ze is ongrijpbaar en daardoor is ze één van de spelers die Denemarken naar een halvefinaleplaats moet leiden. De finaleplaats lijkt een utopie, maar een Deen mag dromen.

Dzsenifer Marozsán (Duitsland)

Natuurlijk kan Duitsland niet ontbreken in dit lijstje. Onze Oosterburen hebben afscheid genomen van iconen als Nadine Angerer (136 interlands) en Birgit Prinz (214 interlands), maar hebben nog genoeg fijne spelers over. Eén daarvan is de in Hongarije geboren Dzsenifer Marozsán.

Marozsán is een straatvoetballer op gras met een techniek waar veel, veel mensen alleen van kunnen dromen. De bal is haar beste vriend, maar ze gunt hem ook aan haar collega’s. De ’10’ is haar positie en ze vult die in zoals de voetbalfan dat graag ziet. Veel tegenstanders slapen nu al slecht door de gedachte om tegen ‘Maro’ te moeten spelen.

Lucy Bronze (Engeland)

Met flankverdedigers is het meestal kiezen: of de back is goed in verdedigen en speelt aanvallend niks klaar, of de back rent als een dolle naar voren, maar vergeet de verdedigende taken. Lucy Bronze is van de zeldzame soort dat kan verdedigen én kan aanvallen. De 25-jarige verdediger is daarmee één van de beste van de wereld.

Bronze ziet het gevaar voor anderen het ziet en handelt er ook uitstekend naar. En dat niet alleen, met grote, zelfverzekerde stappen draaft ze ook regelmatig richting de achterlijn van de tegenstander. Na negentig minuten heeft ze dan ook vele kilometers op de teller staan. We kunnen wel zeggen dat Bronze goud waard is voor haar team.

Amandine Henry (Frankrijk)

De naam ‘Henry’ trekt bij voetbalfans natuurlijk al de aandacht. Maar in dit geval is de naam niet verbonden aan een technisch begaafde aanvaller, maar aan een steengoede controlerende middenvelder. En controleren, dat doet Amandine Henry. Ze is de grote regisseur van het Franse team, waarvan overigens iedereen behalve Henry zelf (Portland Thorns) en Élise Bussaglia (FC Barcelona) in eigen land speelt.

Ondanks het nummer 6 dat op haar rug prijkt, is ze niet alleen de stofzuiger die het creatieve gedeelte en het vele lopen aan haar collega’s op het middenveld overlaat. Haar traptechniek bezorgt menig keepster zweetdruppels, haar techniek verraadt haar talent en ze is niet te beroerd om veel te lopen tijdens een wedstrijd. Mede dankzij Henry is Frankrijk één van de ploegen die mag dromen over de EK-titel.