Indonesië, het nieuwe beloofde land?

Ivoriaans recordinternational Didier Zokora tekende gisteren voor het Indonesische Semen Padang. Hij is niet de eerste oud-ster in Indonesië, hij gaat onder meer Michaël Essien, Carlton Cole, Abdul Kader Keita, Peter Odemwingie en Mohamed Sissoko achterna. Wordt Indonesië een China in het klein?

Didier Zokora, voormalig speler van onder meer Tottenham Hotspur en FC Sevilla, in 2012 in dienst van Trabzonspor nog op legendarische wijze het kapmes hanteerde tegen Emre Belözoglu, is niet zomaar iemand. Sinds gisteren is hij voetballer van Semen Padang, een niet al te hoog vliegend clubje in de Indonesische Super League. Eerder deze week was de Indonesische competitie ook al in het nieuws, omdat Michaël Essien en Carlton Cole misschien de cel in moesten vanwege een verlopen visum.

Zo ver zal het niet komen met Essien, ooit één van de beste voetballers van Afrika, en Cole, een gevreesd Premier League-spits in zijn beste dagen, maar voetballen in Indonesië is een avontuur. De officiële competitie van het land, de Super League, ligt bijvoorbeeld al twee jaar stil door een zware straf van de FIFA vanwege overheidsbemoeienis. De straf werd vorig jaar opgeheven, maar er werd dit seizoen nog een alternatieve competitie afgewerkt. En volgens Sylvano Comvalius, spits van Bali United, moeten spelers soms begeleid door tanks de vijandige Indonesische heksenketels ontvluchten.

Avonturiers van over de hele wereld zijn in Indonesië neergestreken, waaronder inmiddels steeds meer grote namen. De meesten daarvan voetballen bij Persib Bandung, volgens de (niet door Engelstalige bronnen ondersteunde) Wikipedia-pagina de rijkste club van Zuid-Oost Azië en de op vijf na populairste club op aarde. Feit is dat Erick Thohir, de steenrijke Indonesische zakenman die eigenaar is van Internazionale en D.C. United, ook mede-eigenaar is van Persib. Dankzij zijn financiële steun kwamen Essien, Cole en Zokora’s landgenoot Abdul Kader Keita.

Peter Odemwingie, ooit de ster van onder meer Lille, Lokomotiv Moskou en West Bromwich Albion, speelt bij Persepam Madura United. Mohamed Sissoko, die bij onder meer FC Valencia, Liverpool, Juventus en Paris Saint-Germain de sloper op het middenveld was, is dat nu bij Mitra Kukar. Andere bekende namen zijn Shane Smeltz (ooit sterspeler van Nieuw-Zeeland, nu bij Pusamania Borneo), Juan Pablo Pino (Olympiakos, Galatasaray, nu Arema Cronous) en José Coelho (Internazionale, Benfica, nu Persela Lamongan).

Is het Indonesische voetbal aan een opmars bezig? Een antwoord kunnen we vinden in de verhalen van de Nederlanders die er nu voetballen. In het eerder aangehaalde interview met Sylvano Comvalius zegt hij: “Bali is natuurlijk een paradijs. Ik denk dat het voor veel mensen een droom is om hier een goedbetaalde baan aangeboden te krijgen. Daarnaast is de club heel professioneel georganiseerd en met de aanstelling van een Oostenrijkse coach werd duidelijk dat de club ambities heeft voor dit seizoen.”

“Het niveau in Indonesië is uiteraard wat lager dan in de Eredivisie, maar de ambiance in de stadions is echt geweldig. In ons stadion kunnen 35 tot 40 duizend man zitten. De mensen hier zijn gek van voetbal. Het gaat er soms fel aan toe”, vervolgt de man die na avonturen in Malta, Schotland, Kuwait, Kazachstan, China, Duitsland en Oekraïne wel het nodige vergelijkingsmateriaal heeft.

Ook Sergio van Dijk, een beroemdheid in Indonesië – waar hij ook international van is – en Australië en nu teamgenoot van Essien bij Persib Bandung, vertelt: “In de provincie waar ik voetbal, West-Java, wonen vijfendertig miljoen mensen. Ruim negentig procent van de bevolking is fan van mijn club. Het is altijd uitverkocht. Supporters staan zelfs buiten het stadion. Voetbal is zo groot hier. Ik overdrijf niet. Mensen zijn zo’n fan van voetbal, dat ze zelfs juichten toen het Nederlands elftal scoorde (in een oefeninterland tegen Indonesië, red.).”

In Indonesië is het dus prettig leven, zijn de clubs goed georganiseerd, zullen de salarissen inmiddels niet verkeerd zijn en is er dus ook een enorme beleving bij de fans. Een combinatie die in andere Aziatische landen moeilijk te vinden is, zegt ook Wiljan Pluim. Hij was ooit een groot talent bij Vitesse, had een mislukt avontuur in Vietnam en is nu samen met Marc Klok en Ronald Hikspoors actief bij PSM Makassar. “Bij de echte topwedstrijden komt er gemiddeld 35 duizend man publiek op een wedstrijd af. In Vietnam kan je je dit niet voorstellen.”

Het Aziatische voetbal is, met de miljoenenaankopen in China, de geleidelijke opmars van Zuid-Korea en Japan, maar ook de groeiende aantrekkingskracht van bijvoorbeeld de Indiase, Thaise en Vietnamese competities, sowieso al in opkomst. Indonesië kan, als het gesteggel met de FIFA eindelijk verleden tijd is, meesurfen op die golf. Maar met de miljarden van Thohir, de grote stadions en miljoenen fans, heeft het land wellicht een streepje voor op de meeste andere landen in de regio.

Makkelijk zal het niet gaan, in Japan en China is men al decennia bezig met het opzetten van competities die kunnen wedijveren met de Europese. En laten we eerlijk zijn, ze komen nog niet in de buurt. Indonesië op haar beurt, komt nog niet in de buurt van Japan en China. Maar er worden stappen gemaakt en de mix van oude sterren en avontuurlijke Nederlanders maakt de Indonesische competitie best leuk om te volgen. En laten we hopen dat Didier Zokora zijn kapmes ook meegenomen heeft.