Column: De magie van Mathias Pogba

Sparta Rotterdam stond zondagmiddag tegen tweeën thuis met 2-0 achter tegen Roda ‘als je er geen een tegen krijgt, hoef je ook niet te scoren’ JC. Je gaat bijna denken dat het JC ergens anders voor staat dan Juliana Combinatie. Het zag er beroerd uit voor de Rotterdammers tot Mathias Pogba zich aan de zijlijn meldde.

Twee maanden terug schreef ik hier over de broer van Manchester United-ster Paul Pogba. Hij werd in september naar Het Kasteel gehaald en maakte in de eerste maanden geen minuut. Ik wenste om een wilde fantasie in leven te houden dat dat zo zou blijven, maar zondag kwam er verandering in.

Pogba kwam binnen de lijnen en in amper een halfuur had Sparta er twee inliggen tegen Roda ‘verdedigen = winnen’ JC. Op het scoreformulier was de naam Pogba noch als doelpuntenmaker noch als aangever terug te vinden, maar toch las ik op meerdere plekken op internet dat Pogba Sparta inspireerde in de jacht naar een gelijkspel.

Er zijn tegenwoordig minder eervolle klusjes denkbaar voor een Pogba. Je club verzekeren van een plekje bij de laatste 32 in de Europa League, om zomaar iets te noemen. Pogba heeft gedebuteerd en hoewel ik ooit dus anders wenste, kan ik niet wachten op de komende drie, vier thuiswedstrijden van Sparta. “Alle ballen op Pogba”, klonk het op Het Kasteel na de 1-2 – zelden klonk een publiek zo triomfantelijk na een aansluitingstreffer.

Sinds het degradatiedebacle tegen Excelsior (een penalty tegen krijgen in de slotfase, degraderen, de penalty gemist zien worden, jezelf veiligspelen, zelf scoren, gevoelsmatig promoveren, er toch nog een om de oren krijgen en dus degraderen) durfde ik niet meer op Het Kasteel te komen, maar nu Pogba er af en toe opdraaft ga ik het misschien toch weer eens proberen. Want één deel uit de vorige Pogba-column hoeft nog niet per se de prullenbak in en dat is dat Mathias Pogba mogelijk succesvoller is dan zijn jongere broer.