Hoe eentonig is de Champions League?

De Champions League wordt meer en meer het toernooi ‘we love to hate’. Of in ieder geval ‘love to criticize’. Want wat is het een eentonig, voorspelbaar gedoe allemaal. Voor je gevoel zit je elk jaar naar dezelfde clubs te kijken. Dus is de vraag: is dat wel écht zo?

Nog even een korte geschiedenis: De Champions League bestaat sinds 1992/1993, dus het miljoenenbal is dit jaar aan zijn 25e editie begonnen. Voor die tijd was er de Europa Cup I, en iedereen boven de 40 noemt het belangrijkste Europese clubtoernooi nog steeds zo. In die tijd was het nog echt een strijd der kampioenen, maar we zitten toch al weer een tijdje naar de nummers twee, drie en in een enkel geval zelfs vier te kijken op de dinsdag- en woensdagavond.

Terug naar de vraag waarmee we dit artikel begonnen: is de Champions League inderdaad zo eentonig en voorspelbaar als onze onderbuik ons zegt? Laten we daarvoor eens kijken naar de laatste tien edities van het toernooi, in de seizoenen 2006/2007 tot en met 2015/2016. We hebben gekeken naar de deelnemende clubs en competities die ze representeren. En om de eentonigheid van de knock-out-fase te onderzoeken, hebben we telkens gekeken naar de clubs die minstens de kwartfinales haalden. Om de cijfers meer context te kunnen geven, hebben we ook de Europa League onderzocht.

De Europa League bestaat onder de huidige naam pas sinds 2009/2010, daarvoor heette het de UEFA Cup en daarvóór (tot het seizoen 1970/1971 de Jaarsbeursstedenbeker. Ook van dit toernooi hebben we de laatste tien seizoenen bekeken, met andere woorden: de UEFA Cup tussen de seizoenen 2006/2007 en 2008/2009 en de Europa League tussen de seizoenen 2009/2010 en 2015/2016.

Om maar meteen met wat cijfers te beginnen: In de afgelopen tien seizoenen deden in totaal 320 clubs aan het hoofdtoernooi van de Champions League mee. Niet geheel verrassend kwam het grootste aantal deelnemers uit Engeland (40), op de voet gevolgd door Spanje (39), Duitsland (32) en Italië (30). Met andere woorden: 43% van de deelnemers komt uit één van de vier grootste Europese competities. Onze eigen competitie leverde in tien jaar slechts elf deelnemers, daarmee staan we op gelijke hoogte met Turkije en Griekenland. In totaal werden dertig verschillende landen vertegenwoordigd in het toernooi.

In de Europa League waren er de afgelopen tien jaar 536 clubs die meestreden om de beker. Geloof het of niet, wij als Nederlanders zijn de hofleverancier. Onze eigen Eredivisie werd 36 keer vertegenwoordigd. De gedeelde tweede plek is voor Spanje en Duitsland (beiden 35 keer), gevolgd door Engeland en Italië (34 keer). Alles bij elkaar leverden 37 verschillende landen clubs aan het tweede clubtoernooi van Europa.

schermafbeelding-2016-10-22-om-16-31-59

Dan de knock-out-fase, want vooral daar zit onze frustratie. Van de tachtig deelnemers aan de eindfase van het toernooi (vanaf de kwartfinale) komt ongeveer de helft uit slechts twee(!) competities, namelijk de Spaanse en de Engelse. De andere helft is verdeeld over negen andere landen, met Duitsland, Frankrijk en Italië als prominente aanwezigen. Vier keer zat er een club uit Portugal bij de laatste acht.

In de groep ‘overige’ zijn slechts vijf landen vertegenwoordigd. Turkije leverde twee keer een deelnemer aan de laatste acht. Rusland, Oekraïne en Cyprus deden dit met respectievelijk CSKA Moskou, Shaktar Donestk en APOEL Nicosia ieder één keer. Ook Nederland zit in deze groep, in 2006/2007 verloor PSV de kwartfinale van de latere verliezend finalist Liverpool). In totaal komen de clubs uit de laatste acht de afgelopen tien seizoenen dus uit elf verschillende landen.

Bij de Europa League is de verdeling iets gelijkmatiger. Ook bij dit toernooi is Spanje de nummer één, zestien clubs uit deze competitie haalden de laatste acht van het toernooi. Duitsland volgt met twaalf clubs en Portugal is de enigszins verrassende nummer drie met elf. Frankrijk valt in negatieve zin uit de toon, vergeleken met de andere grote competities. Slechts drie keer wist een club uit dit land de laatste acht van de Europa League te halen.

Bij de Europa League is het aantal deelnemers bij de laatste acht, dat niet uit grote West-Europese competities komt, duidelijker groter dan bij de Champions League. Oekraïne is hierin de ‘koploper’ met zeven deelnames, Rusland heeft er vier, België en Zwitserland ieder twee en Schotland (Glasgow Rangers), Turkije (Fenerbahce) en Tsjechië (Sparta Praag) ieder één. Nederland, dat zoals gezegd de meeste deelnemers aan de EL leverde, heeft slechts zes keer een club bij de laatste acht gehad: AZ (drie keer), PSV (twee keer) en FC Twente (één keer).

schermafbeelding-2016-10-22-om-16-33-20

Als je naar de clubs kijkt, wordt de eentonigheid van de Champions League ten opzichte van de Europa League nog duidelijker. In de Europa League werden de 80 plekken in de eindfase van het toernooi bezet door vijftig verschillende clubs. In de afgelopen tien seizoenen haalde Benfica het vaakst minstens de kwartfinale (vijf keer). Sevilla is de nummer twee met vier keer. Bijzonder is dat de Spaanse ploeg altijd het toernooi won als het de laatste acht haalde. Sterker nog: de laatste drie seizoenen pakte Sevilla telkens de eindzege.

Clubs die na Benfica en Sevilla het vaakst de laatste acht van de Europa League haalde, zijn ons ‘eigen’ AZ, Valencia en Dinamo Kiev. De andere 45 clubs waren in de afgelopen tien jaar slechts één of twee keer aanwezig in de eindfase van het toernooi.

In de afgelopen tien edities van de Champions League haalden slechts 33 verschillende clubs minstens de kwartfinale. FC Barcelona is haalde maar liefst negen keer de laatste acht, Bayern Munchen doet het ook goed met acht keer, gevolgd door Manchester United, Chelsea en Real Madrid (allen zes keer). Ongeveer de helft van de 33 clubs haalde meer dan eens de laatste acht, de andere zestien clubs (waaronder het eerder genoemde PSV, maar ook ploegen als Tottenham Hotspur, Olympique Lyon en Galatasaray) lukte dat niet.

In de laatste vijf edities zijn zelfs telkens dezelfde drie clubs aanwezig geweest bij de laatste acht, namelijk Real Madrid, FC Barcelona en Bayern Munchen.

schermafbeelding-2016-10-22-om-16-46-41schermafbeelding-2016-10-22-om-16-49-46

 

Kijken we tot slot nog even naar de edities van beide toernooien in het afgelopen seizoen. Voor Borussia Dortmund en Sparta Praag was het in het afgelopen decennium de eerste keer dat ze de laatste acht haalden. Liverpool (2009/2010), Shaktar Donetsk (2008/2009), Villarreal (2010/2011), Sporting Braga (2010/2011) en Athletic Bilbao (2011/2012) haalden één keer eerder deze fase van het toernooi. Alleen Sevilla was, zoals eerder al uitgelegd, vaker present.

Hoe anders is dit bij de Champions League. FC Barcelona was er voor de negende keer op rij bij, Real Madrid voor de zesde keer op rij, Bayern Munchen voor de vijfde keer op rij (en achtste keer in totaal), Paris Saint-Germain voor de vierde keer op rij (en in totaal) en Atletico Madrid voor de derde keer op rij (en in totaal). Benfica was er in 2011/2012 al eens bij. Alleen Manchester City en VfL Wolfsburg ‘debuteerden’ bij de laatste acht van het kampioenenbal.

schermafbeelding-2016-10-24-om-12-45-00

schermafbeelding-2016-10-24-om-12-42-27

Kortom, het systeem van de Champions League zorgt ervoor dat de tickets al ongelijk verdeeld worden over de competities. Van alle deelnemers in de afgelopen tien jaar komt 43% uit één van de grote vier competities (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië). Bij de laatste acht loopt dit percentage op tot 77,5%. En dan zijn het, niet geheel onlogisch, ook nog eens vaak dezelfde clubs in de eindfase van het toernooi. FC Barcelona, Bayern Munchen en Real Madrid lijken een abonnement te hebben.

In de Europa League is de verdeling van de tickets al gelijkmatiger. De vier grote competities leverden 24% van de deelnemers, terwijl Nederland als ‘kleine’ competitie zelfs koploper is. Van alle clubs die de laatste acht haalden in de afgelopen tien seizoenen komt iets meer dan de helft (52,5%) uit Engeland, Spanje, Duitsland of Italië. Slechts vijf clubs (Benfica, Sevilla, AZ, Valencia en Dinamo Kiev) haalden in tien jaar vaker dan twee keer de eindfase van de Europa League.

De Europa League mag dan misschien iets minder aansprekend zijn, het toernooi is in elk geval een stuk minder eentonig (en voorspelbaar) dan de Champions League. En als de trend zich doorzet, worden de verschillen op dit gebied tussen de twee toernooien alleen maar groter.