Kleintjes zijn er nog volop in het voetbal

Met de halve finales van het EK in zicht kunnen we al voorzichtig conclusies trekken over het toernooi. Veel memorabele wedstrijden hebben we niet gezien, maar we kunnen wel één ding zeggen: Kleintjes bestaan absoluut nog wél in het internationale voetbal.

Het is een geliefd cliché, dat al dan niet op een sarcastische toon wordt uitgesproken: er bestaan geen kleintjes meer in het internationale voetbal. Iedereen kan in principe van iedereen verliezen. Spanje kan zoekgespeeld worden door Oranje, Ajax kan vernederd worden door PEC Zwolle en de gehele Premier League kan te kijk gezet worden door Leicester City.

Tuurlijk is er nog wel niveauverschil tussen bepaalde ploegen, maar toch. Het lijkt wel alsof een monsterzege alleen nog in de voorbereiding tegen FC Bierbuik wordt behaald. De tijden dat Duitsland met dubbele cijfers wint van een Europees land dat je moet opzoeken in je atlas lijken voorbij. Dus zijn er dan inderdaad geen kleintjes meer?

Nou, laten we niet te vroeg juichen. Grofweg driekwart van de wedstrijden op dit EK was namelijk tussen Kannietland tegen Wilnietstan. Een plastic mes dat door een baksteen probeert te snijden. Een kleuter die een boom wil omduwen. Na drie van die potjes huilde je jezelf ’s avonds in slaap.

Doorgaans wilde slechts één van de twee ploegen voetballen. De andere ging voor het eigen doel staan, te bang om buiten het eigen zestienmetergebied te komen. Slowakije, tweede in de kwalificatiegroep, speelde in de slotfase van de derde poulewedstrijd met zeven (!) verdedigers. Ook poulewinnaar in de kwalificatie Noord-Ierland speelde alsof niet Will Grigg, maar de helft van de tegenstander ‘on fire’ was.

In de poulefase kon je het systeem nog de schuld geven. Drie punten was, met een enigszins acceptabel doelsaldo, immers genoeg om de achtste finales te halen. Daar kwam bij dat een tweede plek soms voordeliger bleek dan een eerste, gezien de mogelijke tegenstanders in de knock-out-fase. Dus was de hoop gevestigd op de volgende rondes.

De schifting van de anti-voetbalteams ging daar vrij aardig, al was het enige memorabele van Zwitserland versus Polen de omhaal van Shaqiri, had Wales een eigen goal nodig om te winnen van Noord-Ierland en was de ergste marteling de wedstrijd tussen Kroatië en Portugal. Waar bijna elke Nederlander Modric en co graag verder hadden gezien, bleek een counter (en het eerste schot op doel van de wedstrijd) in minuut 117 fataal.

Zo denken we nog maar aan een klein deel van de 48 wedstrijden met enig plezier terug. Op de 2016-editie van het EK waren meer bussen te bewonderen dan op een drukke dag bij de Efteling. De meeste landen voetbalden als kleintjes die absoluut niet tegen hun verlies kunnen. Als dat klasgenootje dat verloor met knikkeren en dan snel riep dat het ‘niet voor het echie’ was.

Gelukkig zit er nog maar één kleintje in het toernooi. Dat kleintje heeft dit EK nog niet geleerd wat winnen is, laten we hopen dat hij snel kennis zal maken met verliezen.