In de kleedkamer van Noord-Ierland

Door als derde te eindigen in de poule met Duitsland en Polen belandde Noord-Ierland in de Achtste finale van het EK 2016. Niet slecht voor een land dat nog niet eerder meedeed aan een EK. In de Achtste finale nemen ze het op tegen Wales, en voor de spelers heeft trainer O’Neill maar één opdracht. Dare to dream.

De tekst staat op de zijkant van de spelersbus, en de tekst staat als mozaïek in de tegeltjes van de doucheruimte. Voor de zekerheid heeft trainer Micheal O’Neill het ook op de flip-over geschreven. Dare to Dream.

Over 20 minuten begint de wedstrijd tegen Wales. De spelers kleden zich om en trainer O’Neill is druk in de weer met stekkertjes die hij in z’n laptop steekt. De laptop doet het, het beeld is goed, het volume is duidelijk. De laptop staat in het midden van de tafel, de spelers kunnen er in een kringetje omheen staan.

Als de kniekousen net over de scheenbeenbeschermers worden getrokken, en de laatste tapes om enkels worden gewikkeld, drukt trainer Michael O’ Neill op play en verschijnt er een filmpje op het scherm. Uit de speakers klinkt muziek van de band Snow Patrol en op het scherm springen de spelers elkaar juichend in de armen. Dan komt Rory McIlroy in beeld. De succesvolle Noord-Ierse golfer spreekt de spelers toe, terwijl beelden van een winnende bokser, rugbyer, motorcoureur, paardracer, hardloopster, biljarter en een winnende Rory McIlroy, worden getoond. Er zijn een aantal mooie acties van voetballer George Best tussengeplakt. En daarna zien de spelers zichzelf voetballen, scoren en vooral juichen. Tot slot krijgen de spelers nog een boodschap mee. “When you walk out at that stadium in Nice, take a moment tot think about our sporting icons and what they achieved. And how this is your chance to take your place alongside them. Do what you always do and dare to dream!”

De coach klapt zijn laptop dicht, kijkt naar zijn spelers en herhaalt nog één keer de woorden van McIlroy. “Dare to dream”. Maar veel spelers van Noord-Ierland zijn niet naar Frankrijk gekomen om te dromen, ze zijn naar het EK gekomen om te verdedigen. Zo speelden ze tegen Polen, tegen Oekraine en tegen Duitsland. En zo zijn ze van plan het tegen Wales weer te doen. De spelers die te horen hebben gekregen dat ze in de basis starten zijn geen van allen de nieuwe George Best. Voor hun is voetbal niet al dansend de verdedigers van de tegenstander passeren, maar juist het dansen van tegenstanders te hinderen. Door ballen af te pakken en in de weg te gaan staan op weg naar een doelpunt.

Alle spelers zijn klaar voor de wedstrijd, klaar om Bale van het scoren af te houden, behalve één speler. Eén speler kijkt dromerig naar de dichtgeklapte laptop waar net nog George Best dartelde. In z’n hoofd klinkt niet de muziek van Snow Partol, maar duizenden fans die zijn naam zingen. De andere spelers zijn op weg naar het veld, maar Will Grigg droomt als een jongetje van tien, dat hij tussen zijn idolen in voor zijn land mag spelen. Hij droomt van de laatste tien minuten van de wedstrijd. Van het stadion. Van een invalbeurt. Het groen shirt. En van supporters die zingen als hij net het winnende doelpunt scoort. “Will Griggs on fire. Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.”

Dare to dream is de slogan van het Noord-Ierse voetbal. Maar de supporters hadden geen tijd om te dromen, ze waren blij aan het zingen. Een lied over hun favoriete voetballer. Iedereen kent zijn naam, weinigen zijn gezicht. Iedereen kan het refrein zingen, maar niemand zijn doelpunt navertellen. Will Grigg, hij scoorde niet. Niet de winnende treffer in de wedstrijd en ook niet een simpele intikker op de training. De publiekslieveling was niet goed genoeg. Net als Noord-Ierland dat tegen Wales niet goed genoeg was. Will Grigg speelde geen minuut op het EK. Het bleef bij dromen.