Leicester City kampioen, een (noodzakelijk?) dieptepunt voor de Premier League

Leicester City wordt kampioen van Engeland, en anders net niet. “Hoe kan dit gebeuren?!”, vraagt iedereen zich af. Is Leicester opeens zo goed? Nou, misschien is de Premier League wel gewoon veel slechter dan we dachten. En misschien is dit ook meteen het laatste seizoen dat dat zo is.

Een wijs man zei ooit: “Er is geen team in Engeland dat op dit moment het niveau van Paris Saint-Germain heeft. De Premier League zou een stap omlaag zijn voor Zlatan Ibrahimovic.”

Deze wijze man was Thiago Silva en ooit was een week geleden. Kort daarna werd Paris Saint-Germain, ondanks de beste intenties van Silva en Ibrahimovic, uit de Champions League geknikkerd door Manchester City. Inderdaad, een Engelse club. En oplettende reageerders wezen de Braziliaanse verdediger erop dat de Franse Ligue 1 een competitie is waar de nummer één 30 (!) punten voor staat op de nummer twee, terwijl de Premier League altijd spannend is. Ach, waarschijnlijk bedoelde Thiago Silva het zelf ook allemaal niet zo serieus, en wilde hij gewoon het vuurtje tussen PSG en Man City nog wat opstoken.

Maar… wat als ie gelijk had?!

Het Premier League-paradigma

En met gelijk bedoel ik niet gelijk in de zin van Ligue 1 > Premier League, maar in de meer abstracte zin van Premier League < [insert competition here]. Wat als, schrik niet, de Premier League niet de sterkste competitie op aarde is? Het überhaupt stellen van deze vraag doet de Gary Linekers van deze wereld nog wat grijzer worden en de Alan Shearers nog wat grimmiger kijken. Hoe durft iemand ook maar te twijfelen aan de suprematie van de Premier League?

Want ja, wij leven sinds de gloriedagen van Sir Alex in het Premier League-paradigma. Zoals men vroeger in het ‘de aarde is plat’-paradigma nog liever van de rand van de wereld afsprong dan naar Galileo Galilei te moeten luisteren, beëindigt een voetbalfan nog liever z’n FOX Premier League-abonnement dan aan te willen horen dat de Primera División en de Bundesliga misschien wel beter zijn dan het hoogste niveau van Engeland.

Waar is dit heilige geloof in de Premier League als het beloofde voetballand eigenlijk op gebaseerd?

Vooral op het argument dat zelfs de slechte teams in de Premier League, heel goed zijn. Bij degradatiekandidaat Newcastle United spelen bijvoorbeeld ‘gewoon’ drie Oranje-internationals en is de vorige coach van Real Madrid nu de manager, nummer 16 Crystal Palace plukte afgelopen zomer even een basisspeler van Paris Saint-Germain weg, middenmoter Everton heeft spectaculaire talenten als Romelu Lukaku, Ross Barkley, John Stones en Gerard Deulofeu. Over de gehele breedte, alle teams in ogenschouw nemend, is de Premier League kwalitatief de sterkste competitie, is de gedachte.

Volgens die definitie van ‘sterkste competitie ter wereld’ klopt het waarschijnlijk, maar is het niet een beetje raar dat je volgens deze gedachte moet wijzen naar de slechtste teams om aan te tonen dat de stelling inderdaad klopt? Hoe zit het met de beste teams dan? Zijn die dan ook niet véél beter dan de beste teams van Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk? Uhm, nee.

Zou het Leicester City dat momenteel bovenaan de Premier League staat ooit gefinisht kunnen hebben boven FC Barcelona, Real Madrid en Atlético Madrid? Nooit. Of boven Bayern München en Borussia Dortmund? Tuurlijk niet. Zouden ze Juventus voor blijven? Geen kans. En Paris Saint-Germain? Ook niet.

En als je nou eens kijkt naar de beste voetballers op aarde? Waar spelen die? De twee besten spelen in Spanje, de beste spitsen (Luis Suárez, Zlatan Ibrahimovic, Robert Lewandowski, Pierre-Emerick Aubameyang) voetballen in Spanje, Frankrijk en Duitsland, het grootste talent ter wereld is Juventus’ Paul Pogba, de beste verdedigers zijn Diego Godín van Atlético en Thiago Silva van PSG.

Oké, ik sla voor het gemak wat grootheden uit Engeland over, maar zo veel zijn dat er niet: Sergio Agüero, Kevin de Bruyne, David Silva, Yaya Touré, Vincent Kompany, Eden Hazard, Willian, Thibaut Courtois, Alexis Sánchez, Mesut Özil, Petr Cech, Philippe Coutinho, David de Gea. Oké, vooruit: Jamie Vardy, Riyad Mahrez, N’Golo Kanté. Zijn er helemaal niet zo veel, voor de ‘sterkste competitie ter wereld’.

De laatste keer dat een speler uit de Premier League bij de laatste drie van de Gouden Bal-verkiezing zat, was in 2009 toen Cristiano Ronaldo tweede werd. Sinds 2010 waren 16 van de 18 laatste drie-genomineerden, spelers uit Spanje (allemaal van Real of Barça), alleen Franck Ribéry en Manuel Neuer van Bayern konden er tussen komen.

Europees presteren de Engelse clubs al jaren ondermaats, dat Manchester City de Champions League nog kan winnen en Liverpool de Europa League, mag een verrassing heten. Als we even gluren naar de Spaanse clubs nog in Europa, tellen we er vier, en dat komt mede doordat Atlético Madrid en FC Barcelona en FC Sevilla en Athletic de Bilbao tegen elkaar moesten. Anders waren het er misschien zes.

Leicester City, kampioen van de armoede

Geheel passend binnen het Premier League-paradigma is het idee dat wat Leicester City momenteel doet “de grootste stunt in de sportgeschiedenis” (Gary Lineker heeft dit gezegd, echt waar) is. Het kleine clubje dat vorig jaar bijna degradeerde verslaat nu het grote geld op heroïsche wijze.

Maar, zoals Michiel de Hoog en Sander IJtsma op De Correspondent lieten zien, is het niet zozeer de klasse van Leicester City dat de club kampioen maakt, maar het toeval. Zij beargumenteren, door talloze statistieken, grafieken en rekensommen erbij te halen, dat als Leicester City kampioen wordt, dat niet komt omdat ze de beste (als je het begrip ‘beste’ definieert op basis van statistieken) ploeg zijn van Engeland, maar doordat ze het toeval het vaakst aan hun zijde hadden.

Pas bijna aan het einde van hun stuk stellen zij zich echter de belangrijkste vraag: Of falen de grote ploegen gewoon? Het antwoord is ja, en De Hoog en IJtsma doen dit af als een ‘toevalligheid’. Want zelfs De Hoog en IJtsma, de rationele cijfertjesmensen, kunnen blijkbaar niet ontsnappen uit het allesomvattende Premier League-paradigma. Als alle topclubs van Engeland in één seizoen tegelijk ruk presteren, dan komt dat natuurlijk niet doordat de Premier League gewoon niet zo sterk is, nee, dan is dat toeval.

Dit sluit dan weer mooi aan bij het belangrijkste argument dat aangevoerd wordt tégen de stelling dat de Spaanse Primera División de sterkte competitie ter wereld is: FC Barcelona en Real Madrid zijn véél beter dan de rest. Dit is niet alleen incorrect omdat Atlético Madrid zich sinds enkele seizoenen met Barça en Real kan meten, het is ook nog eens een heel vreemd argument. Dus omdat Engelse topclubs jaar in jaar uit falen zich te onderscheiden ten opzichte van de middenmoot en de Spaanse topclubs dat wel lukt, is de Engelse competitie beter…?

De onderliggende gedachte is dat Barça en Real zoveel beter zijn in Spanje omdat de rest zo slecht is. ‘De rest’ bestaande uit halve finalisten in de Europa League FC Sevilla (dat de afgelopen twee jaar de EL won) en Villarreal, Athletic de Bilbao dat nípt verslagen werd door Sevilla in de kwartfinale van de EL en Celta de Vigo, een niet te onderschatten collectief onder aanvoering van sterspeler Nolito. ‘De rest’ is heel behoorlijk in Spanje. De drie topclubs zijn simpelweg zó ongelooflijk goed, dat ze een ruime voorsprong hebben op die rest.

In Engeland daarentegen, laten de miljoenenclubs het kleine Leicester City er met de titel vandoor gaan en Tottenham Hotspur tweede worden. Bovendien is het al jaren zo: geweldig voetbal van wervelende teams zie je in de Premier League niet (niet in Engeland en al helemaal niet in Europa), ook bij de kampioensploegen van de afgelopen jaren. Het is nu zelfs zo erg dat als je als enige met een slimme tactiek, prima spelers en een hechte teamgeest speelt, je direct kampioen wordt. Gefeliciteerd Claudio Ranieri, je bent kampioen van de armoede!

Pep Guardiola, Jürgen Klopp, Antonio Conte

Terwijl het voetbal zich overal in Europa enorm ontwikkeld heeft de afgelopen jaren, stond in de top van de Premier League de tijd stil. Pep Guardiola perfectioneerde het voetbal bij FC Barcelona en Bayern München, Jürgen Klopp en Diego Simeone toonden aan dat je met beperkte middelen, een ingenieus strijdplan en een op elkaar ingespeeld team prachtige dingen kunt laten zien en Antonio Conte en Massimiliano Allegri brachten Juventus met een pragmatische stijl terug aan de Europese top.

En in Engeland? Tja.

De enige echte vernieuwer daar is Marcelo Bielsa-volgeling Mauricio Pochetino geweest bij eerst Southampton en nu Tottenham, die mooi, aanvallend voetbal nastreeft. Met Claudio Ranieri’s unieke countervoetbal van dit seizoen erbij, zie je dat de twee clubs die meer doen dan alleen goede spelers kopen, dit seizoen ook het succesvolst zijn. En zij zijn niet de enigen, want ook kleine clubs als Southampton, FC Watford en Bournemouth presteren met weinig geld heel aardig in de Premier League. De rest heeft namelijk geen idee waar ze mee bezig zijn.

Maar. MAAR!

Misschien is dit dieptepunt, deze ontmaskering van de ‘topclubs’ door het bescheiden Leicester City, wel een noodzakelijk kwaad. Vanaf volgend seizoen is namelijk alles anders. Dan komt er opeens van alles samen. De Premier League gaat eindelijk worden wat het al jaren niet meer is: de sterkste competitie ter wereld.

Pep Guardiola komt van Manchester City een glorieus elftal maken, Antonio Conte gaat een verbeterde versie van José Mourinho’s bus neerzetten bij Chelsea, Jürgen Klopp kan bij Liverpool zijn eigen aankopen binnenhalen én de gigantische tv-deal gaat in waardoor alle Engelse clubs er tientallen miljoenen bij hebben.

Met al dat geld en Champions League-deelname wordt het interessant wat Ranieri (geholpen door Leicesters fantastische scouts) en Pochettino gaan doen. Als Arsenal dan ook nog een topspits kan halen (Lukaku?) zijn er zomaar zes clubs die een serieuze gooi naar de Premier League-titel kunnen doen. En ook nog eens zes góede clubs, die met een idee voetballen en niet zomaar zoveel mogelijk goede spelers kopen, op simuleren drukken en hopen dat ze winnen, als mensen die voor het eerst Football Manager spelen. Clubs die het zelfs heel ver kunnen gaan schoppen in Europa.

Dus nee, voor Zlatan Ibrahimovic zal de Premier League van volgend seizoen zeker geen stap terug zijn. Hij moet zelfs misschien nog maar eens nadenken of hij wel echt bij de énige nog steeds stilstaande topclub wil gaan spelen, Manchester United.