Column: De verlokking van de Europa League

Er komen dagen voor waarop ik helemáál geen zin heb in de Europa League. De narcist in me pakt er even een eigen uitspraak van een paar jaar geleden bij: “Europa League-uitslagen lees je de volgende dag in de krant en je haalt er je schouders over op”.

Eens in de zoveel jaar krijg je voor afwijzend gedrag jegens de Cup voor de losers, ofwel de Net niet-League, een tik in het gezicht. Donderdag kregen alle Europa League-critici straf van Liverpool. Het stond na tien minuten 0-2, Liverpool moest nog drie keer scoren tegen Borussia Dortmund en gedane zaken nemen meestal geen keer. Als ik supporter zou zijn geweest op Anfield Road had ik waarschijnlijk gedaan wat ze zondag bij Ajax deden: weglopen na de 0-2. Net doen alsof je een statement maakt, maar eigenlijk gewoon heel blij zijn met een goed argument om voor de file te vertrekken. Als ik supporter bij Ajax was geweest, had ik na de uit de lucht gevallen aansluitingstreffer van Davy Klaassen trouwens hoogstpersoonlijk de weg terug naar de tribune gebarricadeerd.

Ik dwaal af, zoals wel vaker als het over de Europa League gaat. Ik heb donderdagavond de televisie aangezet toen ik ergens las dat het op Anfield 3-3 stond – als ik mijn televisie was geweest, had ik moedwillig kuren vertoond – en heb de 4-3 van Liverpool met luid gejuich ontvangen, alsof ik negentig minuten getuige was geweest van een zinderende kraker en, zoals velen het noemden, de voetbalwedstrijd van het seizoen. Eerlijk is eerlijk: ik heb het slim gespeeld. Dankzij een kleine investering van zeven minuten heb ik donderdag de Europa League zien bewijzen dat er meer in het leven is dan dinsdag en woensdag kwart voor negen.

Of is het de periode waarin voetbal in het algemeen aantrekkelijkheid tankt? Sparta Rotterdam keert terug op het niveau waar het thuishoort, plamuurploeg Atlético Madrid breekt het elegante Barcelona en de Catalanen hebben het in vijftien dagen tijd voor elkaar gekregen een naderende voorsprong van dertien punten op Real Madrid te laten slinken tot een minimaal verschil van één punt. Vier van de laatste vijf wedstrijden verloor Barça (was dat eigenlijk al eens gebeurd in de wereldgeschiedenis?). De club herinnerde men eraan ook maar gewoon een gezelschap van elf hoofden en 22 benen te zijn, dat in een slechte periode prima in staat is om de nabije toekomst enorm te verstieren. Zelfs Messi kan in een gigantische dip verkeren, zo is gebleken. Hij maakte zondag doelpunt nummer vijfhonderd in zijn loopbaan, maar had zo lang droog gestaan dat het ongemakkelijk zou zijn geweest als hij het had opgedragen aan Johan Cruijff. Ajax gaat straks misschien landskampioen worden door een strafschop – zó onterecht werd er nog nooit een gegeven. Mijn advies aan de mensen die zich daar nu, op maandagmiddag, nog steeds over opwinden: loop weg van het voetbal en kijk nooit meer. Tot je op een doorsnee donderdagavond erin wordt teruggezogen door de Europa League.