Column: Ziyechs handjes

Wellicht ten overvloede, maar in een heel groot Engels stadion heeft een spits die vorig jaar nog elke vrijdagmiddag zijn eigen schoenen poetste in Almere, afgelopen week voor zichzelf geschiedenis geschreven. Daarover later meer, of niet, want eigenlijk hebben we daar wel genoeg over gelezen.

Nee, dan kan ik deze ruimte beter benutten door te vertellen dat ik zaterdagavond meer genot heb ervaren van vijf minuut drieëntwintig Willem II – FC Twente dan in de naderende acht kwartfinales Champions League bij elkaar opgeteld. Ik had het nooit zo op Willem II – FC Twente, het was niet die wedstrijd waarvan ik kort na bekendmaking van het speelschema de datum rood omcirkelde.

Zaterdag was het niet anders. Ik had die samenvatting schier willekeurig aangeklikt, had de eerste goal van de Tilburgers niet opgemerkt en zat nogal ongeconcentreerd naar het groene gras en de reclameborden te staren, denkend over wat ik de volgende dag zou aantrekken, toen ik wakker schrok. Het kwam natuurlijk door Vincent, nee, ik bedoel Hakim Ziyech.

Ziyech deed iets volstrekt alledaags dat ik zo vaak vriendjes op het veldje had zien doen wanneer het andere doel nog bezet werd door een stel klootzakken, die we ook weer niet wilden uitdagen voor partijen. Nogal ongeïnteresseerd stuurde hij de bal van vanaf de rechterhoek van de zestien met de linkervoet naar de kruising. De 21 andere spelers op het veld stonden stil en keken toe. Ziyechs gevloek en de wilde armgebaren die volgden rijmden niet met de actie, want daarin zat maar één vraag verwerkt: wanneer gaan we verdomme beginnen?

Iets later, nog voor rust, maakte Willem II de tweede goal. Ik miste hem weer omdat ik aan mijn oor krabde en naar het gordijn keek, maar Ziyech trok Twente terug in de wedstrijd en mij in de samenvatting. Eerst maakte hij een, voor zijn doen, lelijke, Ziyech-onwaardige goal, daarna stond hij aan de basis van de 2-2 en toen, een minuut voor het  einde van de samenvatting gebeurde het pas. Was het concentratie of onverschilligheid? Was het totale gêne voor het feit dat hij op zaterdagavond in het Koning Willem II Stadion was in tijden dat Vincent Janssens op Wembley geschiedenis mochten schrijven? Was het de irritatie dat het naast hem ook maandag in de kranten over Milik en Kuyt zou gaan? Het is onbekend, maar de krankzinnig mooie vrije trap, met een effect waarnaar deze week een onafhankelijk onderzoek zal moeten worden gestart, was het vervolg op twee handjes nonchalant in de zij. Twee handjes, één houding: ze beeldden bijzonder effectief de vraag uit wanneer het seizoen in godsnaam gaat beginnen.