Jammer, vrouwen! Maybe some other time?

Niet veel mensen zullen er écht bij stil gestaan hebben, maar in de afgelopen acht dagen speelde het Nederlandse vrouwenelftal drie wedstrijden om een ticket voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro te verdienen. Na een overwinning, een gelijkspel en een nederlaag is de missie gefaald. Gaat het, met het oog op het EK volgend jaar in ons land, nog goedkomen met het vrouwenvoetbal?

Ondanks dat er nog steeds een grote groep zuurpruimen is die vrouwenvoetbal ‘geen sport vinden’ of die de speelsters ‘manwijven’ of ‘lesbo’s’ vinden, is er toch sinds ongeveer een jaar een groeiend aantal mensen dat er op z’n minst lichtelijk mee sympathiseert. Want wat gunden wij Vivianne Miedema en co. een goed resultaat op het WK in Canada van vorig jaar. In de achtste finales ging het echter mis tegen de latere finalist Japan.

De uitschakeling betekende dat Oranje geen Olympisch ticket kreeg, maar dat het team veroordeeld werd tot het spelen van een kwalificatietoernooi. Een voordeel was dat het toernooi werd gespeeld in het Kyocera Stadion in Den Haag en in Het Kasteel in Rotterdam. De start was hoopgevend, met een 4-3 overwinning op Zwitserland, maar de afwezigheid van Lieke Martens, Sherida Spitse en Stefanie van der Gragt liet zich tegen Noorwegen toch voelen. De Scandinaviërs wonnen simpel met 4-1. Daardoor was de laatste wedstrijd tegen Zweden, mét Spitse terug in het elftal, een bijna-formaliteit. Na een dappere strijd bleef de stand op 1-1 steken, waardoor de tegenstanders in het geel het ticket kregen.

Het vrouwenvoetbal is inmiddels groot genoeg dat het de tafel van Studio Voetbal heeft bereikt. Mary Kok-Willemsen mocht uitleggen wat en vooral hoe het allemaal misging. De diepere oorzaak was echter niet de afgelopen week te zien, maar eigenlijk al de afgelopen zeven jaar. Er is namelijk geen fatsoenlijke nationale competitie. Het is een beetje alsof bij de mannen PSV en Ajax om het kampioenschap strijden met teams uit de eerste of tweede klasse.

Er is geen goede competitie, want er is te weinig geld. Er is te weinig geld, want er is geen goede competitie. En de prestaties vallen tegen, want er is te weinig geld. Maar er is te weinig geld, want de prestaties vallen tegen.

Het vrouwenvoetbal is een kip-en-het-ei-verhaal. Stiekem hadden we met z’n allen gehoopt dat de vrouwen de Olympische Spelen zouden halen. Dit zou zorgen voor meer geld en meer enthousiasme. En dus weer voor een betere competitie en betere prestaties. Maar nu de prestaties achterblijven, moeten de financiële middelen misschien verhoogd worden. En dan is het makkelijk om naar de KNVB te wijzen, maar de clubs hebben ook een deel van de oplossing. Zo moet Feyenoord-directeur Eric Gudde eens uit zijn hoofd gepraat worden dat ‘vrouwenvoetbal geen prioriteit heeft’. De snelst groeiende sport van Nederland verdient namelijk wél prioriteit.

Meer geld en een beter georganiseerde competitie zullen er niet meteen voor zorgen dat Nederland volgend jaar het EK in eigen land glansrijk wint. Al zou dat natuurlijk voor het aanzien van de sport heel erg helpen. Maar om de sport niet te laten doodbloeden voor hij tot leven is gekomen, moeten we met z’n allen toch iets meer ons best gaan doen.