Column: Kuytmoe

Kuyt verscheen zondag met goed nieuws voor de camera van FOX Sports. Niet vanwege het feit dat Feyenoord even daarvoor had bewezen gewoon nog competitieduels in eigen huis te kunnen winnen, maar omdat het de laatste keer was dat we Kuyt echt wekelijks meteen nadat er was afgefloten een wedstrijd hoorden navertellen.

Prettige woorden van Kuyt die tegelijkertijd nogal paradoxaal aanvoelden: hij vertelde in een zogeheten flashinterview na een gewonnen wedstrijd dat hij voortaan niet meer de flashinterviews na gewonnen wedstrijden op zich zal nemen. Kuyt was, samen met de perschefs, tot dit besluit gekomen nadat hij na driehonderdzestig vervelende nederlagen op rij zichzelf niet meer kon aanhoren. “Ik kijk veel voetbal en als ik mezelf dan elke week voorbij zie komen, word ik weleens moe van mezelf.”

Ik had de laatste weken exact hetzelfde als Dirk – althans, het was niet vermoeiend om mezelf elke week voorbij te zien komen, maar ik was net als hij nogal Kuytmoe. Na iedere nieuwe nederlaag zei Kuyt, iets nadrukkelijker verzuchtend en een fractie heviger schouderophalend, dat hij er doodziek van was, dat hij het ook allemaal niet meer begreep en dat Feyenoord gewoon zo snel mogelijk een keer moest winnen. Ik begon bijna net zo moe te worden van Kuyts uitspraken als van Giovanni van Bronckhorst z’n “Als trainer moet je keuzes maken, dus ik kies ervoor om speler X op te stellen” en Frank de Boers “Ik heb gekozen voor Lasse Schöne omdat ik vind dat hij moet starten”.

De woorden van Kuyt luchtten me dus op: eindelijk eens een voetballer die zijn wekelijkse clichéwatervallen tegen het licht durft te houden. Het is mooi geweest met die flasinterviewtjes van de Feyenoord-captain in een langzaam leeglopende en teleurgestelde Kuip, voortaan zal hij na een overwinning ook af en toe een teamgenoot naar de Hans Kraayen van Fox sturen. “Laat mij het maar doen bij het negatieve”, zei Kuyt, daarbij vergetend dat hij juist daarvan de voorbije weken zo moe was geworden.