Column: Zenmeester Bazoer

Stan heeft inmiddels zo’n Cruijffiaanse status bereikt, dat nu hij er even tussenuit is om af te studeren, hij een team van ghostwriters heeft om de leegte op te vullen. Ruben doet dat vandaag, door zijn waardering uit te spreken voor Ajacied Riechedly Bazoer.

Zesentwintig seconden. Zo lang had Riechedly Bazoer afgelopen zaterdag nodig om het net van de tegenstander te vinden. De voorzet van Mitchell Dijks werd lafjes weggewerkt door Vitesse-doelman Eloy Room. Bazoer wist er wel raad mee en schoot genadeloos binnen. Toen ik de goal zag, was ik meteen benieuwd naar de reactie van de middenvelder van Ajax. Zou hij, zoals dat zo mooi heet, zijn gram halen?

De afgelopen dagen was Bazoer namelijk het onderwerp van een felle discussie. Enkele ‘supporters’ van ADO Den Haag vonden het namelijk nodig om de in Utrecht geboren Ajacied uit te jouwen. Utrechters horen namelijk niet zwart te zijn, volgens die mensen. En als je dan ook nog eens bij Ajax speelt, dan schijn je de oerwoudgeluiden gewoon te verdienen.

Meteen braken er discussies los over racisme in het voetbal en de protocollen die daarvoor bestaan. Bazoer vond het uiteraard allemaal maar stom, die rare geluiden van die gekke mensen. Maar hij liet en laat zich niet gek maken. Hij gaat niet in debat met de niet al te intelligente racisten, maar negeert ze.

Terug naar zaterdag. Bazoer scoort. Misschien dacht hij in een flits aan die idioten. Maar de gedachte ‘Yes, ik heb gescoord in de Arena’ bleek sterker. Op een schitterend ouderwetse manier juichte hij, met zijn armen wijd. Heel even gingen zijn handen naar zijn oren, om beter te kunnen luisteren naar het mooie geluid van supporters die vóór hem zijn. Geen vingertje tegen de lippen. Geen hand die uitbeeldt: “Praat maar lekker”. Het zou hem zijn vergeven, maar hij deed het niet.

Daarom is Riechedly Bazoer, de absolute zenmeester, de winnaar van een wedstrijd waar hij niet aan meedeed.