Column: De mocro’s komen

Stan heeft inmiddels zo’n Cruijffiaanse status bereikt, dat nu hij er even tussenuit is om af te studeren, hij een team van ghostwriters heeft om de leegte op te vullen. Vandaag probeert Enzio dat, door te schrijven over hoe de Nederlandse Marokkanen eindelijk belangrijk worden in het Nederlandse voetbal.

Gullit, Rijkaard, Menzo, Kluivert, Seedorf, Davids. Een aantal van de grootste voetballers die Nederland ooit gekend heeft, had Surinaamse roots. Een mooie gedachte is altijd dat het Nederlands Elftal een soort spiegel is van onze samenleving. Tegenwoordig worden er steeds meer afkomsten vertegenwoordigd, met bijvoorbeeld ook Terence Kongolo (Congo), Kenny Tete (Mozambique), Marko Vejinovic (Montenegro), Jürgen Locadia (Antillen) en Memphis Depay (Ghana). Vraagje: waar zijn de Marokkanen?

Nou, ze hebben even op zich laten wachten, maar ze zijn nu toch echt wel in aantocht. Iliass Bel Hassani, Oussama Tannane en Brahim Darri speelden namens Heracles Almelo dit weekend FC Groningen kapot. Groningen op haar beurt liet Oussama Idrissi debuteren, na Mimoun Mahi de tweede speler uit de jeugd van een Rotterdamse club (Idrissi bij Feyenoord, Mahi bij Sparta) die in het hoge noorden wel een kans krijgt. In Rotterdam heeft Feyenoord Karim El Ahmadi als één van de steunpilaren, terwijl aartsrivaal Ajax met Anwar El Ghazi en ook Abdelhak Nouri twee spectaculaire talenten in huis heeft.

Bij PSV hebben ze Adam Maher. En dan is er nog FC Utrecht, waar Sofyan Amrabat dit weekend eerst een fraaie assist gaf en later een penalty tegen veroorzaakte en waar Yassine Ayoub en Nacer Barazite de creatieve breinen zijn. Bij Utrechts tegenstander AZ was veteraan Mounir El Hamdaoui trouwens basisspeler. Vitesse heeft Rochdi Achenteh, PEC Zwolle heeft Ouasim Bouy en Abdel Malek El Hasnaoui, bij Excelsior zijn Adil Auassar en Khalid Karimi onbetwist, Roda stelt Hicham Faik op, De Graafschap heeft Youssef El Jebli en de beste van allemaal speelt bij FC Twente: Hakim Ziyech.

Zoals donkere voetballers vaak het label ‘fysiek sterk’ of ‘snel’ opgeplakt krijgen, moesten Nederlandse Marokkanen lange tijd, en nog steeds, strijden tegen bepaalde vooroordelen. Ze zouden ‘egoïstisch’, ‘temperamentvol’ en ‘wisselvallig’ zijn, en vaak werden ze bij voorbaat al als ‘moeilijke jongen’ bestempeld. Ibrahim Afellay, inmiddels treurig genoeg wisselspeler bij Stoke City, liet een jaar of tien geleden met zijn welbespraakte interviews voor het eerst zien dat dat laatste vaker niet dan wel klopt.

Tegenwoordig zien we wekelijks Ziyech, Bel Hassani en Ayoub voor de camera’s van FOX en de NOS verschijnen. Vriendelijke jongens met gevoel voor humor, die vaak meer van hun diepste zielenroerselen durven prijs te geven dan veel andere voetballers. Bovendien zijn deze drie helemaal geen egoïstische, wisselvallige voetballers met een kort lontje, maar mooie teamvoetballers die het spel verdelen en keihard werken.

Hoewel onze nationale bondsmalloot Danny Blind de speler die hij tijdens de EK-kwalificatie het beste kon gebruiken, Ziyech, met zijn stupiditeiten ‘terug naar zijn eigen land’ heeft verjaagd, lijkt het een kwestie van tijd voor Nederlandse Marokkanen hun plekje in Oranje in gaan nemen. El Ghazi lijkt alles in zich te hebben om te bereiken wat Afellay uiteindelijk niet lukte. Maher is er talentvol genoeg voor, Ayoub misschien ook wel. Bel Hassani en Tannane hebben al voor Marokko gekozen.

Juist nu, nu het Nederlands Elftal haar donkerste uur beleeft en er na het aanstaande pensioen van Robin van Persie, Wesley Sneijder en Arjen Robben nog niet echt nieuwe sterren klaarstaan, is dit dé kans voor de Marokkaanse voetballers om eindelijk hun grote gemeenschap te vertegenwoordigen in Oranje. Gezien de noodlijdende staat waarin ons team verkeert kunnen we dan zelfs verzuchten: gelukkig, de mocro’s komen.