Hoe Barcelona’s La Masía wordt weggevaagd door de Industriële Revolutie

In Barcelona staat La Masía, ‘De Boerderij’, waar de grootste talenten van heel Europa al decennia worden geoogst. Maar zelfs deze laatste, ambachtelijke broedplaats van het topvoetbal moet langzaam maar zeker plaatsmaken doordat onze mooie sport steeds meer een industrie wordt. 

Ooit gehoord van Dani Olmo? Mooie Catalaanse naam, mooie Catalaanse kop ook. Mooie Catalaanse voetballer. De 17-jarige rechtsbuiten, afkomstig uit het fraaie Catalaanse stadje Terrassa, kwam op zijn negende op La Masía terecht. De boerderij, waar zo veel grote Catalaanse voetballers voor hem uitgroeiden tot sterspelers. Dani Olmo was jarenlang aanvoerder van de Juvenils waarin hij speelde en gold als één van de belangrijkste toekomstige parels op wie de trainers van de befaamde academie goedkeurend neerkeken. Weer een superster voor Barça. Er is alleen één probleem: Dani Olmo voetbalt nu voor Dinamo Zagreb.

“Er is geen enkele andere club waar ik zo veel kans heb door te breken als bij Dinamo Zagreb”, liet Olmo optekenen toen hij in de zomer van 2014 in Zagreb arriveerde. Door een zijschuurdeurtje had het toptalent La Masía verlaten en toen hij het erf af was had hij nog een keertje meewarig omgekeken. Wat had hij graag ooit willen schitteren in de kleuren van de club die hij al sinds zijn jeugd adoreerde.

Maar Dani Olmo had gezien wat al die andere grote talenten vóór hem overkwam. Eén voor één werden ze bestempeld tot de nieuwe wereldster, één voor één moesten ze het veld ruimen. Zorgvuldig werden ze grootgebracht door de schaapherders van La Masía, om vervolgens op de veiling in de grote stad, soms na kort en soms na lang wegen, te licht te worden bevonden. Want zelfs FC Barcelona, de meest romantische en traditionele der Europese topclubs, is inmiddels een fabriek geworden waar grondstoffen liever voor veel geld uit verre landen worden geïmporteerd dan zelf gedolven uit de rijke Catalaanse bodem.

Kopen

Natuurlijk heeft FC Barcelona een lange historie in het kopen van buitenlands voetbaltalent. In 1950 kocht de club de Hongaarse wondervoetballer Laszló Kubala, die later werd gevolgd door zijn landgenoten Sandór Kocsis en Zoltán Czibor. In 1973 arriveerde met Johan Cruijff wederom een buitenlandse legende, die door de Catalanen al snel werd geaccepteerd als één van hen. In de jaren tachtig kwam Diego Maradona naar Camp Nou, maar ook de Duitse sterspeler Bernd Schuster en de charismatische Engelse spits Gary Lineker. Deze sterren waren altijd toevoegingen aan de al sterke Catalaanse selectie.

Cruijffs Dream Team van eind jaren tachtig en begin jaren negentig had met Ronald Koeman, Romário, Hristo Stoitchkov en Michael Laudrup buitenlandse smaakmakers, maar de Catalaan Pep Guardiola en de Noord-Spanjaarden José Maria Bakero, Andoni Zubizarreta en Txiki Begiristain zorgden voor een sterke Spaanse identiteit. Toen Barça in 2006 de Champions League won waren Ronaldinho, Samuel Eto’o en Deco de sterren, maar Carles Puyol, Víctor Valdés, Xavi, Oleguer en de toen doorbrekende Andrés Iniesta kwamen allemaal van La Masía.

En in misschien wel het meest historische Barcelona ooit, dat van Guardiola als coach, waren Puyol, Valdés, Xavi en Iniesta sleutelspelers, aangevuld met andere promovendi van de jeugdacademie: Gerard Piqué, Pedro, Cesc Fàbregas, Sergi Busquets en natuurlijk die kleine Argentijnse Catalaan genaamd Lionel Messi. Ook nu Messi, Neymar en Luis Suárez de buitenlandse uitblinkers zijn, vormen Piqué, Busquets, Iniesta en de teruggekeerde Jordi Alba nog de Catalaanse kern in een verder gekocht elftal.

Verkopen

Maar hoe lang gaat dat nog duren? De bovengenoemde namen worden ouder, en nieuw talent kan steeds moeilijker doorbreken. Afgelopen zomer verlieten Pedro, Gerard Deulofeu, Denis Suárez en Adama Traoré, allemaal afkomstig van La Masía, de club voor andere werkgevers. Een seizoen eerder ging Fàbregas voor de tweede keer weg, en ook Jonathan Dos Santos en Bojan Krkic namen definitief afscheid van de club. Thiago Alcántara was ze het jaar ervoor voorgegaan.

Dit is nog maar het topje van de ijsberg, want zoals Dani Olmo nu plotseling de schijnwerpers begint te pakken in Zagreb, duiken er meer op verspreid over heel Europa. Arsenal en Manchester United begonnen er ooit mee door Fàbregas en Piqué weg te plukken, Chelsea had in 2011 plots Oriol Romeu op het middenveld staan, die nu bij Southampton voetbalt. Bij Lazio Roma is voormalig La Masía-talent Keita Baldé inmiddels een grote meneer, terwijl Internazionale’s sterspeler Mauro Icardi ooit schitterde in de jeugd-divisies van Barcelona.

Ook Jonathan Soriano (Red Bull Salzburg), Nolito (Celta de Vigo), Víctor Vázquez (Club Brugge), Víctor Sánchez (Espanyol), Xavi Torres (Real Betis Sevilla), Alberto Botía (Olympiakos), Andreu Fontàs (Celta de Vigo), Marc Muniesa (Stoke City), Martín Montoya (Internazionale), Rubén Rochina (FC Granada), Sergi Gómez (Celta de Vigo), Carlos Carmona (Sporting Gijón), Saúl Berjón (SD Eibar), Oriol Rosell (Sporting Lissabon), Javier Espinosa (FC Elche), Isaac Cuenca (Bursaspor), Patric (Lazio Roma), Luis Alberto (Deportivo La Coruña), Antonio Sanabria (AS Roma) en Andre Onana (Ajax) voetbalden ooit in de jeugd bij Barça.

De toekomst?

Kijkend naar de grote talenten die Barcelona nu herbergt, is Sergi Roberto nu, op zijn 23e, eindelijk een soort van aan het doorbreken, terwijl Rafinha Alcántara dezelfde moeilijkheden ondervindt als zijn broer een paar jaar terug. De nog jongere Sergi Samper heeft hetzelfde probleem. En de allebei twintig jaar oude vleugelspelers Munir El Haddadi en Sandro Ramírez zijn veelbelovend, maar hoe groot is de kans dat zij Messi en Neymar uit de ploeg gaan spelen? Vanaf januari mag coach Luis Enrique dan ook nog eens Arda Turan opstellen…

Het is dan ook niet raar dat Dani Olmo zijn biezen pakte, zoals piepjonge talenten als Fran Álvarez (AS Monaco), Julen Arellano (Athletic de Bilbao), Ayoub Abou (FC Porto) en Moha (Stoke City) dat inmiddels ook gedaan hebben. De 17-jarige Seung-Woo Lee wordt de Zuid-Koreaanse Messi genoemd, maar of we hem ooit een basisplaats in Camp Nou zullen zien veroveren is zeer de vraag.

Wat ook zeer de vraag is, is of Barcelona er wel slechter van wordt. De club is het inmiddels wel gewend om tientallen miljoenen te spenderen aan wereldtoppers en kan een paar naar de concurrentie weggeglipte talenten best verdragen. De talloze La Masía-alumni die de Eibarretjes en Olympiakosjes van deze wereld bevolken kan het al helemaal missen als kiespijn. En die talenten zelf? Die kunnen met ‘La Masía’ op hun paspoort overal ter wereld een leuk voetbalbaantje vinden.

De grote verliezer is, zoals altijd, de voetbalromanticus. De purist, die AGAINST MODERN FOOTBALL is. Die kon altijd, en nu nog steeds, kijken naar FC Barcelona en denken: die kopen ook wel veel, maar ze behouden ten minste hun Catalaanse kern. Over een jaar of vijf, als Pique, Busquets en zelfs Messi veteranen zijn en zachtjes aan vervangen moeten worden, zal blijken of de club haar identiteit gaat behouden en haar schaapherders in dat stenen boerderijtje gaat raadplegen, of toch gaat importeren.

Kijkend naar de huidige trend lijkt dat tweede meer voor de hand liggend en ziet het er naar uit dat zelfs het traditionele en idyllische FC Barcelona inmiddels de Industriële Revolutie die de voetbalwereld heeft veranderd in een miljoenen producerende industrie, niet zal blijven wat het altijd was. Over vijf jaar zullen we volop kunnen genieten van Dani Olmo, Gerard Deulofeu, Denis Suárez, Adama Traoré en hopelijk ook de Koreaanse Messi, maar genieten van een Catalaans FC Barcelona, dat wordt lastig.