Column: Medelijden met winnende Twente-fans

Stan heeft inmiddels zo’n Cruijffiaanse status bereikt, dat nu hij er even tussenuit is om af te studeren, hij een team van ghostwriters heeft om de leegte op te vullen. Sjoerd doet dat vandaag, door zijn medelijden met uitzinnige FC Twente-supporters in woorden te gieten.

In de kampioenswedstrijd van Twente op zondagmiddag 2 mei 2010 speelt FC Twente in Breda tegen NAC. Bij het opnoemen van de namen van het Twente-elftal dat jaar, komt de gemiddelde voetballiefhebber tijdens een voetbalquiz toch wel snel op een respectabel aantal.

Eén van de bekendste spelers, Theo Janssen, luidde die middag de titel in. Nadat hij eerst een aanslag te verwerken kreeg van Csaba Fehér (rode kaart) op de middenlijn, gaf hij een karakteristieke crosspass richting rechtsbuiten/kroonjuweel Bryan Ruiz. De crosspass was niet helemaal zuiver en linksachter Ferne Snoyl leek eenvoudig te kunnen verdedigen. Gelukkig voor FC Twente en voor de neutrale lachspieren, liet Snoyl zien waarom hij in het heden al drie seizoenen zonder club zit, want hij verlengde de bal precies in de loop van de Twente-aanvaller. Deze maakte vervolgens geen fout in de afronding en FC Twente kon die middag freewheelend richting hun allereerste landskampioenschap ooit.

Ik moest er zaterdagavond aan terugdenken toen ik met een schuin oog FC Twente – De Graafschap volgde. Vijfeneenhalf jaar na de titel, is FC Twente inmiddels verworden tot wrakhout. Hoe dat kan en wie daar schuldig aan is/zijn, staat inmiddels overal op internet. De realiteit is dat FC Twente nu bivakkeert op een 16e plaats op de ranglijst; goed voor play-offs voor degradatie. Hierdoor is een thuiswedstrijd tegen De Graafschap opeens een heuse degradatiekraker.

Na 90 minuten stond het 1-1. Na de puntendeling in Kralingen van vorige week, leek FC Twente opnieuw een punt te verdienen. Gezien het feit dat de ploeg ruim een uur met een man minder op het veld stond door een rode kaart van doelman Marsman, zou het een zeer welkom punt zijn. Een punt behalen op vechtlust zal wat positiviteit brengen in het oosten van het land.

Dát FC Twente de laatste tijd nog positief in het nieuws komt, is te danken aan Hakim Ziyech. In het kalenderjaar 2015, is de spelverdeler betrokken bij bijna 80% procent van de doelpunten van FC Twente. Cijfers die zó fenomenaal goed zijn, dat Ziyech eigenlijk helemaal niet meer in Enschede mag rondlopen. Zelf deelt hij die stelling: hij heeft aangegeven in de aankomende transferperiode te willen vertrekken. ‘Als een kaartenhuis instorten’, zal niet de gepaste term zijn als Ziyech vertrekt; er staat niet eens een kaartenhuis op dit moment. De fundering van het piepjonge Twentse elftal bestaat uit één man.

In de blessuretijd van de wedstrijd onderstreept Ziyech dit. Hij wordt na een snelle uitbraak aangespeeld op links. Hij staat vrij en begint naar het vijandelijke doel te sprinten. Met bal is hij sneller dan de dichtstbijzijnde verdediger van De Graafschap zonder en hij ramt de bal tegen het net: FC Twente gaat weer een keer winnen.
De camera zoomt eerst in op Ziyech die wat narcistische handbewegingen maakt en vervolgens wordt het juichende publiek in beeld gebracht. Hoewel, juichend is niet de goede bijvoeging. Uitzinnig komt meer in de buurt. Het juichgeluid komt over als een gigantische brul, voortgebracht uit de diepste krochten van de Grolsch Veste.

Ik gunde het de spelers van Twente. Dat zij uitzinnig van vreugde en opluchting waren, kan ik begrijpen. Maar ik voelde iets heel anders voor de stapeltjes FC Twente-supporters op de tribune: medelijden. Ze deden een imitatie van de gehele natie toen Tim Krul de tweede strafschop van Costa Rica stopte op het WK in Brazilië; na een doelpunt tegen de hekkensluiter van de Eredivisie. Het was aandoenlijk. Ik had last van plaatsvervangende schaamte en kreeg medelijden.

Ze kunnen beter jaloers op je zijn, dan dat ze medelijden met je hebben. En menigeen zal jaloers zijn geweest op de ontwikkeling van FC Twente. De club waar het allemaal zo goed ging. Het ging zo goed, tot het moment dat het fout ging.

Uitgroeien van bijna failliete provincieclub tot kampioen en vervolgens afzakken tot uitzinnige vreugde na een winnend doelpunt tegen De Graafschap. In Enschede kan het. Het is zielig, meelijwekkend en ontzettend aandoenlijk.