Hoe kan een mens fan van Chelsea zijn?

Het is de vraag der vragen van het moderne voetbal. Waar voetballers, trainers, scheidsrechters en media het niet wagen om hun vingers te branden aan deze prangende kwestie, gaan wij op zoek naar antwoorden. Want hoe, hóe, is het mogelijk dat een mens fan kan zijn van Chelsea?

En dan specifiek: de Nederlandse mens. Dat er in Engeland zat Chelsea-fans zijn is historisch te verklaren. Ze waren het vroeger, voor Roman Abramovich, nou eenmaal ook al en gaven het defecte gen weer door aan hun nageslacht. Maar ook in Nederland, het land van de Hollandse School, totaalvoetbal, liever mooi verliezen dan lelijk winnen en roekeloos 4-3-3 onder alle omstandigheden (behalve het laatste WK), bestaan er personen met een affectie voor de Londense topclub. Hoe dan?

Want wie logisch nadenkt hoeft dat niet heel lang te doen om erachter te komen dat Chelsea alles is dat wij in Nederland het meest verachten, op voetbalgebied. Chelsea is een soort Dark Side, met José Mourinho, de ultieme resultatentrainer als Darth Vader en als Emperor de mysterieuze Rus Abramovich, die zich zelden laat zien maar wel aan meer touwtjes trekt dan jij kunt vermoeden. Waar wij mooi, aanvallend willen voetballen heeft Chelsea de eeuwig geparkeerde bus en waar wij zelf willen opleiden heeft Chelsea alles bij elkaar gekocht.

Een Chelsea-fan zou kunnen zeggen: ja maar Eden Hazard en Willian en Oscar, dat zijn toch mooie rasvoetballers? Inderdaad, maar wat doet Chelsea ermee? Chelsea maakt ze ondergeschikt aan Diego Costa, de lompste, gemeenste, onsympathiekste boef die er op noppen rondloopt. Een soort Luis Suárez, maar dan voetbalt ie ook nog eens lelijk. Vroeger had Chelsea nog Engelse helden als John Terry en Frank Lampard, nu heb je persoonlijkheidloze robotvoetballers als Nemanja Matic en Gary Cahill.

Ook leuk, terwijl we in Nederland zo hard ons best doen om jong voetbaltalent tot bloei te laten komen, koopt Chelsea ze met vrachtwagens tegelijk in en laat ze vervolgens verpieteren en verwelken en verkoopt ze dan ver onder de oorspronkelijke marktprijs. Chelsea is een kapotgevroren tulpenveld waarnaast een Portugees en een Rus de andere kant op staan te kijken, naar hun mooie dure exotische planten die verkeerd gerangschikt niet tot hun recht staan te komen, terwijl ze kwaadaardig lachen en samen grijs maar toch nog steeds jeugdig zijn.

Het enige een soort van logische argument dat Chelsea-fans vaak nog konden aanvoeren was het feit dat de club zoveel successen boekt. Een Champions League hier, een Europa League daar, vorig jaar nog kampioen van Engeland. Maar inmiddels zit heel Nederland wekelijks aan de buis gekluisterd op Match of the Day te kijken naar het zoveelste bewijs dat dat argument niet meer overeind blijft.

Hoe, dus, kan een Nederlander fan zijn van Chelsea? Op stamfordbridge.nl, de website van de officiële Nederlandse Chelsea-fanclub, vind je geen antwoorden. De site is al lang niet bijgewerkt en het forum wordt vooral bevolkt door virtuele krekels. Er bestaat wel een interview met Jeroen Hut, de enigmatische voorzitter, van toen Chelsea in de Europa League-finale stond. De man is bijzonder kort van stof. Maar ja, wat valt er ook te zeggen, als je fan van Chelsea bent?

Wie op Facebook zoekt op ‘Chelsea Nederland’ vindt drie pagina’s: de ene heeft 4 likes, de andere 17, de derde 24. Ook in reacties op de vele haatposts als ze weer eens verloren hebben van websites als VoetbalPrimeur of Voetbalzone zijn de Nederlandse Chelsea-fans stil. Bestaat de Nederlandse Chelsea-fan dan niet?

Oh ja wel. Ga maar eens naar bepaalde wijken in de wat grotere steden en aanschouw: jongeren met Chelsea-shirts, -trainingspakken of met Chelsea-petjes op. Kijk maar eens naar de videoclip van rapper Ares:

Ares heeft niet echt het gangstervoorkomen van een Lil’ Wayne of zelfs Gers Pardoel, maar lijkt meer op een Gooisch joch wiens ouders een professionele videoclip voor hem hebben betaald als hij dan voortaan niet meer met zijn vriendjes in de buurt wilde hangen want de buren spreken er schande van en de wijkagent is ook al aan de deur geweest. Daarom moest Ares iets verzinnen om toch een beetje streetcred op te bouwen.

Vandaar dat we Ares in slow motion een peukje zien opsteken, in een badjas al middelvingers naar de camera opstekend op het dak van een voorzichtig rijdende lelijke auto zien zitten en met een stel grimmig kijkende havo-scholieren op de achtergrond de bewegingen van de rappers op tv zien nadoen. Maar, MAAR, Ares doet ook iets dat hem in één klap oneindig veel ik-ben-echt-een-badass-punten verschaft: hij draagt een Chelsea shirt en ook af en toe een Chelsea-trainingspak.

Je kunt middelvingers en peuken opsteken wat je wil, maar niets zegt “ik heb schijt” als het dragen van Chelsea-kleding. En niet per se schijt aan een specifiek onderwerp, maar aan alle onderwerpen. Schijt aan alles, aan alle heersende opvattingen en gerespecteerde normen en waarden, schijt aan het universum waarin wij leven en de tijd waaruit wij niet kunnen ontsnappen. Schijt. Gewoon, schijt. Ik ben voor Chelsea, want en dus ik heb schijt. Het interesseert mij helemaal niets wat wie dan ook van mij vindt, ik heb niets meer te verliezen, ik heb geen enkele binding meer met de samenleving. Ik ben voor Chelsea.

In een tijd waarin geen enkel extreem meer echt extreem is en alle taboe’s doorbroken zijn, is Chelsea-fan zijn zo’n beetje de enige overgebleven mogelijke daad van rebellie geworden. En ook in één klap rebellie tegen alles. Misschien is het maar goed dat ie er ook is, de Chelsea-fan. Want wie is Luke Skywalker zonder Darth Vader? Wie is knuffelrapper Ronnie Flex zonder Ares? Wie is een voetballiefhebber zonder een Chelsea-fan?