Column: De bron van al Reals problemen

Stan heeft inmiddels zo’n Cruijffiaanse status bereikt, dat nu hij er even tussenuit is om af te studeren, hij een team van ghostwriters heeft om de leegte op te vullen. Vandaag schrijft Enzio over Real Madrid, dat niet al te lekker draait dit seizoen, wat allemaal komt door één man.

Rafa Benítez had zaterdag in El Clásico de beschikking over dezelfde sterren als Carlo Ancelotti vorig seizoen. Gareth Bale en James Rodríguez waren terug van een blessure, Karim B. (copyright Sierd de Vos) was voor even aan de Franse justitie ontsnapt. Ancelotti won in eigen huis met een indrukwekkende 3-1 van de latere Champions League-winnaar, Benítez werd met 0-4 vernederd. De conclusie is snel getrokken: het ligt aan de trainer.

Toch voelt dat niet helemaal eerlijk. Als je Daniel Craig als James Bond vervangt door Ferry Doedens, kun je het die arme Ferry wel verwijten dat 007 plotseling een tragisch, niet presterend lulletje is geworden dat non-stop in elkaar geslagen wordt, maar het is natuurlijk vooral de schuld van de idioot die ooit bedacht dat Doedens het beter zou kunnen dan Craig.

Die idioot is in Real Madrids geval Florentino Pérez, de oppermachtige president, met een fascinatie voor sterren die zelfs nog groter is dan die van Galileo. Pérez had met Ancelotti de perfecte man voor de rol, ijzig kalm maar wel met een onfeilbaar gevoel voor stijl, een echte gentleman maar tegelijkertijd ook een klein beetje kunstenaar. Een Daniel Craig. Benítez is meer een Ferry Doedens, die niet kan improviseren als er even van het script afgeweken wordt en geen enkele karaktertrek heeft (of kan imiteren) die hem als Real Madrid-coach rechtvaardigt.

Waarom Pérez Ancelotti weg wilde is op zich nog wel een heel klein beetje begrijpelijk. Na het winnen van La Decima was vorig seizoen een tikje teleurstellend. Real voetbalde wéér erg goed en deed mee om elke prijs, maar was aan het einde van de rit op alle fronten afgetroefd door FC Barcelona, dat het succesvolste seizoen van een club ooit neerzette. Dat voelt een beetje alsof je Justin Gatlin ontslaat omdat ie tweede werd achter Usain Bolt, maar oké, een wil om te winnen kan dat nog verklaren.

Want een wil om te winnen en een ongebreidelde megalomanie kun je Florentino Pérez niet ontzeggen. Daarom is het ook zo vreemd dat hij koos voor Rafa Benítez, een na Champions League-winst met Liverpool tien jaar geleden faliekant mislukte trainer, die bij Napoli vast een beetje naar zijn pensioen aan het toewerken was. Een coach die nooit echt een duidelijke visie leek te hebben en eigenlijk altijd ongeveer dezelfde spelers meenam naar welke club hij ook ging. Een beetje de Spaanse Martin Jol, maar dan ook nog zonder uitstraling.

Pérez wist dit allemaal van tevoren, maar koos toch voor Benítez. Zoals hij ook van tevoren had kunnen weten dat Ángel di María, na Ronaldo dé ster van het Decima-seizoen, verkopen misschien niet zo slim was. Zoals hij ook van tevoren had kunnen weten dat het niet kopen van een tweede spits voor als Benzema geblesseerd (of gearresteerd) uit zou vallen onhandig was. Zoals hij ook had kunnen weten dat Iker Casillas, de man die alle neuzen dezelfde kant op duwde, nog weleens gemist zou kunnen worden.

Maar Pérez, verblind door het sterrenlicht, vond Di María een te lelijke kop hebben, wilde alleen een superspits hebben om op de bank te zetten en hoopte David de Gea te kunnen kopen. Hij handelt namelijk niet vooral in het belang van de prestaties op het veld, maar in het belang van de marktwaarde van de club. Daarom is het ook zo vreemd om Benítez te halen, een anti-Galáctico, een soort zwart gat dat alle sprankeling in zich opzuigt.

Eén voordeel: Florentino Pérez mag zometeen weer gaan shoppen, voor een nieuwe trainer.