Abramovich, een gefrustreerd kind in de Bart Smit

Papy Djilobodji lijkt alweer te gaan vertrekken bij Chelsea. Papy Djilobodji? Ja, dat is een verdediger die de Londenaren afgelopen zomer haalden, en die nog geen minuut speelde. De Senegalees is een perfect symbool voor het bizarre transferbeleid dat de in nood verkerende topclub al jaren voert.

Even een spoedcursus Papy Djilobodji: wordt op 1 december 27 jaar oud, speelde twaalf interlands voor Senegal en voetbalde vijf jaar lang bij FC Nantes. Toen kocht Chelsea hem opeens, voor 3,5 miljoen. José Mourinho had hem nooit zien spelen, maar vertrouwde op zijn scouts. Nu zou hij alweer zo goed als rond zijn met de Turkse grootmacht Besiktas, om in de winter Chelsea te verlaten. Djilobodji is één keer op het veld verschenen in een Chelsea-shirt, tijdens een League Cup-potje, en schuifelt nu geruisloos weer naar de achterdeur.

Chelsea is een soort Utrecht Centraal. Iedereen is er weleens geweest, maar slechts heel weinig mensen verblijven er lang. Voor de voetballers is het niet altijd erg, Djilobodji komt vast goed terecht en wist waarschijnlijk zelf ook wel dat hij niet de nieuwe John Terry is. De club gaat het echter niet heel lang meer volhouden zo, lijkt het. Natuurlijk is het falende transferbeleid niet de enige reden voor de dramatische zestiende plek op de ranglijst, maar het helpt ook niet bepaald.

Even een paar leuke ‘transfersaga’s’ van Chelsea op een rij.

In de zomer van 2011 kocht Chelsea Romelu Lukaku voor 22 miljoen en Kevin de Bruyne voor 8 miljoen. De club verdiende uiteindelijk 35 miljoen aan Lukaku toen ze hem in 2014 weer verkochten aan Everton, maar had de momenteel nog steeds maar 22-jarige spits nog wel een aantal jaar kunnen gebruiken. De Bruyne werd uiteindelijk voor 22 miljoen gedumpt bij VfL Wolfsburg, ook een mooie deal. Ware het niet dat De Bruyne nu de nieuwe grote ster is bij concurrent Manchester City. En oh ja, in 2011 werd verder Nemanja Matic voor 5 miljoen verkocht aan Benfica, tweeënhalf jaar later betaalde Chelsea 25 miljoen om hem terug te halen en kwam ene Fernando Torres voor bijna zestig miljoen naar Londen.

In 2012 werd 11,5 miljoen euro neergeteld voor Victor Moses, die tot nu toe 44 potjes mee mocht doen bij de club. Hij is op dit moment verhuurd aan West Ham United. Met de Duitser Marko Marin werd er nog een leuk vleugelspelertje binnengehaald, voor 8 miljoen kwam hij van Werder Bremen naar Londen. In de jaren daarna werd hij verhuurd aan FC Sevilla, Fiorentina, Anderlecht en dit seizoen Trabzonspor. Nog een leuke: de toen 18-jarige Braziliaan Wallace kostte Roman Abramovich 5,4 miljoen. Vraag in Arnhem maar of dat een goede investering was.

De zomer van 2013 was het moment dat Marco van Ginkel tegen een prijs van 9,4 miljoen zijn zo veelbelovende loopbaan de vernieling in hielp. Voor FC Porto’s Christian Atsu werd drie miljoen betaald. Beide heren zijn sindsdien zo’n beetje constant op huurbasis ergens aan het bijklussen. André Schürrle kwam met meer bombarie, 22 miljoen is een flinke prijs. Anderhalf jaar later moest VfL Wolfsburg hem uit zijn lijden verlossen, voor 32 miljoen weliswaar. In januari 2014 haalde Chelsea toen ook nog Mohamed Salah, de Egyptische Messi, voor 16,5 miljoen. Tot nu toe kwam hij negentien keer in actie voor The Blues.

Vorig seizoen kwamen Juan Cuadrado en Filipe Luís, voor samen meer dan vijftig miljoen, die allebei nu niet meer bij Chelsea spelen. En dit seizoen hebben we dus Djilobodji, maar ook het huren van Radamel Falcao voor ruim acht miljoen en het voor meer dan vijf miljoen kopen van de totaal onbekende Jamaicaanse verdediger Michael Hector van FC Reading lijken nu niet zo’n geweldig idee meer.

Dit is allemaal nog maar het topje van de ijsberg, want onder het wateroppervlak wisselen nog tientallen talentvolle Chelsea-voetballers ieder jaar van club. Zij zijn voor Chelsea niets meer dan bezittingen, die elk jaar bij een andere club mogen laten zien dat ze goed genoeg zijn voor het eerste. De enige die dat in de afgelopen tien jaar is gelukt is Matic, maar pas na dus eerst verkocht te zijn aan Benfica. Naast talloze Engelse talenten hebben ook de loopbanen van internationale groeibriljanten als Lucas Piazón, Gaël Kakuta, Oriol Romeu en Tomás Kalas op deze manier ernstige vertraging opgelopen.

Het is een beleid dat mogelijk gemaakt wordt door Abramovich, die Football Manager speelt met een cheatcode die hem een oneindig budget geeft. Het interesseert hem geen bal of er hier en daar tien of twintig miljoen in rook op gaat, als het eerste maar presteert. Maar zijn adjudant Mourinho, die tot nu toe knap maskeerde hoe het transferbeleid zijn ploeg verzwakt, presteert niet meer. En kijkend naar het transferbeleid van de afgelopen jaren bekruipt je toch het gevoel dat het allemaal anders had gekund.

Chelsea lijkt een beetje te zijn blijven hangen in haar transferstrategie van de periode toen Abramovich net aan de macht kwam: zo veel mogelijk zakken met geld in het rond smijten en dan winnen we wel. Tijden veranderen en Abramovich is allang niet meer de enige die de cheatcode kent. Kijkend naar andere stinkend rijke ‘koopclubs’, valt op dat die een veel slimmer beleid voeren. Paris Saint-Germain en Manchester City, deels dankzij de Financial Fair Play-regels, doen ieder jaar maar één of twee gerichte aankopen en denken goed na over wie ze nodig hebben.

Abramovich daarentegen, gedraagt zich als een gefrustreerd kind dat in de Bart Smit dan maar een oude FIFA 15 van zijn spaarcentjes koopt, als blijkt dat FIFA 16 al uitverkocht is. De Rus wilde namelijk eerst Evertons John Stones halen, de nieuwe superverdediger van Engeland. Toen de club uit Liverpool niet mee wilde werken, kocht Abramovich dan maar Djilobodji en Hector, twee waardeloze verdedigers. Beter dan niets.

Mourinho heeft ondertussen geen idee wat hij met al die spelers aan moet, terwijl die spelers zelf ook niet geweldig in hun vel zullen zitten. Een paar wedstrijden op rij op de bank en je kunt direct weer verkocht of verhuurd worden. Chelsea moet weer aan een elftal gaan bouwen, een elftal zoals ze dat op een gegeven moment wel hadden met Terry, Frank Lampard, Petr Cech en Didier Drogba. Van het huidige team is er niemand die het gezicht van de club is, behalve de eeuwenoude Terry die er niet heel veel meer van kan. Met een beter transferbeleid had dat inderdaad anders gekund. Eerst die Djilobodji maar eens weg.