Nostalgieweek: De momenten van Figo

Tijdens onze nostalgie-themaweek blikken we terug op het voetbalverleden dat wij ons nog kunnen herinneren. Niet zo heel lang geleden dus, maar toch al wel lang genoeg om je oud te voelen. Enzio kijkt terug op zijn jeugdheld, de Portugees Luís Figo, die nooit de beste was en daarom juist zo goed.

Als het gaat over voetbalnostalgie en we dus terug moeten kijken naar onze vroegste voetbalherinneringen, is het eerste dat me te binnen schiet mijn jeugdheld: Luís Figo. De man die we in dit land sinds 2006 collectief haten was aan het begin van deze eeuw altijd mijn favoriete Galáctico, en daarmee ook meteen mijn favoriete voetballer. Pas toen ik ouder was kwam ik erachter dat Figo ooit bij FC Barcelona had gevoetbald en voor zestig miljoen naar Real Madrid was gegaan. Ik herinner me hem altijd als de sierlijke middenvelder in het witte shirt van Real, en het bordeauxrood van Portugal, het land waarmee ik – dankzij Figo – het liefst speelde op FIFA 98: Road To World Cup (met afstand de beste FIFA ooit, al was het maar om de zaalvoetbal-feature).

Als kind, en nu eigenlijk nog steeds, was ik altijd gefascineerd door de underdog, de figuur die alleen sóms heel erg goed is. Luís Figo was de allerbeste underdog die er was. Het underdoggerige aan Figo was dat hij aan de Madrileense sterrenhemel die de naam Galáctico-project droeg, de minst fel stralende ster was. Terwijl Casillas en Raúl de Madrileense publiekslievelingen waren, Roberto Carlos de linksbackpositie voorgoed veranderde, Zidane en Ronaldo Gouden Ballen wonnen en Beckham vrouwenharten wereldwijd veroverde, was Figo… ja, hij was Figo.

In een poging Figo te typeren zeiden commentatoren uit die tijd altijd dat hij een ‘momentenvoetballer’ was. En dat klopte ook wel, als er ooit een momentenvoetballer heeft bestaan was het Figo. Als diezelfde commentatoren na een minuut of zeventig bij 0-0 stand bijvoorbeeld zeiden “een pass naar Figo, komt zijn moment nog, om Real aan de overwinning te helpen?” kwam dat moment meestal niet. Figo was absurd talentvol, kon iedereen passeren, heerlijke passes geven en geweldige doelpunten maken. Hij deed het alleen vaak niet.

Als hij het dan wel deed, was de blijdschap des te groter. Als kind wilde ik dan altijd uitschreeuwen, “zie je nou wel, hoe goed ie is!”, al deed ik dat niet omdat ik me stiekem een beetje schaamde dat ik voor Figo was, en niet voor Beckham of Ronaldo, die een veel hogere gun-factor hadden. De onsympathiek en iets te nonchalant ogende Figo maakte het je ontzettend moeilijk om fan van hem te zijn, maar dat maakte mijn fanschap des te intenser. Als Figo-fan moest je hard werken om fan te blijven, je geduld bewarend van moment tot moment, de momenten die uiteindelijk steeds zeldzamer werden.

Het mooiste van Figo was dat hij wel zó onmiskenbaar goed was dat hij tot de Galáctico’s gerekend werd, maar dat hij zijn klasse – die die van Ronaldo, Beckham of zelfs Zidane soms deed verbleken – zo weinig toonde, dat hij wel de allerslechtste Galáctico was. En daarmee dus ook de beste underdog ter wereld, voor mij als underdogfan de ultieme held.

Net als met veel dingen die vroeger helemaal geweldig waren, zoals cassettebandjes of die plastic ballen die met elastiek om je middel zaten, heeft ook Figo in de moderne tijd geen nut meer. Toen het Galáctico-project in 2005 onder haar eigen gewicht in elkaar klapte was er voor Figo’s voortbestaan eigenlijk al geen reden meer. In de vier jaar erna was hij nog een momentenvoetballer bij Internazionale en naaide hij Oranje op een WK, verder was zijn rol in de voetbalgeschiedenis gespeeld. Na een mislukte poging Sepp Blatter op te volgen bij de FIFA slijt hij zijn dagen nu ergens in een Zweeds landhuis, met een bizar mooi Zweeds model als beloning voor bewezen diensten.

De momentenvoetballer heeft zijn moment gekozen en is nu weer van het podium verdwenen.

Een nostalgisch stuk moet natuurlijk eindigen met een ongefundeerde claim dat vroeger alles beter was, die in dit geval zeker gemaakt mag worden. Want kijkend naar de huidige Galáctico’s van Real Madrid kun je maar één conclusie trekken: ze bestaan niet. Er is namelijk maar één Galáctico, Cristiano Ronaldo, de afstand tussen hem en de andere sterren is alleen in lichtjaren te meten. En daarom zit er, zeker sinds het vertrek van Ángel di María, dus ook niemand op de troon van Koning Underdog. Er is dan ook geen twijfel mogelijk: vroeger was alles beter.