Column: Derbyalisering

Er waren dit weekend maar zes derby’s. Viel tegen. Normaal kom je om in de derby’s, omdat iedereen wil dat alles een derby is. Je hoeft tegenwoordig maar de kraan open te draaien of er komen twintig derby’s uit.

In Londen stonden Brentford – Queens Park Rangers en Watford – West Ham United op het programma, Turijn keek naar Juventus – Torino, in Spanje speelden stadsrivalen Valencia en Levante tegen elkaar en in Bretagne was er de confrontatie tussen Guingamp en Lorient. Ik heb rondom al die derby’s de voorbeschouwingen en media-aandacht niet gevolgd, omdat ik genoeg had aan Heerenveen – Cambuur.

In Friesland werd al lang geleden, toen Foppe de Haan nog op de tribune zat te mopperen op zijn toekomstige voorgangers, reikhalzend uitgekeken naar de Friese derby. De indruk werd gewekt dat met een derby niet drie maar negen punten te verdienen zijn. Het betaald voetbal in Nederland telt meer derby’s dan spannende wedstrijden en daarin schuilt meteen eigenlijk het probleem: de derby is een gefakete spannende wedstrijd.

Wanneer stopt derbyverheerlijking? Wanneer houdt men op met bij elk doodnormaal potje tussen de een en de andere club die – ja! – toevallig uit dezelfde provincie komen, doen alsof er na negentig minuten nieuwe stads-, land- of provinciegrenzen worden bepaald. Bij Cambuur stond zaterdag tijdens de training vijfduizend man vuurwerk af te steken als zogenaamd hart onder de riem, een dag later moest trainer Henk de Jong voor de camera uitleggen waarom zijn ploeg zonder instelling met 2-0 had verloren. Gewoon met 2-0 verliezen, het kan altijd gebeuren bij Cambuur en nooit wordt er écht een probleem van gemaakt. Het roept pas vragen op als Cambuur eens vier keer achter elkaar wint.

Cambuur en Henk de Jong lieten zich gek maken door het derbygeraaskal. Ze werden slachtoffer van de derbyalisering van de voetbalgemeenschap. Als Heerenveen Cambuur treft, is het de Friese derby. Als Heerenveen tegen FC Groningen speelt, is het de derby van het Noorden. Als RKC Waalwijk tegen Willem II moet is het de Brabantse derby, als FC Den Bosch tegen NAC Breda moet ook, als Helmond Sport tegen FC Eindhoven moet ook. Dit weekend speelden Australië en Nieuw-Zeeland de finale van het WK Rugby: Oceanische derby. Brazilië tegen Uruguay: Zuid-Amerikaanse derby. Duitsland – Nederland: burenruzie dus derby. In Londen heb je zo ontiegelijk veel voetbalclubs, daar wordt elk etmaal wel een derby afgewerkt.

Is het trouwens wel derby? Of is het dèèèrby? Of is het darby? Of is het deurbie? Die verwarring alleen al lijkt me een uitstekende reden om ermee te kappen. We hadden dit weekend zogenaamd een derby-arm weekend en het voelde, ondanks dat vermoeiende potje in Friesland, buitengewoon aangenaam. Die van Guingamp – Lorient heb ik trouwens verzonnen, weet niet of dat er eentje is, de stadjes liggen best ver uit elkaar, maar op hetzelfde Franse schiereiland.

Nu derby toch een vrij begrip is: Excelsior’31 – Excelsior van vorige week in de KNVB Beker, dat was me er eentje! Het werd 4-3 voor de amateurs uit Overijssel, een lachwekkende vertoning van de profs uit Rotterdam – uitgerekend in de naamderby. Dat moet zielsveel pijn hebben gedaan.