Column: Laat maar gaan

Het leven van een voetbalvolger is niet altijd makkelijk in Nederland. Niet alleen omdat ons Elftal er bar weinig meer van bakt, maar ook door de overal aanwezige 16 miljoen bondscoaches die precies weten wat er mis is. Wes heeft er, bij gebrek aan beter, een oplossing voor gevonden.

Woensdag moest ik naar de kapper. Ik keek er flink tegen op, de hele week al. Ik had mezelf in eerste instantie voorgenomen om in alle talen te zwijgen, maar achteraf bleek deze poging tevergeefs. ‘Oranjesupporters’ die zich bemoeien met de uitschakeling van het Nederlands elftal, het was nog erger dan ik had gedacht.

Ik had nog geen ‘goedendag’ gezegd of de ene na de andere ruis kwam al in mijn trommelvlies terecht. Een iets oudere mevrouw begon over tattoos en het vreemdgaan van voetballers, ze beschouwde de uitschakeling daarom als positief voor de spelersgroep: “Ze hebben nu enorm veel tijd voor het zetten van die achterlijke kut-troep, en dat willen ze toch, daarom zijn ze toch voetballer?”

De kapster zelf kwam met het meest gênante, de bekende koptelefoons in combinatie met het niet-mee-zingen van ons volkslied. Zij wilde maar niet begrijpen dat Teetee en El Gaasie niet luisterden naar het volkslied, zo zou je het toch een paar uur later mee kunnen zingen? Ik wilde iets inbrengen over het nieuwe album van Drake en het ineffectieve balbezit van Oranje, maar ik besloot om het maar niet te doen. Laat maar gaan, dacht ik.