Column: The special Bosz

Een cruciaal moment in de clubhistorie, zo noemt José Mourinho zijn eventuele ontslag. Hij zei het zaterdag, kort na de thuisnederlaag tegen Southampton met een stalen smoel: “I think this is, eh, a crucial moment in the history of this club.” Volgens de Portugese trainer – hij is voor velen de reden om Chelsea te haten, maar in mijn ogen eigenlijk het enige leuke dat Chelsea heeft – ontslaan ze dan de succesvolste trainer uit de clubgeschiedenis.

De meeste coaches staan er na een cruciale nederlaag die vermoedelijk tot hun congé leidt als een dood vogeltje bij. “Ik heb nog niets van de club vernomen”, zeggen ze dan met een blik die zegt: “Ik ga straks mijn kantoortje leegruimen en dan zeg ik de jongens gedag en ik hoop dat ik dan niet hoef te huilen, want ik wil deze dag zo snel mogelijk vergeten.”

Alleen Mourinho kan zijn, al dan niet naderende, ontslag zo framen dat hij als winnaar uit de strijd komt en de rest als verliezer. Chelsea staat zeventiende en Mourinho won met een van de rijkste clubs ter wereld drie van de laatste acht officiële wedstrijden. Hij zit er alleen nog omdat hij Mourinho is, omdat hij Chelsea in vijf jaar drie landstitels bezorgde en omdat hij elders twee keer de Champions League veroverde. Als hij over twee weken thuis met 3-0 van Aston Villa verliest, zit hij er nog steeds.

Mourinho is onschendbaar, verzon voor zichzelf de bijnaam The Special One en zag hoe iedereen dat overnam, terwijl het gros van de wereld hem haat. Dat lukt niemand. Mourinho speelt binnen het mondiale voetbal een spelletje waar niemand grip op kan krijgen en waarvan niemand de spelregels kent. Dat lukt niemand. Mourinho kan toveren met zijn teams. Barcelona was in 2010 opeens de buigzame geodriehoek die toch breekbaar bleek, als je er maar hard genoeg je best op deed. Mourinho was de eerste die dat door had.

Ik houd van trainers die iets als eerst door hebben. Ik vond het mooi hoe Louis van Gaal in 2014 als eerst door had dat als je een gemankeerd flutelftal hebt met drie creatieve spelers je dat trio gewoon lekker z’n gang moet laten gaan en de rest er als een massief blok achter moet parkeren. Niet beweren dat Van Gaal daar niet de eerste in was, want hij vindt van wel. Ik vond het mooi hoe Ronald Koeman als eerst door had dat je bij een club als Feyenoord niet allerlei verdwaalde spelers moet kopen en hopen dat het klikt, maar gewoon de complete A1 moet doorschuiven en die wijs maken dat ze sterren kunnen worden, daarna worden ze het. Ik vond het mooi hoe Peter Bosz als eerste door had, dat als je het écht niet eens bent met de scheidsrechter je gewoon op het veld moet blijven staan.

Toen ik Bosz op dat veld zag weigeren weg te gaan moest ik heel even aan Mourinho denken. Zo gaat dat bij Chelsea dus elke week. Bosz ging naar de tuchtcommissie en kwam terug als een of andere misdadiger, hij hoeft de komende vier wedstrijden nog net niet met enkelband te coachen. Ik zag Bosz in een interview met FOX Sports zich opvreten over het feit dat het hier nog steeds over moest gaan. Ik zag een ergernis, gevolgd door een cynische glimlach. De blik in zijn ogen zei: “ik ben klaar hier”. Ik hoorde gevatheid en ik hoorde hem op de wat nu?-vraag antwoorden dat hij “gewoon nog steeds zichzelf gaat zijn”. Opeens wist ik dat Bosz te groot is voor de kneuterige Eredivisie en, mocht er bij Chelsea een cruciaal moment in de clubgeschiedenis aanbreken, hij eigenlijk de enige is die het gat kan opvullen. En er dan weigeren nog weg te gaan.