Plomo o Plata: Lood of Zilver

Wie de nieuwe Netflixserie ‘Narcos’ wel eens gezien heeft, zal het zinnetje misschien wel eens zijn opgevallen. Kies maar: het geld aannemen, of de kogel. Neem het geld, of ik neem je leven. De keuze laat zich raden.

Tijdens het regime van Pablo Escobar in Colombia was het misschien wel heel extreem, maar omkoping, fraude en matchfixing komen misschien wel vaker voor dan we denken. Corruptie, wat we maar als overkoepelende term zullen gebruiken, is aan de orde van de dag. Op 27 september nog klapte Erim Rodríguez, een Mexicaanse scheidsrechter uit de school over corruptie onder collega’s. ”In onze competitie zijn sommige clubs belangrijker dan andere. Binnen de bond wordt er heel gewoon gesproken over het beschermen van sommige clubs en spelers. Als pressiemiddel mag je een aantal weken niet fluiten als je niet fluit naar de wensen van de bond.”

In de categorie dubieuze scheidsrechters is het grootste voorbeeld misschien nog wel Byron Moreno. De Ecuadoriaan werd beroemd op het WK 2002. Degenen die dit kampioenschap louter herinneren als de zegetocht van Guus, mogen zich afvragen of Moreno in de achtste finale Zuid-Korea niet lichtelijk, mogelijk ruimschoots, bevoordeeld heeft. In de wedstrijd van Zuid-Korea tegen Italië kreeg Totti zijn tweede gele kaart na een vermeende schwalbe (hij werd keihard geraakt). Moreno keurde vervolgens een zuiver doelpunt van de Azzuri af en gaf geen extra blessuretijd in de verlenging. Bij thuiskomst in Ecuador raakte hij nog meermaals betrokken bij vergelijkbare incidentjes, waarna in 2003 besloten werd dat hij nooit meer mocht fluiten.

Ook dichter bij huis hebben bij huis kennen we steeds meer voorbeelden van matchfixing en bedrog. Ibrahim Kargbo, de knipoogkroaat, Aziatische meneren met telefoons in hun handen en noem maar op.

Maar corruptie is wijdverbreider dan knipoogkroaten, verdedigers van Willem II, belchinezen en scheidsrechters in Latijns-Amerikaanse landen. Een groot probleem is dat het in alle lagen van veel samenlevingen aanwezig is. De marktkoopman en de politieagent; de ambtenaar en de manager; de vakbondsleider en de president; van al deze beroepsgroepen vind je wereldwijd voorbeelden te over.

In de voetballerij is dit niet anders. Naast eerder genoemde voorbeelden kunnen ook ’s werelds grootste bestuurders zich niet beheersen. Het is mooi dat de corrupte FIFA-bende zich nu voor de rechter moet verantwoorden. We moeten ons echter geen illusies maken dat daarmee de top van het voetbal niet meer corrupt is. Corruptie los je namelijk niet op door een paar figuren achter de tralies te zetten. Er is tijd voor nodig en verandering van ‘het systeem’.

Waarom laat iemand zich omkopen; zou je je kunnen afvragen. De casus Escobar leent zich opnieuw om het antwoord te illustreren. Wie weet hoe groot het risico is als je het niét doet? Escobar had de faam om iemand direct neer te schieten (plomo). Nu hoeft de consequentie niet zó groot te zijn, maar het niet fluiten van een aantal wedstrijden – en daarmee geen inkomsten hebben – is ook erg vervelend. Wie weet heb je wel kinderen waar wat mee kan gebeuren? Allemaal begrijpelijke angsten.

Dan de voordelen. Als je een nieuwe televisie voor je gezin kunt kopen, de mogelijkheid hebt om je kinderen te laten studeren, of je ouders een onbezorgde oude dag kunt geven, dan is dat heel wat waard. Een leuk extraatje of een verdubbeling van je salaris. En wie komt er nou achter? Accepteren dus maar die plata. Naarmate de context waarin iemand zich bevindt verandert, kunnen morele waarden soms ook heel snel veranderen. Laten we dus niet te snel oordelen over hen die zich om laten kopen…

Misschien wordt het nog wel het mooist verwoord door Moreno. De inmiddels ex-scheidsrechter werd in 2010 gepakt met zes kilo heroïne in zijn kleding op de luchthaven John F. Kennedy in New York. Na een onbeduidende en armzalige carrière en bijna drie jaar cel later, verzuchtte hij: ”De noodzaak deed me die fouten maken.”