Bendtner scoort niet, Pizarro scoort wel

In Noord-Duitsland spelen twee buitenlandse spitsen in dezelfde Bundesliga. Nicklas Bendtner en Claudio Pizarro. De één wil graag een beroemde voetballer zijn, maar scoort niet. De ander is als absolute publiekslieveling voor de derde keer gepresenteerd als spits van Werder Bremen. En meteen is er weer hoop op doelpunten, veel doelpunten. 

Tijdens mijn vakantie was ik vorige week maandag in Denemarken. In Kopenhagen. Na de stad te hebben bekeken zat ik ’s avonds in de lounge van mijn hostel voetbal te kijken. Tussen een groep Denen en een aantal Duitsers was ik toeschouwer van het EK-kwalificatieduel tussen Denemarken en Armenië. Dat Oranje de dag daarvoor van Turkije verloor, wist ik, maar van de grote crisis van het Nederlandse voetbal heb ik in Kopenhagen weinig meegekregen. De Denen hadden het al druk met hun eigen crisis, de wedstrijd tegen Armenië.

De lounge waar ik zat, was gebouwd als een soort tribune. Zonder staan- of zitplaatsen, maar alleen maar hangplaatsen. Terwijl ik onderuit gezakt op de bank zat, een oudere man en vrouw aan het darten waren en de wedstrijd doorkabbelde, luisterde ik tussendoor naar de mooie Deense scheldwoorden. Ze hadden gelijk, de wedstrijd was niet goed, en Denemarken al helemaal niet. Maar omdat ik niet op de hoogte was van de stand in de kwalificatiegroep I, en niet wist of Denmarken alleen aan winst genoeg had om zich nog te kunnen plaatsen voor het EK, had ik minder spanning dan mijn Deense bankgenoten.

Ik kon rustig kijken naar welke Deense voetballers ik wel kende, en welke nog nieuw waren voor mij. De stand bleef lang 0-0. Bij een corner voor Denemarken in de laatste minuut, gebaarde coach Morten Olsen dat iedereen naar voren moest, proberen dat ene doelpunt te maken. Op de loungebank schoof iedereen een stukje naar voren tot op het randje van de bank. Ik dacht direct aan Martin Hansen, de keeper van ADO Den Haag. Bekend van die ene hakbal. Maar hij kwam niet mee naar het strafschopgebied voor het Armeense goal. Hansen stond niet eens op doel, en een invalbeurt was ook niet mogelijk omdat de bondscoach hem was vergeten te selecteren.

Het doelpunt waar de hele ruimte waar ik mij bevond zo op hoopte, het kwam er niet. Er werd niet gescoord door een Deense keeper, en ook niet door de Deense spits. Nicklas Bendtner scoorde deze avond niet. Ooit was hij een groot talent bij Arsenal, maar meer dan een doelpunt tijdens het EK 2012 kan ik mij niet herinneren. Of eigenlijk weet ik ook niet meer hoe hij toen dat doelpunt maakte, ik weet alleen nog hoe hij juichte. Zijn broek een klein beetje naar beneden, de onderbroek met sponsornaam in beeld. Momenteel speelt Bendtner bij Vfl Wolfsburg. Daar zit hij op de bank, of probeert hij de concurrentiestrijd aan te gaan met Bas Dost. Veel scoren voor zijn Duitse ploeg doet hij niet.

Na de wedstrijd, bleef ik nog even zitten, of hangen op de bank. De barman zapte wat en op de televisie verscheen een, ik vermoed, populaire Deense TV show. Twee teams, rood tegen blauwe, strijden tegen elkaar. Het programma werd gepresenteerd door de Deense Paul de Leeuw. Het kan ook de Deense Wilfred Genee, Mathijs van Nieuwkerk, Carlo Boszhard of Jack Spijkerman zijn. En in de strijdende teams zaten zo te zien Deense cabaretiers, of iets in die richting. En één man die ik direct herkende, dat was Niklas Bendtner.

Tijdens de TV-show liep Bendtner erbij als de Deense Ibrahimovic. Ik moet toegeven: Niklas zag er goed gekleed uit, een overhemd met een gebreide trui of vest erover heen. Mart Smeets, maar dan met het goede Deense gevoel voor mode. Tijdens het programma werden er veel grapjes gemaakt, maar omdat ze dit in het Deens deden en er geen Nederlandse ondertiteling bij zat, miste ik vrijwel altijd de clou. Ik zag wel dat Niklas zich thuis voelde tussen de Deense bekend-van-tv-mensen.

Na het praten kwam de actie. Een spelletje dat als volgt ging: Een teamgenoot trekt een witte overal aan met daarop een tekening van een bord (zoals bij boogschieten) met in het midden een roos. De andere van het team is de schutter, degene die moet mikken en scoren. Dit teamgenoot staat op zo’n vijf meter afstand en moet flessen champagne ontkurken. Eerst word er verf op de kurk gedaan, dan richten en ploppen. Bendtner schoot met precisie. Hij scoorde, eindelijk.

Daarna speelde hij de ster van de show. Of Bendtner de nieuwe Ibrahimovic wordt, ik denk het niet. Ibrahimovic speelt niet de ster van de show, hij is er één. Hem hoef je niet te vertellen dat hij zijn kin omhoog moet doen en zijn borst vooruit. Hij oefent er ook niet op voor de spiegel, het overkomt hem gewoon als hij opstaat. Zlatan is Ibrahimovic. De Zweedse spits die zo anders is dan alle andere spitsen uit Scandinavië. Bendtner heeft Zlatan zien voetballen, zien lopen, zien praten en moet hebben gedacht, dat wil ik ook. Hij in Zweden en ik in Denemarken.

Dat vind ik jammer. Liever had ik dat alle andere spitsen uit Scandinavie waren zoals Scandinaviërs, bescheiden. Ik had liever dat Bendtner Erik Nevland had zien spelen bij FC Groningen, of Marcus Alback bij Heerenveen. Scoren en dan juichend rennen naar de man die de voorzet gaf. En daarna voor de camera perfect Nederlands praten.

****

Twee dagen nadat ik in Kopenhagen de wedstrijd van Denemarken had gezien, was ik in Bremen. Tijdens mijn verblijf in die stad, kon een bezoek aan het Weserstadion niet uitblijven. Ik ging mee met een rondleiding door het stadion van Werder Bremen. Er waren drie jongens van basis- en middelbareschoolleeftijd, mee met hun opa. En nog een Duits echtpaar van rond de veertig. De grijze man met het groene jackje met daarop de tekst stadionfürung zei dat hij de rondleiding in het Duits deed, omdat hij geen Engels sprak. Ik vond het goed.

Samen met zeven échte Werder Bremen fans liep ik van de kleedkamers naar de dug-out, en van de skyboxen naar het museum. In de gangen hingen de foto’s van juichende Werder-spelers. Ik herkende Ailton, Diego, en Özil.

Ook viel een paar keer de naam ‘Claudi’. Allemaal keken ze blij als de naam Claudi werd uitgesproken. Claudi is Claudio Pizarro. De man die voor de tweede keer terugkeert als voetballer in het groene shirt van Bremen. Eigenlijk heet hij dus Claudio, maar op z’n Duits wordt dat dus Claudi. Claudi, klinkt ook veel beter. ‘Liebe Claudi’, zou zomaar het begin kunnen zijn van een brief geschreven door een klein jongentje in een Bremenshirt. Of een meisje. Liebe Claudie, en daarna in één of twee schattige regeltjes de vraag of hij terug wil komen naar Werder Bremen.

En Pizarro heeft meteen teruggeschreven. “Ja, ik wil!” Alsof het een huwelijk is, Pizarro en Werder. En hij is nog niet eens een Duitser, maar een voetballer uit Peru, die toevallig in Duitsland terecht is gekomen. Liebe Claudie, zou ook een liedje kunnen zijn dat de supporters bij elk doelpunt van de aanvaller inzetten. Of een slogan van een marketingcampagne. De stadionrondleider meldde aan het eind zelfs nog even (stiekem) dat Pizarro die ochtend voor het eerst had getraind bij de club. De blikken gingen direct in de richting van het trainingsveld. Ze droomden weer van succes.

Bendtner en Pizarro spelen dit seizoen allebei in dezelfde competitie, hun ploegen komen zelfs uit dezelfde streek. Waar Bendtner zo graag publiekslieveling wil zijn, is Claudio dat al. Ooit is hij, met de droom om in Europa te voetballer, toevallig in Bremen aangekomen. Daar is hij verliefd geworden op de club, en de club op hem.

Niklas Bendtner is nog niet de nieuwe Ibrahimovic, een Scandinavische spits met de uitstraling dat hij de beste van de wereld is. Pizarro is wel de nieuwe Pizarro. Of zoals de fans hopen, de oude Pizarro, zoals zij hem kennen van de vorige keren dat hij voor hun club speelde, en scoorde. In zijn tijd in Duitsland, hij speelde ook bij Bayern München, bereikte hij het record van meest scorende buitenlandse speler in de Bundesliga. Toch blijft hij altijd bescheiden.

Als ik het museum uitloop en een kijkje neem in de fanshop zie ik meteen de marketingslogan staan. Het is niet Liebe Claudie, maar “Dreimal ist Bremer Recht” met een afbeelding van een juichende Pizarro. Claudio Pizarro is niet de beste spits van de wereld, maar wel de lievelingsspits in Bremen.