Column: Kleedkamerdroom

Het drama is bijna compleet: Nederland kan het EK voetbal min of meer vergeten. Opmerkelijk: onze columnist Stan zou er zelfs mee kunnen leven als de WK’s en het EK daarna óók aan Oranje voorbijgaan. In ruil voor één ding.

Ik ben bereid er de komende twee EK’s en WK’s voor te laten als ik tijdens kwalificatiereeksen elke keer mee de kleedkamer in mag. Lijkt me fantastisch. Ik kon donderdag in de Amsterdam ArenA bijna niet op m’n stoeltje blijven zitten, toen Bruno Martins Indi na zijn rode kaart richting kleedkamer sjokte. Wat het nog verleidelijker maakte, was dat ik hem makkelijk had kunnen inhalen (ook als ik vanaf de tweede ring niet via het gangpad had gemogen maar, rij voor rij en tussen de toeschouwers door, met beide benen over de stoeltjes zou moeten stappen).

Ik had met Martins Indi door de gang van de ArenA willen lopen, hem alle oud-internationals van Ajax uit hun fotolijstjes willen zien slaan en “ja, dat ben jij nu ook!” willen mompelen. Daarna had ik hem willen zeggen dat hij maar beter vast naar huis kon gaan, voor Blind hem zou zien. Ik zou Blind in de rust om de tussenstand vragen en “Ik heb Indi maar vast naar huis gestuurd, hij was wat geïrriteerd” zeggen. De bondscoach zou knikken en zeggen: “Het is beter zo, we hebben hem niet meer nodig.”

Als ik zondag in Turkije in de kleedkamer had mogen zijn, zou ik Huntelaar hebben toegefluisterd dat hij gewoon een Jack van Geldertje moest doen. Ik zou hem “ik ben malle Pietje niet” hebben horen zeggen en daarna in De Telegraaf hebben gelezen dat wat hem betreft dit soort geënsceneerde idioten de pestpleuris konden krijgen.

Als ik zondag in de kleedkamer naast Gregory van der Wiel had gezeten, zou ik hem hebben gezegd dat een goed optreden in Oranje voor iemand die bij z’n club nooit speelt, eigenlijk net zo’n illusie is als het kopen van een vers brood bij een bakker die al maanden geen brood meer bakt. Ik zou tegen Luciano Narsingh hebben gezegd dat hij er ook niks aan kon doen dat Blind hem opstelde (al kun je altijd weglopen) en hem adviseren de volgende keer niet op de uitnodiging in te gaan. Ik zou hem zeggen dat ik er ook voor zou passen als ik ooit, als gevolg van een BuitenkantVoet-columnbundeltje, een invitatie voor het boekenbal zou ontvangen.

Tot slot zou ik tegen Cillessen hebben gezegd dat hij voortaan gewoon naast zijn doel moet gaan staan als de tegenstander een strafschop neemt. Ik denk dat de nemer dan zo verbaasd is dat hij over schiet. Ik zou hem aanraden daarna heel hard te juichen. Helaas was ik deze week niet in de kleedkamer van Oranje en heb ik er toch een EK voor moeten laten. Kinderachtig, zou Van der Wiel zeggen.