Kuyt en Kramer, de nieuwe ‘K2’ van Feyenoord

10 jaar geleden speelde Dirk Kuyt voor Feyenoord, en dit jaar is hij weer terug in De Kuip. Waar hij zijn eerste periode in Rotterdam een duo vormde met Salomon Kalou, vormt hij nu de aanval met Michiel Kramer. De één trekt altijd als eerste ten strijde, de ander doet het op zijn eigen manier. En allebei maken ze doelpunten. De één jaagt, pakt de bal af, en schiet. De ander loopt vrij, ontvangt, controleert en schiet.

Je hebt werkpaarden, en je hebt luxepaarden.

Bij Feyenoord is dit seizoen weer een ‘K2’ duo te bewonderen. Tien jaar geleden speelden bij Feyenoord twee goede voetballers waarvan hun namen allebei met de letter ‘K’ begonnen. Het duo Kuyt en Kalou maakte doelpunten, veel doelpunten. Het seizoen 2004-2005 eindigde ‘K2’ als nummer één en twee op de topscorerslijst. Ook het seizoen daarna bleven de twee spitsen, Dirk Kuyt (21 doelpunten), Salomon Kalou (15), scoren en verdienden daarmee een toptransfer. De één ging naar Chelsea de ander vertrok naar FC Liverpool. Kalou was nooit aanwezig bij Oranje omdat hij geen Nederlander mocht worden, Kuyt was er nooit afwezig omdat hij Dirk Kuyt heet. De man die nooit verzaakt, altijd de naast geschoten ballen ophaalt na de training, tijdens de warming-up de keeper inschiet en als deze geblesseerd raakt zelf de handschoenen aantrekt, en iedere training het eerste doelpunt maakt. De ene week jaagt hij als linksback achter de tegenstander aan, en de week daarna draaft hij weer doodleuk in de spits. En altijd met dezelfde lach. Kuyt heeft de Rotterdams havenarbeidermentaliteit, en de Limburgse koempelmentaliteit in één. Eerst voetballen, en daarna in de kantine de tafel dekken. Dirk is een werkpaard, of misschien wel twee werkpaarden bij elkaar. Niet omdat hij zich uitslooft, maar omdat hij er altijd van heeft gedroomd een profvoetballer te worden. Hij was het jongetje dat naar beelden van Van Basten wees, en zei dat wil ik ook, maar niemand die hem geloofde.

Je hebt werkpaarden en luxepaarden. Je hebt Dirk Kuyt en Michiel Kramer. De één speelde ooit in De Kuip, vertelde bij zijn vertrek dat hij graag terug zou keren en speelde bij Liverpool en Fenerbahçe op het hoogste niveau. De andere stond als supporter te juichen in De Kuip. Als speler was Michiel Kramer niet goed genoeg voor Excelsior en NAC Breda. Maar na FC Volendam en een uitstekend seizoen bij ADO Den Haag vertrok Kramer bijna naar een club in de woestijn. Gelukkig ging het niet door. En daarom staan ze nu samen in de aanval. Het werkpaard en het luxepaard, op hetzelfde grasveld bij hún Feyenoord. Kuyt heeft het gered door hard te werken, en zichzelf weg te cijferen voor het team. Kramer heeft het gered door gewoon zich zelf te blijven. Niet door Ronaldootje of Messietje te spelen, maar door te voetballen en praten als Michiel.

Als Kramer op de training staat, gaan zijn gedachten af en toe naar de volgende wedstrijd. Naar het moment waarop hij er moet staan, de wedstrijd kan beslissen door één slimme loopactie. Tijdens het omdoen van een snelheidsmeter, beeldt Kramer zich in hoe hij ’s zondags de bal binnen kopt en Feyenoord de wedstrijd wint.

Als Kuyt tijdens de wedstrijd de kans krijgt om te scoren, en zijn voet de bal raakt, gaan zijn gedachten alvast naar de training van de volgende dag. Naar de kleine partijvormen. Daarna ziet hij de bal in het goal vliegen en begint hij juichend naar de supporters te rennen. Naast hem staat Kramer te juichen, voor dezelfde groep supporters waar hij eerder zelf deel van uit maakte.

En dan na de wedstrijd de interviews. Kuyt zal zeggen wat je verwacht dat hij zal zeggen. Dat het een teamsport is, dat er hard getraind is de hele week, en dat het publiek een fijne sfeer creëerde. Daarna komt Kramer voor de camera. Kramer die bij het beantwoorden van de vragen niet luistert naar de stem die via een telefoontje in zijn oor de goede antwoorden voorzegt. Maar op een fijne nonchelante toon zijn eigen commentaar geeft, zonder spiekbriefje.

“Je hebt werkpaarden en je hebt…” het was een uitspraak van Kramer in een interview.

Bij het word werkpaard bedoelde Kramer niet zichzelf. Hij ziet zichzelf niet als boegbeeld van het harde werken. Hij is liever voetballer, dan arbeider in een voetbaltenue, met op zijn cv het aantal doelpunten in plaats van het aantal afgelegde meters. Romario was een ‘beetje moe’, Afonso Alves sjokte een jaar lang in de Eredivisie en maakte tussendoor 34 doelpunten. Theo Jansen had ‘schijt’, en er zijn zelfs keepers die nog niet eens hun eigen strafschopgebied uitkomen.

Je heb werkpaarden en je hebt luxepaarden.

Als Jeroen Dubbeldam Dirk Kuyt als paard zou hebben, zouden ze eerst, voor een verjaardagspartijtje, een ritje met een huifkar maken door een willekeurig dorp. Daarna zal hij meedoen aan een parcours met hindernissen, dan volgt een paardenrace met Kuyt voorop en aan het einde van de dag, als Jeroen Dubbeldam zijn ruiterkleding al heeft uitgedaan, wordt Kuyt gevraagd om met de bereden politie een groepje hooligans op een afstandje te houden.

Terwijl het ‘paard Kuyt’ van dorp naar manage, en van manage naar stad draaft, staat het ‘paard Kramer’ op de draaimolen, tussen de brandweerwagen, de koets en een sportwagen. Kinderen kunnen zelf kiezen waar ze gaan zitten. Sommigen kiezen voor het paard. Ze glimlachen en zwaaien naar hun ouders, iedere ronde weer. Het paard op de draaimolen is net als een spits van Feyenoord die net het ene beslissende doelpunt maakt. Het bezorgen van dat ene geluksmomentje.

.Je heb werkpaarden en je hebt luxepaarden.

Kuyt en Kramer, K2, het zijn allebei raspaardjes in hun favoriete Kuip. Of dit duo net zo succesvol zal worden als het duo Kuyt, Kalou is nog even afwachtend. Voor een leuk voetbalseizoen, is het te hopen van wel.