Is dit het einde van de koopclubs?

De transferzomer begint steeds heter te worden, de carroussel is op gang en fans kijken reikhalzend uit naar nieuwe namen. Wat valt er dit jaar op? De koopclubs (de nieuwe rijken, met miljonairs als eigenaren) smijten tot nu toe weinig met geld en lijken zelfs zoiets te voeren als… goed beleid.

Toen een jaar geleden de transferzomer was gesloten en de stofwolken weer waren opgetrokken konden we de ‘schade’ opnemen. Wie hadden zich het meest in het rood gestoken en wie had er juist het meeste winst gemaakt? Volgens de cijfers van het formidabele Transfermarkt was Manchester United met een negatief saldo van ruim 150 miljoen de absolute ‘winnaar’, gevolgd door FC Barcelona (85 miljoen), Arsenal (76 miljoen), Liverpool (59 miljoen) en Borussia Dortmund (50 miljoen).

Kijk eens naar die namen. De vijf clubs die het meeste verlies leden zijn allemaal clubs met een rijke historie, behoren al decennia tot de Europese elite en vooral Barcelona, Arsenal en Dortmund zijn clubs die van oudsher geroemd worden om het opleiden van jong talent en worden gezien als de antithesis van de met miljoenen smijtende koopclubs.

Waar zijn die met geld smijtende topclubs dan op de ranglijst van meest uitgevende clubs uit de zomerse transferperiode van vorig jaar? Paris Saint-Germain staat met een negetief saldo van 48 miljoen op plaats zes, AS Roma op negen (32 miljoen), Manchester City op tien (ook 32) en dan vinden we Gazprom-club Zenit Sint-Petersburg op plaats veertien (23 miljoen). Voor de rest bestaat de hele top 25 uit clubs die ik nu even voor het gemak ‘traditionele clubs’ noem. In het rijtje clubs die juist de meeste winst maken zien we koopclub AS Monaco op één (70 miljoen winst), terwijl ook Valencia (18 miljoen) en Red Bull Salzburg (12 miljoen) goede zaken deden.

Opvallend is wel dat in de winter blijkbaar de paniek toch toesloeg bij veel koopclubs, want dan wordt de top tien van grootste spenders plots gevuld door VfL Wolfsburg (32 miljoen), Manchester City (idem), AS Roma (25 miljoen), Valencia (20 miljoen), AS Monaco (15 miljoen), plus de Chinese superrijken Guangzhou Evergrande, Shanghai SIPG en Shanghai Greenland Shenhua. Maar aan de andere kant van de medaille maakten Chelsea (17 miljoen) en Red Bull Salzburg (20 miljoen) weer mooie winsten.

Toch waren het in 2014/2015 niet de clubs met de rijke eigenaren die schandalig veel geld uitgaven, maar juist de clubs waarvan je dat historisch gezien niet zozeer zou verwachten. Bovendien haalden de koopclubs vaak één of twee gerichte aankopen, terwijl Manchester United, Arsenal, Liverpool en Dortmund hun halve selectie renoveerden.

Een heet zomertje (?)

Het lijkt erop dat de nieuwe rijken, de koopclubs, liever in de winter hun spierballen laten rollen want ook in deze zomer zijn ze relatief stil. Valencia heeft zich weliswaar met 97 miljoen tot nu toe het meest in het rood gestoken van alle clubs, maar achter hen volgen alleen traditionele supermachten: Manchester United, Juventus, AC Milan, FC Barcelona en Real Madrid. Internazionale, met Erick Thohir als nieuwe steenrijke eigenaar, zie ik hier als koopclub, zij overleggen nu rode cijfers van 37 miljoen. Ook Watford (16 miljoen), Manchester City (16 miljoen), RasenBallsport Leipzig (14 miljoen) en Wolfsburg (12 miljoen) zitten in de negatieve cijfers.

Aan de verdienerskant, aangevoerd door de topspelersleveranciers FC Porto en Benfica, zien we onderaan de top 25 Chelsea (13 miljoen winst) en AS Roma (7 miljoen) met mooie groene cijfers.

Als we dan eens inzoomen op wat voor spelers de koopclubs tot nu toe hebben gehaald zien we bijvoorbeeld dat het vrijelijk met de creditcard zwaaiende Valencia op de 29-jarige Álvaro Negredo na alleen geïnvesteerd heeft in jonge talenten, geen onverstandig transferbeleid. Internazionale móet na jaren van povere prestaties wel een upgrade aan de selectie geven en spendeerde haar (of Thohirs) geld voornamelijk aan spelers van 24 jaar of jonger. Manchester City haalde Raheem Sterling, Leipzig alleen talentvolle jongelingen. En Paris Saint-Germain dan, de koning van de transfermarkt? Dat leed tot nu toe slechts 5 miljoen verlies dankzij wat ‘kleine’ aankopen.

AS Monaco voert intussen ook een interessant beleid. Het heeft Radamel Falcao opnieuw verhuurd, terwijl Geoffrey Kondogbia en Yannick Ferreira-Carrasco voor grote sommen verkocht werden. De club is nu allerlei talenten binnen aan het halen, trekt daar soms ook wel flink de portemonnee voor, maar heeft nog altijd 3 miljoen winst gemaakt tot nog toe. Het steenrijke Monaco begon haar tijd onder Dmitri Rybolovlev met grote namen, maar voert nu een veel slimmer beleid door talentvolle spelers te halen en met winst door te verkopen.

Verstandig met geld smijten

Zo lijkt de Financial Fair Play-regel toch een positief effect te hebben. De superrijken moeten hun uitgaven binnen de perken houden en zijn eigenlijk gedwongen om een slim, weloverwogen beleid te voeren. Waar clubs als Chelsea, Manchester City en Paris Saint-Germain in hun eerste jaren als nieuwe rijken volledige elftallen bij elkaar kochten, bouwen ze nu steeds meer aan hun selectie, bijschavend en doorselecterend. En de clubs die flink uitgeven gaan niet meer voor de gevestigde namen, maar kiezen voor aanstormend talent. Valencia, Leipzig en Monaco zijn niet de plekken om uigerangeerde, dikbetaalde vedetten te bekijken, maar juist om opwindend nieuw talent aan het werk te zien.

Al dat geld kan dus blijkbaar ook aangewend worden voor iets goeds, voor mooie projecten en verstandig beleid. De koopclubs geven hun geld niet alleen maar uit aan grote spelers, maar ook aan jeugdopleidingen en bestuurders met kennis. Hoewel geen van bovengenoemde clubs (behalve Valencia, dat van oudsher goede jeugd heeft) erin slaagt om talent uit de eigen jeugd te laten doorbreken, proberen ze het wel.

De traditionele topclubs lijken de rol van de koopclubs te hebben overgenomen. Manchester United overlegt over de laatste twee seizoenen rode cijfers van 230 (!) miljoen. De club haalde weliswaar veel jonge spelers, maar wel tegen gigantische sommen, terwijl de club de eigen jeugd links laat liggen. Dat geldt ook voor FC Barcelona, dat de meest geroemde jeugdopleiding ter wereld heeft, maar zichzelf toch voor 129 miljoen in de negatieve cijfers stak. Terwijl toptalenten als Munir El Haddadi en Sergi Samper zich aandienen, lonkt Barcelona naar Arda Turan en Paul Pogba.

Arsenal, met een verlies van 100 miljoen over de afgelopen twee seizoenen, lijkt de we-kopen-onontdekte-pareltjes-voor-weinig-geld-en-maken-er-toppers-van-strategie te hebben laten varen. Ook Juventus en Borussia Dortmund investeren de laatste seizoenen gigantisch, de één met meer succes dan de ander.

Misschien is dit allemaal een logisch gevolg van de wapenwedloop die de nieuwe rijken ongeveer een decennium geleden zijn begonnen. Met al hun miljoenen konden ze iedereen wegkopen en op die basis kunnen ze nu rustig voortbouwen. De traditionele topclubs moeten haast wel mee in dat uitgavenpatroon om de superrijken voor te blijven, dat is wellicht de reden dat veel van die clubs nu zo snel hun portemonnee trekken. Toch hoeft dat niet, kijkend naar succesvolle clubs als Bayern München, FC Sevilla of Atlético Madrid, die slim handelen en weinig tot geen geld over de balk smijten.

Koopclubs zullen er altijd wel blijven, clubs die denken aan snel succes en hopen dat hun vele miljoenen zich zullen terugverdienen. Het lijkt er alleen op dat de hoofdrol daarin niet meer toebedeeld is aan de clubs met steenrijke eigenaren, maar juist aan traditionele clubs die aan de top willen blijven. Zij zullen de komende jaren de ‘winnaar’ worden op de transfermarkt.

Foto bovenaan: goonersworld.co.uk.